Centraal Planbureau: meer geld krijgen, of minder doen

De belangrijkste economisch adviseur van de regering, het CPB, is nu zelf doorgelicht. Er is nogal wat kritiek.

Den Haag. - Het is een vast ritueel bij de verkiezingen: de doorrekening van het Centraal Planbureau. Een goede of slechte beoordeling door ’s lands rekenmeesters kan de campagne van een politieke partij maken of breken. Nederland is het enige land ter wereld waar zoiets gebeurt: een onafhankelijk instituut dat de maatregelen uit de verschillende verkiezingsprogramma’s doorrekent.

Maar vervult het CPB die rol wel naar behoren?

Niet helemaal, concludeert een onafhankelijke commissie onder leiding van econoom en oud-bestuurder van pensioenfonds ABP, Jean Frijns.

„De doorrekening in zijn huidige vorm dreigt onbeheersbaar te worden”, staat in een gisteren gepubliceerd rapport over het functioneren van het CPB. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen, in september 2012, moest het CPB in twee maanden tijd de programma’s van maar liefst tien partijen onder de loep nemen. Daardoor kwam „de kwaliteitsborging in het gedrang”.

Het is het gevolg van een breder probleem bij het CPB, zo stelt de commissie-Frijns: het instituut probeert te veel te doen met te weinig geld. „Het CPB laat zich ertoe verleiden op dun ijs te schaatsen; waardoor de kans op fouten toeneemt”, staat in het rapport. „De hieraan verbonden politieke c.q. reputatierisico’s zijn fors.” De commissie beveelt daarom aan dat het CPB óf een ruimer budget krijgt, óf bepaalde opdrachten gaat afstoten.

Ook op de tweede belangrijke taak van het CPB, economische ramingen, heeft de commissie kritiek. De klassieke aanpak van het instituut, met grote macro-economische modellen, „is aan erosie onderhevig”. Het CPB zou de invloed van financiële markten niet verdisconteren in haar ramingen, en ook met de toenemende macht van de Europese Unie op nationale begrotingen wordt nog te weinig rekening gehouden.

Ten slotte vindt de commissie dat het CPB zich op erg veel beleidsgebieden begeeft, van pensioenen tot de zorg en van onderwijs tot de arbeidsmarkt. Dat zou wel wat minder kunnen, schrijft Frijns. Waarom niet enkele onderzoeksgebieden afstoten, zoals eerder al gebeurde met de woningmarkt?

CPB-directeur Coen Teulings zegt het kritische rapport te ervaren als een steuntje in de rug. „De aanbevelingen sluiten goed aan bij diverse interne discussies over mogelijkheden voor verbetering van ons werk.”

De evaluatie van het CPB komt op een gevoelig moment: de afgelopen tijd kreeg het instituut regelmatig kritiek op zijn werkwijze. Zo zou het CPB te vaak ‘politieke’ uitspraken doen, zoals: de solidariteit in de gezondheidszorg staat onder druk door de toenemende zorgkosten voor hogere inkomens.

Ook zou het Planbureau te veel onderzoek doen naar kwesties die lastig meetbaar zijn. Zo leidde een rapport uit januari dit jaar waarin het CPB de VVD uitriep tot „winnaar” van de formatie tot veel kritiek.

Daarnaast was er de afgelopen jaren veel aandacht voor het uitgesproken profiel van Teulings: zowel zijn PvdA-lidmaatschap als zijn neiging tot provocerende stellingnames wekten bij politici en economen wrevel. Teulings vertrekt op 1 mei van dit jaar, omdat zijn zevenjarige termijn als directeur erop zit. Als mogelijke opvolger circuleren onder meer de namen van Sylvester Eijffinger, hoogleraar economie in Tilburg, en Barbara Baarsma, directeur van economisch onderzoeksbureau SEO.

De commissie-Frijns deed het onderzoek in opdracht van de Centrale Plan Commissie, de toezichthouder van het CPB.