Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Sterke Europese Commissie dient juist Nederlands belang

In de strijd over het EU-budget is de Europese Commissie niet de zondebok, zoals Adriaan Schout onlangs stelde, vinden twee EU-experts.

De uitkomst van de onderhandelingen over de financiële meerjarenperspectieven in de Europese Raad verdient zeker geen schoonheidsprijs. Men kan de vraag stellen of met dit resultaat van de kleinste gemene deler Nederlandse en Europese belangen zijn gediend. Verantwoordelijk voor deze uitkomst zijn de regeringen van de 27 EU-landen.

Daarom geeft het commentaar van Adriaan Schout (Opinie, 12 februari) een verkeerde voorstelling van zaken. Schout wijst de Europese Commissie als hoofdschuldige aan. Daarmee voedt hij de in Nederland bestaande scepsis over het nut van Europese, supranationale instellingen.

Het is waar dat de positie van de Commissie is uitgehold. Het zwaartepunt van de besluitvorming is bij de Europese Raad komen te liggen, en er is een toenemende tendens zaken te doen in het intergouvernementele circuit. Dit is een bedenkelijke ontwikkeling, die grote landen in de kaart speelt en zeker geen Nederlands belang dient. In de Kamerbrief van september 2011 heeft premier Rutte dan ook terecht een lans gebroken voor een versterkte positie van de Commissie.

De Europese Commissie is een van de lidstaten onafhankelijke instelling die binnen het institutionele stelsel het gemeenschappelijk belang moet vertegenwoordigen. Dat is het geval in haar initiërende, maar ook in haar uitvoerende en controlerende functies. Deze rol is door de jaren heen van grote betekenis geweest voor de kleine landen.

Maar daarmee is de Commissie geen apolitiek orgaan. Bij het formuleren van wetgevende voorstellen maakt de haalbaarheid onderdeel uit van de afweging, naast de technische fundering ervan. Uiteindelijk worden besluiten met gekwalificeerde meerderheid genomen en is instemming van het Europees Parlement vereist. Deze communautaire methode heeft ook tijdens de eurocrisis zijn vruchten afgeworpen.

De voorstellen ter verwezenlijking van de bankenunie getuigen van grondigheid en realiteitszin. Schouts verwijt van onbetrouwbaarheid is uit de lucht gegrepen, net als zijn suggestie dat de burgers misleid worden met het doel waar de Europese Unie op afkoerst.

De Commissie is onafhankelijk en verantwoording verschuldigd aan het Europees Parlement. Het is dan ook onbegrijpelijk dat Schout onafhankelijkheid en politieke verantwoordelijkheid onverenigbaar acht.

Hij gaat eraan voorbij dat de regie van de begrotingsonderhandelingen bij de voorzitter van de Europese Raad berustte, met slechts een ondersteunende rol van de Commissie. Het Commissievoorstel ging uit van constante uitgaven in reële termen, dat wil zeggen aangepast aan de inflatie, terwijl de landbouw- en cohesie-uitgaven werden bevroren in nominale termen. Voor de ene helft van de lidstaten was dit te veel, voor de andere helft te weinig.

Schout verwijt de Commissie te weinig ambitie bij de heroriëntering van uitgaven en te veel bij het uitgavenplafond. Het is begrijpelijk dat in de huidige conjunctuur de EU bezuinigt. Maar naarmate de koek kleiner wordt, valt er ook minder te herverdelen. Het eindresultaat is dan ook een gemiste kans om meer in te zetten op groei, versterking van het concurrentievermogen en innovatie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de lidstaten. Schout doet de waarheid geweld aan door de Commissie als zondebok aan te merken.

Carlo Trojan is oud-secretaris generaal van de Europese Commissie. Laurens Jan Brinkhorst is oud-minister van Economische Zaken.