Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Uit Eindhoven

Opeens was Eindhoven in de mode, zelfs in Amsterdam, waar men zich toch het middelpunt van de aarde waant. Op en rond het Leidseplein vond dit weekeinde een cultureel festival plaats met de welluidende benaming ‘Het Wonder van Eindhoven’.

„Kwam jij niet uit Eindhoven?” vroeg ik mijn vrouw. Ze gaf geen antwoord op deze retorische vraag. „Daar is eindelijk een wonder gebeurd”, zei ik, „misschien moeten we er even naar gaan kijken.” Ze was er wel toe bereid, al had ik wat meer enthousiasme verwacht bij iemand die haar hele leven moet hebben gehoord dat Eindhoven ‘zo’n lelijke stad’ is. Dan wil je toch ook wel eens iets positiefs horen?

Misschien heeft half Amsterdam zich op latere uren nieuwsgierig op het Eindhovense wonder gestort, maar op zaterdagmiddag was daar nog weinig van te merken. Toch waren er op het Leidseplein best leuke dingen te zien, al was ‘wonder’ een wat al te weidse betiteling.

Ik wist de excursie zo te regelen dat we eerst in De Balie naar de voetbalrobots van de Technische Universiteit van Eindhoven gingen kijken. Het was een onverwacht spektakel. Een robot die uit stand de bal feilloos door het hoge gat van een schietmuurtje mikt, robots die kunnen verdedigen en op de bal jagen als die in het bezit van de tegenstander is.

De robots van Tech United uit Eindhoven zijn dan ook erg goed, vorig jaar werden ze in Mexico zelfs wereldkampioen, vertelde een begeleider van het project. „Wij werken nog aan de dieptepass”, zei hij, „straks verwacht ik dat we van mensenteams gaan winnen.”

„Echt een Eindhovenaar, bescheiden maar trots”, zei mijn vrouw, bescheiden maar trots, over hem.

Het bleek niet alleen een sportief-technische droom van mannen die jongens zijn gebleven, want er wordt in Eindhoven ook gewerkt aan de ontwikkeling van een zorgrobot, die de hulpbehoevende medemens straks in huis allerlei klussen uit handen kan nemen.

In Paradiso ging het er intussen kunstzinnig aan toe bij de heropvoering van een klassieke performance, Volta, van componist en theatermaker Dick Raaymakers. Urenlang werkten technische studenten aan een anderhalve meter hoge stapeling van koperen en zinken platen, waartussen 2000 kilo met zoutzuur doordrenkte vodden. ‘s Avonds, bij het aanbrengen van de laatste plaat, moest dit resulteren in het opgloeien van één gloeilampje. Zo realiseerde, op kleinere schaal, de Italiaanse natuurkundige Alessandro Volta in 1800 de eerste elektrische batterij. De rest was geschiedenis – ook die van Philips.

Voor de toekomst konden we terecht in een grote witte wagen op het Leidseplein: de Nano-supermarkt. Hoe zal de nanotechnologie in ons leven ingrijpen? De supermarkt bood ons een aantal speculatieve voorbeelden aan. Van telefoons die je met je eigen buikvet kunt opladen, en sokken die zichzelf optrekken (voor de oudere mens), tot kweekvlees op basis van dierlijke cellen in bioreactors – dit omdat de huidige vleesproductie op den duur niet vol te houden is. De varkens en de koeien en, niet te vergeten, de paarden mogen dan weer gewoon blijven leven. Dit alles mede dankzij Eindhoven.

En nu vergeet ik nog ‘de baarmoederparel’, een ‘unieke kwaliteitsparel’ die de vrouw vanaf haar jonge jaren in haar baarmoeder kan laten groeien om hem aan het begin van haar menopauze te kunnen oogsten. Voor de penis was er nog niks uitgevonden, maar wij hebben gelukkig al die robots met hun ballen.