Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

‘Ik maak keuzes, dat maakt van mij een schietschijf’

Sinds 1 januari is Bart De Wever de spraakmakende burgemeester van Antwerpen. Hij bepaalt het politieke debat in België. Zijn partij N-VA wil een onafhankelijk Vlaanderen. „Mensen worden door de andere partijen bang gemaakt en daar is bij Vlamingen niet zo veel voor nodig.”

Bart De Wever: „Collega’s denken dat ze met hun argumenten niet tegen ons op kunnen.”
Bart De Wever: „Collega’s denken dat ze met hun argumenten niet tegen ons op kunnen.” Foto Filip Van Roe/Reporters

Bart De Wever, de populairste politicus van Vlaanderen en sinds begin dit jaar burgemeester van Antwerpen, wordt bedreigd. Op de Vlaamse televisie waarschuwde hij eerder deze maand voor een ‘Pim Fortuynachtige situatie’. Er was ophef ontstaan over uitspraken van hem in De Standaard: dat een neutrale uitstraling van ambtenaren achter het loket in Antwerpen ook betekent dat homo’s geen regenboog-T-shirt mogen dragen.

De Wever is de leider van de grootste politieke partij in België, de Vlaams-nationalistische N-VA die wil dat Vlaanderen onafhankelijk wordt – in Vlaamse peilingen groeit de partij naar bijna 40 procent. In zijn werkkamer in het stadhuis zegt hij dat hij meteen spijt had: hij had Fortuyn niet moeten noemen.

„Dat was wel heel dramatisch. Maar ik ben ook maar een mens en soms is het emmertje vol. Ik vind dat er een gevaarlijke cocktail ontstaat: collega’s die beter weten, zeggen dat ik met mijn partij thuishoor in de jaren dertig. Halve garen die mij en mijn gezin met geweld en de dood bedreigen, horen dat ook. Het is bizar, ik ben zo manifest onschuldig. En als het elke keer wordt herhaald, krijgt het iets kafkaiaans.”

Nu wordt u beveiligd?

„Daar mag ik niks over zeggen. Dat is hetzelfde als een inbreker vertellen hoe je huis beveiligd is, maar het antwoord is ja.”

Verwijt u het de andere partijen?

„Het is geen verwijt, maar een reality check: beseft iedereen wat men aan het oproepen is? Er is een gespannen sfeertje rond de partij en mijzelf. Velen zouden willen dat de N-VA in 2014 (bij de federale en regionale verkiezingen, red.) géén succes boekt. Collega’s denken dat ze met hun argumenten niet tegen ons op kunnen. De partijen in de regering van Di Rupo hebben niet het idee dat ze het met hun beleid nog kunnen omkeren. Dan blijft alleen de aanval over. Je ziet een opbod, een trein die vertrekt in Twitterland en iedereen springt erop. De ene komt met: het is onaanvaardbaar wat De Wever zegt. De ander: het is niet alleen onaanvaardbaar, het is een schande. En de derde: De Wever is een misdadiger en eigenlijk een fascist.

„Ik ben een uitgesproken politicus. Heel veel politici, ook bij jullie, doen statements in het luchtledige waarvan het tegendeel niet te verdedigen is. Ik maak keuzes waarmee je het eens of oneens kunt zijn. Dat maakt van mij een makkelijke schietschijf.”

U zei op televisie dat u op de NOS-website werd afgeschilderd als homofoob. Dat raakt u?

„Ja, ik vond het ontmoedigend. Je ziet dat het politieke spel de stad schade toebrengt. Wij proberen Antwerpen een homovriendelijk imago te geven, we organiseren deze zomer de Outgames, we hopen dat mensen met een goeie indruk naar huis gaan en terugkomen om zaken te doen, te investeren of als toerist. We pakken het geweld tegen homo’s aan. En het enige wat ik heb gedaan is uitleggen wat neutraliteit precies inhoudt.

„Al zes jaar geleden, onder socialistisch bestuur, kwam er een dienstnota uit: ambtenaren aan het loket mogen niet hun voorkeur tonen voor een religie, politieke partij, sportclub, vakbond en dan staat er puntje, puntje, puntje. En ook dat je geen HIV-speldje mag dragen. Het is een dresscode. Het heeft mij altijd geweldig gestoord dat het een hoofddoekverbod werd genoemd. Na 9/11 is de angst voor de islam politiek geëxploiteerd. Wat ik in de krant zei, was grappig bedoeld: stel dat je een ambtenaar hebt voor achter het loket met een hoofddoek, een T-shirt met ‘eigen volk eerst’ die ook nog laat zien dat ze lesbienne is.”

U vindt Nederland belangrijk?

„Ja, ongeveer mijn hele schoonfamilie woont er. Ik voel mij cultureel ook het meest verbonden met Nederland. Maar Nederlandse media interesseren zich niet zo voor de zuidelijke Nederlanden, ze komen alleen als er iets spectaculairs is.

„En ik weet niet hoe het bij jullie is, maar hier wordt iets pas echt serieus genomen als het in buitenlandse media staat. Ik kan elke dag hetzelfde zeggen in een binnenlandse krant, maar als ik het in het buitenland zeg, is het opeens: ‘oef!’

