Een sluier van euroscepsis die echte moet verhullen Realpolitik

Minister Frans Timmermans toont zich enigszins eurosceptisch in zijn Staat van Europa. Maar is hij dat wel? Ewoud Engelen denkt van niet.

De minister van Buitenlandse Zaken is een slimme man. Afgelopen zondag zat hij bij Buitenhof om zijn zojuist naar de Kamer gestuurde ‘Staat van de Europese Unie 2013’, getiteld ‘Bruggen slaan in Europa’, toe te lichten.

De boodschap: het kabinet maakt zich zorgen over het gebrek aan democratische steun, beseft dat we nu meer betalen voor de euro dan dat we eraan verdienen, vindt ook dat Van Rompuy te voortvarend afstevent op een begrotingsunie en hoopt dat die een grotere gevoeligheid voor electorale wensen en angsten ontwikkelt dan hij tot nog toe aan de dag heeft gelegd.

En daarmee is de angel uit het prille Nederlandse debat over de toekomst van Europa. Ga maar na: de steen des aanstoots voor zowel de Raad van State als de initiatiefnemers achter het Burgerforum voor een referendum was nou juist de aanstaande overdracht van begrotingsbevoegdheden naar Brussel.

Die zou plaatsvinden door middel van begrotingscontracten, zoals beschreven in Van Rompuys plan ‘Naar een echte EMU’ van december vorig jaar. En de reden om daarover te struikelen was zowel voor de Raad van State als voor Baudet cum suis van het Burgerforum het ontbreken van democratische medezeggenschap voor de Nederlandse kiezer.

De Raad van State sprak in dit verband zelfs over ‘democratische vervreemding’. Voor Baudet en de zijnen kwam daar groeiende ergernis bij over de drogreden dat de euro cruciaal is voor onze welvaart.

Het kabinet blijkt het met al die punten eens te zijn. We gaan te snel. Dit is democratisch ondoordacht. En wij betalen om Griekenland, Portugal en Ierland in de euro te houden, en het is de vraag of dat geld ooit nog terugkomt. Zelfs de term ‘democratische vervreemding’ werd door Timmermans bij Buitenhof gebruikt. En daarmee is de noodzaak voor een referendum komen te vervallen.

Of toch niet? Er is namelijk iets vreemds aan de hand met dat optreden van Timmermans bij Buitenhof. Van zijn instemming met de Raad van State en Burgerforum is in zijn Staat van Europa geen spoor te vinden. Ja, er wordt stilgestaan bij het democratische tekort van Europa en ja, er wordt meerdere keren verwezen naar de Raad van State.

Maar dat Van Rompuy te snel gaat, dat er zorgelijke stappen richting federalisering aanstaande zijn, dat Nederland zeggenschap verliest over zijn eigen begroting, dat de euro ons momenteel meer kost dan oplevert – de lezer zoekt er vergeefs naar.

Sterker nog: De Staat van Europa van Timmermans ademt dezelfde geest van bagatellisering die al anderhalf jaar over de Nederlandse politiek vaardig is en die alle federaliseringsbewegingen binnen de EMU afdoet als alleen voor anderen (Griekenland, Portugal, Ierland) of als formalisering van wat allang staande praktijk is en dus niets is om je zorgen te maken.

Wat volgens de Raad van State als bestaande tekorten moeten worden gezien, schuift Timmermans naar de verre toekomst en dus als iets waar wij later nog maar eens naar moeten kijken. De nota doet namelijk net of de begrotingscoördinatie die in Brussel bekendstaat als het Europese semester zich nog in de fase van vrijheid, blijheid bevindt.

Dat is al lang niet meer zo. Olli Rehn heeft niet voor niets begin deze maand een Europese semesterofficier naar Den Haag gestuurd die toezicht moet houden op het Nederlandse begrotingsbeleid. En dan krijg je dus zinnen in de Staat van Europa als: ‘Het kabinet deelt niet de visie van de Raad van State dat er sprake is van een verschuiving in de nationale begrotingsprocedures van het najaar naar het voorjaar.’

Het kabinet deelt evenmin de visie dat er met Van Rompuys ‘begrotingscontracten’ iets fundamenteel verandert in de soevereiniteit van de Nederlandse staat. Zoals Timmermans schrijft: „Indien Nederland op enig moment zou overgaan tot het opstellen van een contract spreekt het voor zich dat dit eerst aan het parlement wordt voorgelegd.”

Dit is ofwel grandioze naïviteit ofwel pure kwaadwilligheid. De Raad van State concludeert namelijk precies het tegenovergestelde: het is niet mogelijk om geen begrotingscontract met Brussel te sluiten en zodra het contract gesloten is, beperkt de rol van het parlement zich tot toezicht achteraf in plaats van medezeggenschap vooraf.

Over die schaduwzijden van de euro is in de Staat van Europa evenmin iets te vinden. Het document begint met de obligate mededeling dat de EU belangrijk is voor onze welvaart. Verwijzend naar een raming van het CPB wordt een bedrag van 1500-2200 euro per jaar per Nederlander genoemd. Over de kosten of baten van de euro wordt echter met geen woord gerept.

En toch, zo schrijft Timmermans, „geldt voor het kabinet als uitgangspunt dat de gemeenschappelijke munt van wezenlijk belang is voor de Nederlandse economie en dus in de voorzienbare toekomst onze topprioriteit”. Maar geen getal, noch argument: geloofsartikel.

Wie de Timmermans van Buitenhof legt naast die van de Staat van Europa, begint een vermoeden te krijgen van het nieuwe gezicht van de ‘eurofiel’ in tijden van crisis: een sluier van invoelende euroscepsis die machiavellistische Realpolitik en technocratische dwingelandij moet verhullen.

Alles ter meerdere eer en glorie van de „vervolmaking van de EMU”.

Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam.