Echtscheiding raakt ook op toneel

David Rebergen als Billy en Pia Douwes als Johanna in ‘Kramer vs. Kramer’
David Rebergen als Billy en Pia Douwes als Johanna in ‘Kramer vs. Kramer’ Foto Joris van Bennekom

Kramer vs. Kramer door REP. Gezien: 18/2, Stadsschouwburg Haarlem. T/m 15/5. Inl: kramervskramer.nl

Staat er zo nadrukkelijk op de flyer van Kramer vs. Kramer „gebaseerd op het boek” omdat de makers de vergelijking met de film vrezen? Een filmbewerking is vaak een ongemakkelijke spagaat: de productie heeft baat bij de naamsbekendheid, maar er is nogal wat om tegen op te boksen. Enerzijds moet het stuk op zichzelf kunnen staan. Anderzijds: wie wil profiteren van zo’n titel, moet de vergelijking aandurven. Toch nog maar even naar de film gekeken dus.

En nee, in veel opzichten haalt de bewerking het niet bij de film. Knap daaraan was dat die ondanks de echtscheidingsthematiek niet larmoyant was. Dat kwam in de eerste plaats door het sterke acteren (van Meryl Streep als Joanna Kramer en Dustin Hoffman als Ted Kramer). Maar ook doordat regisseur Robert Benton niet in de valkuil stapte van het zielige kind: bij hem is Billy soms best een rotzak. De houding van Joanna is in de film ambigu. Ze vertrekt, en duikt pas anderhalf jaar later weer op. Ze blijkt een liefhebbende moeder, maar is óók een egoïstisch kreng. Dat is verwarrend, en dus interessant.

Regisseur Mette Bouhuijs gaat bij de toneelversie vol gas voor het sentiment, door Billy (gespeeld door de inderdaad bijzonder schattige David Rebergen) uitsluitend beminnelijk te laten zijn. En in de tijd dat vader en zoon samen leren leven, verdwijnt Pia Douwes als Johanna niet van toneel. Ze blijft voortdurend in de buurt, om maar te benadrukken dat Johanna heus in Billy’s gedachten is, en hij in die van haar. Af en toe zingen ze zelfs een zoetsappig liedje samen. En zo kent Kramer vs. Kramer wel meer krommetenenmomenten. Gelaagdheid, nuance en twijfel zijn grotendeels uitgevlakt, en wat overblijft is soms bijzonder plat.

Toch is de voorstelling op zichzelf niet onaardig. Dat komt door de frisse bewerking van Dick van den Heuvel, die de tekst actualiseerde en de handeling verhuisde naar Amsterdam. Hij deed leuke vondsten. „Bonte was, witte was”, legt buurvrouw Roos de alleenstaande vader Ted uit, „niet in dezelfde machine”. Hij: „Maar we hebben maar één machine.” De geestige Margreet Boersbroek als Roos is een attractie. Douwes is een bekwame Johanna, al is haar spel uiteraard niet zo subtiel als dat van Streep. Verrassend is producent Rick Engelkes als Ted. Hij speelt vaker in zijn eigen producties, en is niet de sterkste acteur. Maar zijn schutterigheid valt hier op momenten mooi samen met zijn rol, wat zijn personage een onverwachte waarachtigheid geeft.

Bovenal blijft ook in de voorstelling het droevige thema fier overeind: een echtscheiding is een tragedie met enkel verliezers. Bouhuijs laat dat mooi zien door te eindigen met een spot op de kleine Billy.

Vernieuwend, verrassend of verontrustend theater is Kramer vs. Kramer niet. Wel verdienstelijk toneeldrama dat af en toe oprecht weet te raken. Je kunt je hoogstens nog afvragen waarom je dat zou willen maken, als er al zo’n mooie film van is.