„Dat zegt iets over de Vlaming: wij zijn kampioenen in culturele zelfschaamte, al sinds de scheiding der Nederlanden in de zestiende eeuw toen de intelligentsia en culturele bovenlaag naar het noorden trok. Vanaf die tijd zien wij onszelf als katholiek, achtergebleven gebied dat in duisternis leeft. Maar dat is nu 400 jaar geleden, ik vind: get over it.”

U werd door de Britse premier Cameron ontvangen in Londen. U spreekt hem soms in Brussel. Zou u ook zo willen omgaan met Mark Rutte?

„Cameron ontving mij als partijleider. Hij wilde mij leren kennen en natuurlijk is het aangenaam om Downing Street 10 binnen te gaan. Als historicus weet ik wie mij is voorgegaan en dat het een grote erkenning is. Nederland is voor ons een referentie: we zien dat partijen ook verkiezingen kunnen winnen als ze moeilijke keuzes maken. Het zal niet gezellig zijn in de Nederlandse regering, met zoveel besparingen. Maar er wordt structureel ingegrepen in het sociaal-economisch weefsel om de concurrentiekracht te herstellen. Er wordt niet geprutst met kleine maatregelen zoals bij ons.

„Ons land sleept zich voort van de ene non-hervorming naar de andere non-begroting. Natuurlijk zou het voor mij goed zijn om eens met Mark Rutte samen te komen, maar er zit wel wat in de weg.”

Wat precies?

„De verkaveling in de politiek. Maatschappelijk zijn we christen-democratisch en economisch eerder liberaal, we zouden banden kunnen onderhouden met CDA en VVD. Maar als we in het verleden een afspraak hadden met een CDA’er, werd die soms op het laatste moment nog afgezegd. We wisten dan dat CD&V (de Vlaamse christen-democratische partij, red.) had ingegrepen. Als ik Rutte zou willen zien, zal er op tijd een telefoontje komen van de liberale Open VLD: ‘Die man moet je niet ontvangen.’”

Heeft u wel contact met politici in Nederland?

„Ja, ik stop veel tijd in politieke en diplomatieke contacten met Nederland en Duitsland, omdat ik weet dat het nodig is. Ik hoef er niet op te rekenen dat andere Vlaamse politici mijn reputatie oppoetsen. Maar het blijft onder de radar. Er gaat heel wat aan vooraf voordat er een hoogmis wordt georganiseerd: een ontmoeting met de pers erbij.”

U wilt graag samenwerking met Nederland, ook voor Antwerpen?

„We zijn met onze havens allebei een logistieke draaischijf. Je kunt van een concurrentiemodel blijven uitgaan, maar je kunt ook kijken waar de ‘win win’ zit. Als je blijft proberen om elkaars scheepverkeer af te pikken, spelen grote bedrijven ons tegen elkaar uit. Waarom zou je niet nagaan waar de synergie zit?

„In de samenwerking met Nederland moet je niet met grote theorieën komen, want dan gaat het over de Groot-Nederlandse gedachte en ben je snel klaar. Ik vind persoonlijk de scheiding der Nederlanden in de zestiende eeuw een jammerlijke gebeurtenis. Als we hadden kunnen samenblijven of als de hervereniging zich in de negentiende eeuw had kunnen voortzetten, waren we vandaag beter af. Maar 400 jaar gescheiden ontwikkeling leidt ertoe dat we nu twee bevolkingen zijn, gescheiden door dezelfde taal.”

De Nederlandse regering wil graag meer samenwerken met Vlaanderen.

„Iedereen zegt dat altijd bij een bezoek of plechtige gebeurtenis. Maar wat volgt daarna? Waar is het idee gebleven dat de Benelux voortrekker is in de Europese integratie? Ik denk dat wij voor Nederland nog vaak dat exotische, bourgondische, half-Latijnse land zijn waar je graag gaat eten en recreëren, maar dat verder dichtbij en toch veraf is.”

Minister van Buitenlandse Zaken Timmermans had het vorige week in Brasschaat over uw idee om van België een confederatie te maken. Hij zei: ‘Dan moet je niet stiekem toch het staatsbestel losmaken’. Hij vertrouwt uw bedoelingen niet?

„Hij zal zijn ingelicht door zijn ideologische vrienden, de Vlaamse socialisten. Wij stellen het confederalisme voor als paradigmaverandering. Vlaanderen en Wallonië hoeven niet meer te vragen om autonomie, we draaien het om: wat doen we nog wél samen?

„We zijn er altijd klaar en duidelijk over geweest waar we naartoe willen op lange termijn, maar ook over de manier waarop we aan politiek willen doen: fortiter in re, suaviter in modo. Krachtig in de doelstellingen, zacht in de methode. We zijn nooit uit geweest op een revolutie.

„Maar mensen worden door de andere partijen bang gemaakt en daar is bij Vlamingen niet zo veel voor nodig: grote politieke omwentelingen zijn niet aan ons besteed. Wij gaan dan eerst iets drinken, iets eten en we zien wel.”