Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

...maar de buitenlanders zijn in de breedte sterker

Twee Noren, een Let, een Belg en een Pool: ze reden stuk voor stuk harder dan de drie Nederlanders Verwey, Blokhuijsen en Rotteveel.

Hoe spectaculair zou het WK allround in Hamar zijn geweest zonder Sven Kramer, de recordkampioen die op voorhand zeker leek van zijn zesde titel? De Nederlandse favorieten Jan Blokhuijsen en Koen Verweij waren in dat geval verpletterend verslagen. De nederlagen van het grootste schaatsland ter wereld op de 1.500 meter – tegen de Let Harolds Silovs, de Pool Zbigniew Brodka en de Belgische revelatie Bart Swings – zouden breed zijn uitgemeten. En de Noren hadden in een vol Vikingskipet met Håvard Bøkko kunnen juichen voor hun eerste wereldkampioen allround sinds Johann Olav Koss in 1994. Zonder Kramer…

„Hoezo is het allroundschaatsen dood”, luidt een retorische vraag van Bart Veldkamp, in Hamar samen met de Belg Jelle Spruyt coach van de verrassende nummer drie Swings. Zelf werd hij in 1990 na een al even spectaculair toernooi Europees kampioen. „Bij de vrouwen was het een draak van een toernooi, maar bij de mannen was het genieten. Vijf, zes, zeven schaatsers gingen hier vol voor het podium. Samen trekken ze het niveau omhoog. Het is niet omdat iemand zes keer kampioen wordt dat een sport saai is. Sven is een absolute grootheid. Maar je hoeft de anderen niet tekort te doen. Ik zie bij die jongens schitterende beleving om de beste te worden. Zo kun je ook naar sport kijken.”

Vorig jaar in Moskou leek het allrounden op sterven na dood. Zonder publiek oogde het prachtige ijspaleis Krylatskoje troosteloos tot aan de ereronde toe. Zonder strijd was er zelfs voor de trouwste volgers weinig aan. Wat is een Nederlands een-twee-drietje (met Kramer, Blokhuijsen, Verweij) waard als tegenstand op niveau ontbreekt? Na Noord-Amerika en Azië leek ook de rest van Europa afgehaakt bij het traditionele allrounden.

Zes (Renz Rotteveel), tien (Verweij) en twaalf (Blokhuijsen) waren in het Vikingskipet de eindklasseringen van de Nederlandse allrounders buiten Kramer. Blokhuijsen, niet alleen nummer twee van de vorige WK maar ook van de laatste drie EK’s, miste zelfs deelname aan de slotafstand.

In 1983 gebeurde het Hilbert van der Duim, in zijn befaamde regenboogpak. „Geen macht”, sprak Blokhuijsen. Begin januari benaderde de tweede man van de dure topploeg TVM bij de NK het niveau van Kramer, nu bij lange na niet. Verweij dan, nummer drie van 2012? De kopman van de nog altijd sponsorloze ploeg van coach Jan van Veen ‘vloog’ in trainingen vlak voor de WK, forceerde zijn rug en was al na de 500 meter kansloos voor het podium. Ploeggenoot Rotteveel haalde de laatste acht wel: zesde.

„Goed om te zien dat de Nederlanders niet meer een, twee en drie worden”, glunderde de Noorse bondscoach Jarle Pedersen. Zijn zoon Sverre Lunde (20) eindigde als vierde, kopman Bøkko won in een aanvallend gereden rit tegen Kramer de 1.500 meter en werd uiteindelijk overtuigend beste van de rest. „Onze jongens presteren naar hun mogelijkheden, daarom zijn we ooit aan deze reis begonnen. Kijk naar de interesse van de Noorse media en vooral naar de fans op de tribune. Dit heeft het Noorse schaatsen nodig.”

Na de eerste dag dachten de Noren zelfs aan twee man op het podium. Maar Swings (21) schoof met tweede plaatsen op 1.500 meter en tien kilometer op van vijf naar drie. De Belgische skeelerkampioen blijft de schaatswereld verbazen. Vooral zijn goede bochtentechniek valt op. Zaterdagochtend oefent hij even een paar startjes en het ingaan van de bocht. Een paar uur later verbetert hij zijn persoonlijk record op de 500 meter met maar liefst 0,7 seconde tot 36,73.

„De manier waarop Bart in the heat of the moment rustig zijn opdrachten uitvoert typeert de topper”, zegt Veldkamp. „Hij wordt de komende jaren een lastige klant voor velen.”

Swings richt zich volgend seizoen vooral op de olympische 1.500 meter, zoals de meeste schaatsers zich specialiseren. De Rus Ivan Skobrev, die voor het eerst sinds zijn winst op EK en WK 2011 klasse toonde op een allroundtoernooi, wilde niet eens starten op de tien kilometer. Allrounden is niet olympisch en op de langste afstand heeft hij niets te zoeken, vond de Rus. Uiteindelijk reed hij toch, om als vijfde te eindigen. „Een vervelend kindje”, sprak de Russische coach Kosta Poltavets over zijn kopman.

Geen allroundschaatsen meer in Rusland? Dan is de toekomst altijd nog aan Nederland, Noorwegen en België.