Zin van de kleine school

De kleine scholen hebben hun langste tijd gehad, als het aan de Onderwijsraad ligt. Volgens die raad is een school al snel te klein. In een advies stelt de raad de ondergrens op honderd leerlingen. Aangezien op dit moment 23 schoolkinderen voldoende zijn, heeft dit grote consequenties. Neemt het ministerie van Onderwijs het over, dan gaat in 2019 één op de vijf basisscholen in Nederland dicht: zo’n 1.000 scholen, 14 procent van het totale aantal. Wordt het advies niet gevolgd dan stijgt het aantal juist, dankzij het dalende geboortecijfer.

Het is goed dat er over kleine scholen wordt nagedacht. Behalve dat ze bij het huidige aantal gemiddeld per leerling bijna drie keer zo veel kosten, vragen hun gecombineerde klassen om sterke onderwijzers. Zij moeten in staat zijn hun aandacht te verdelen: terwijl een zevenjarige zijn eerste woordjes leest, spelt zijn buurman ‘leiden’ ook al bedoelt hij ‘lijden’, en zit een achtstegroeper gebogen over haar werkstuk over de Tweede Wereldoorlog. Verder ziet de Onderwijsraad sociaal heil in de 100plus-school: daar kan het kind zijn vrienden kiezen, waar het op een kleine school zijn kameraden min of meer opgedrongen krijgt.

Maar niet voor niets was de documentaire Être et avoir zo populair. Een massaal publiek genoot van de beschermde sfeer van de Franse dorpsschool en de voordelen die ook opgaan voor de minder romantische versie van zulke schooltjes in Nederland: onderwijs op maat van iemand die je kent. En je kunt een uitzondering zijn zonder dat je gepest wordt.

De eis om kleine, dicht bij elkaar gelegen scholen te laten fuseren, zal weerstand wekken – zij bestaan vaak op religieuze basis en dat combineert maar moeilijk. Hier zal de wal zal het schip moeten keren, in eenheid verschillen is mogelijk. Het advies om te kleine scholen op te heffen is begrijpelijk, maar een ondergrens van 100 is erg hoog. Dit lijkt stiekem bedoeld om de dorpsscholen de nek om te draaien, het heeft weinig oog voor de instellingen waarover het gaat. De kleine scholen staan immers voornamelijk buiten de Randstad. Ze zijn deel van de kleinschaligheid die de bewoners van de regio juist zoeken.

Sluiting bevordert de krimp. Jonge gezinnen trekken weg als zij het na het postkantoor, het café en de buurtsuper, het ook nog eens moeten doen zonder kleine school.

Iets verder weg kan best, helemaal als er passend vervoer is. In de regio functioneert het streekvervoer al als schoolbus voor de leerlingen van het middelbaar onderwijs. Dat kan ook voor basisscholieren worden geregeld, zonodig onder toezicht van ouders bij toerbeurt. Maar kleine scholen hebben, behalve hun eigen didactische voordelen, een bindende functie. Hef ze zomaar op en je stimuleert de leegloop van de regio.