Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

Nu even niet vragen naar de lange termijn

Het kabinet heeft zijn visie op de Europese Unie gepresenteerd. Nog best ingewikkeld, voor twee coalitiepartners die er zo verschillend over denken.

Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) wond er gisteren in het televisieprogramma Buitenhof geen doekjes om: de coalitiepartners VVD en PvdA denken verschillend over de toekomst van Europa.

Anderen hadden dat al eerder vastgesteld, maar als direct betrokkenen dat ook zelf ruiterlijk toegeven, voorkomt dat veel onnodig politiek gedraai.

Het verklaart de voorzichtige, terughoudende toon die het kabinet kiest in de toekomstvisie voor de Europese Unie die het afgelopen vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. „Stap voor stap, zoekend naar evenwicht tussen (natie)staat en gemeenschappelijkheid wegend welke onderwerpen zich voor welke aanpak lenen’’, zegt het kabinet. Europa moet, maar Europa moet niet alles, luidt kort samengevat de boodschap. En wat Europa in gezamenlijkheid doet, moet vooral democratischer.

De reacties laten zich raden. Beide coalitiepartners zijn tevreden, de oppositie laakt het gebrek aan visie.

In de notitie Bruggen slaan in Europa kiest het kabinet voor een onomwonden praktische benadering. Wat het kabinet nadrukkelijk niet wil is wat Europese topfunctionarissen zoals president Herman van Rompuy of voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso zo graag doen: praten over vergezichten. Timmermans in zijn notitie: „De afgelopen tien jaar laten zien dat het debat over de finalité politique van de Europese samenwerking verlammend kan werken; dat het afleidt van wat er de komende jaren te doen staat.”

Bijkomend voordeel is dat de coalitiepartners VVD en PvdA ook niet met elkaar over die verre toekomst hoeven te praten, waar ze zo verschillend over denken. Waar de VVD veel sympathie heeft voor de Britse lijn die zegt dat de Europese Unie bovenal een vrijhandelszone dient te zijn, is er bij de PvdA meer belangstelling voor de Franse zienswijze die de Unie in de eerste plaats beschouwt als een solidaire waardengemeenschap.

Het kabinet vermijdt de discussie waar de Europese Unie uiteindelijk toe zou moeten leiden. „Wij moeten nu niet verder willen springen dan onze polsstok lang is”, schrijft minster Timmermans. Er zijn volgens hem meer dan genoeg problemen om nu op te lossen, zoals de schuldencrisis. De komende tijd zal moeten uitwijzen of VVD en PvdA ondanks hun verschillende visie op Europa voor de lange termijn deze kortetermijnproblemen gezamenlijk aan kunnen pakken.

Dat lijkt te kunnen. De partijen hebben op dit terrein ervaring. Premier Rutte wees er afgelopen vrijdag tijdens zijn wekelijkse persconferentie op dat zijn vorige minderheidkabinet (VVD/CDA) voor de Europa-politiek ook al afhankelijk was van de PvdA. Het grote verschil tussen kabinet-Rutte I – afhankelijk van gedoogsteun van de anti-Europese PVV – en Rutte 2 is de grondhouding waarmee Europa wordt benaderd: negatief of constructief.

Onder leiding van de uitgesproken pro-Europeaan Timmermans kiest het kabinet voor, zoals hij zelf schrijft, een „actieve opstelling in Europa en een positionering in het centrum van de Europese besluitvorming”.

Trefwoorden daarbij zijn „consistentie” en „compromisbereidheid”. Belangrijk voor de beeldvorming, maar inhoudelijk zal er niet veel verschil zijn met het vorige kabinet.