Dit is een artikel uit het NRC-archief

Sport

Kerk

Het was gisteren 13 graden aan de Italiaanse bloemenkust maar door een venijnige wind waren mijn handen toch koud geworden. Ik liep op de Poggio, de heuvel waar het profpeloton over moet in de finale van de klassieker Milaan-Sanremo. Een schietgebedje voor Pistorius leek me op zijn plaats Halverwege de klim was een doodlopend zijweggetje

Het was gisteren 13 graden aan de Italiaanse bloemenkust maar door een venijnige wind waren mijn handen toch koud geworden. Ik liep op de Poggio, de heuvel waar het profpeloton over moet in de finale van de klassieker Milaan-Sanremo.

Een schietgebedje voor Pistorius leek me op zijn plaats

Halverwege de klim was een doodlopend zijweggetje dat uitkwam bij een kerkje. Ik stapte binnen, ging op de laatste bank zitten en stopte mijn vingers onder mijn dijbenen.

Er was niemand. Dat was lang geleden, zitten en nadenken op een kerkbank. Voor wie moest er iets gepreveld worden?

Vlak voor mijn vertrek naar Italië had ik Havard Bøkko de 500 meter veel sneller zien rijden dan Sven Kramer. Het was voor de Noorse schaatser geen reden om zijn borst naar voren te duwen. Integendeel, hij liet weten dat Kramer het WK allround toch wel zou gaan winnen.

Slapjanus, die Bøkko. Een weesgegroetje voor de Noor.

Op de roze pagina van Gazzetta dello Sport had ik eerder op de dag kleurenfoto’s van Oscar Pistorius gezien. De paralympische held zonder benen. Geen kangoeroe-achtige vlucht op zijn blades. Pistorius stond doodstil in de rechtszaal. Met een hoofd gebogen huilde de atleet terwijl de rechter voorlas dat hem moord op zijn vriendin ten laste werd gelegd. Een leven zonder onderbenen en mét pistool? Ik kon me er geen voorstelling bij maken.

Links in een nis stond een stenen Maria. Ik probeerde haar gedachten te lezen maar ze keek de andere kant op. Een schietgebedje voor Pistorius leek me op zijn plaats.

Ik keek om me heen. Achter in de hoek stond een biechtstoel met open gordijn. Het idiote idee dat het peloton daar voorbij ging razen, de eindstreep op luttele kilometers. Een gruppo compatto vol spijtoptanten en frisse, schone jongens.

Als ik het peloton van de afgelopen decennia moest vergeven, kreeg ik een houten kont in de kerk. Dat biechten moesten ze vooral lekker zelf doen. Misschien konden ze een week in conclaaf in de Sixtijnse Kapel? En het wielervolk buiten maar tevergeefs wachten op een witte rookpluim.

Mijn vingers waren weer warm genoeg om secuur op de kleine toetsen van mijn telefoon te tikken. Geloof het of niet, maar het bereik in de katholieke kerk was uitstekend. Ik zocht een sportsite op. Mijn club had verloren van PEC Zwolle. Een binnensmondse vloek voor Feyenoord.

Ik stond op en liep naar buiten. De zon was al flink gezakt. Boven op de Poggio keek ik naar de gevaarlijke afdaling met haarspeldbochten, tussen de glazen kassen door. In de verte lag Sanremo, met de oude aankomststraat van de voorjaarsklassieker. Via Roma.

In 1950 arriveerde de vrome renner Gino Bartali daar solo. Op de hoek van de straat zag hij zijn moeder tussen het publiek staan. Hij zwaaide uitbundig en reed toen over de finish.

Een mooi verhaal. Ik geloof het nog ook. Ik geloof alles. Voor één keer.