Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Historisch protest Singapore

Onvrede over immigratie zorgde voor de grootste betoging in Singapore sinds 1965. De bevolking voelt zich verdrukt door nieuwkomers uit China.

Singaporeans gather at their speakers' corner in a protest against a paper passed in parliament last week that suggests continued immigration that would raise the total population to 6.9 million by 2030, a 30 percent increase, on Saturday Feb. 16, 2013 in Singapore. The paper was aimed at alleviating the falling birth rate and aging population has been met with much criticism as Singapore copes with a swell of immigrants that already tax current infrastructure and has caused much unhappiness among citizens. (AP Photo/Joseph Nair)
Singaporeans gather at their speakers' corner in a protest against a paper passed in parliament last week that suggests continued immigration that would raise the total population to 6.9 million by 2030, a 30 percent increase, on Saturday Feb. 16, 2013 in Singapore. The paper was aimed at alleviating the falling birth rate and aging population has been met with much criticism as Singapore copes with a swell of immigrants that already tax current infrastructure and has caused much unhappiness among citizens. (AP Photo/Joseph Nair) AP

Tony Tan houdt echt van zijn Singapore, maar zo kan het niet langer. Nog steeds is Tan trots dat hij decennialang voor Singapore Airlines mocht vliegen. Elke keer dat hij met zijn volle Boeing opsteeg, droeg hij bij aan het opbouwen van de economie en welvaart van de Aziatische stadstaat. Hard werken, dienstbaar zijn en niet klagen, zijn belangrijke eigenschappen voor Singaporezen, zegt de zestigjarige Tan. „Maar het model waarmee wij rijk zijn geworden, is defect. Singapore raakt te vol en haalt te veel buitenlanders binnen. De regering doet er alles aan om de groeicijfers hoog te houden, maar negeert Singaporezen. Dat kan niet. Een vader kan niet zijn eigen kind verhongeren en tegelijk vijf adoptiekinderen aannemen”, zegt hij.

En daarom deed Tan iets wat voor Singaporezen bijna ondenkbaar is: demonstreren. Afgelopen zaterdag trok hij, gewapend met megafoon en een vlammende toespraak, naar Speakers’ Corner: de enige door de overheid goedgekeurde vrijplaats voor meningsuiting in het strak gecontroleerde Singapore. Tan was niet de enige: tussen de 2.000 (schatting staatsmedia) en 4.000 (schatting organisatie) Singaporezen uitten hun onvrede. De betoging was de grootste sinds de onafhankelijkheid in 1965.

Voor een buitenstaander is de welvaart op straat moeilijk te rijmen met de onvrede bij Speakers’ Corner. Singapore is een van de grootste economische en maatschappelijke succesverhalen van de afgelopen vijftig jaar. Na Luxemburgers en Qatari is er geen bevolking die gemiddeld zo veel verdient (ruim 60.000 Amerikaanse dollar per jaar) als Singaporezen. Het hypermoderne en fijnmazige metronetwerk werkt vlekkeloos, is schoon en snel. Scholen behoren tot de beste van de wereld. De winkelcentra barsten in het weekend uit hun voegen met etende en shoppende Singaporezen die om de minuut een blik werpen op hun smartphone, die in verbinding staat met het gratis wifi-netwerk. De eindeloze rijen gesubsidieerde flatgebouwen buiten het centrum zijn groot, massaal en monotoon, maar ook modern, voorzien van winkels en restaurants en altijd in de buurt van een bushalte of metrostation.

Het mikpunt van kritiek zijn de plannen die de regering vorige maand aankondigde om de bevolking te laten groeien van 5 miljoen inwoners nu tot 6,9 miljoen in 2030. Het grote probleem volgens de regering is dat Singapore vergrijst. „Voor meer dan 900.000 babyboomers, een kwart van het aantal staatsburgers, breken de zilveren jaren aan. Gezien onze lage geboortecijfers zal de bevolking zonder nieuwe immigranten vanaf 2025 krimpen”, aldus de regering in het witboek.

De rappe modernisering van steden als Bangkok en Kuala Lumpur betekent dat de dominante positie van Singapore als dé Zuidoost-Aziatische vestigingsstad wankelt. Alleen als Singapore een dynamische en innovatieve economie heeft, zal de stadstaat aantrekkelijk blijven, vindt de regering. Maar om te groeien zijn immigranten nodig, anders zijn er simpelweg niet genoeg werknemers. Van de 6,9 miljoen inwoners in 2030 zullen drie miljoen uit het buitenland komen, hoopt de regering.

De regering vindt het witboek van zulk fundamenteel belang voor de toekomst van de stadstaat, dat de 89-jarige oud-premier Lee Kuan Yew deze maand het debat in het parlement bijwoonde, terwijl Lee zich nog zelden in het openbaar laat zien. Momenteel herstelt de grondlegger van het moderne Singapore van een lichte attaque.

Mocht Lee de reacties op de plannen meekrijgen, dan moet hij constateren dat de weerstand tegen zijn succesvolle staatsmodel groeit. De macht van zijn People’s Action Party wankelt niet, maar de oppositie doet het steeds beter in verkiezingen. Vorige maand verloor de PAP bij tussentijdse verkiezingen een zevende zetel aan de Worker’s Party, een teken dat Singaporezen bereid zijn een politiek alternatief te overwegen. „Nog nooit was de kritiek op de regering zo hevig en emotioneel. Ik weet dat het onderwerp leeft, maar onvrede durven uiten ligt gevoelig” zegt Gilbert Goh, maatschappelijk werker en organisator van de demonstratie, met een grote glimlach. „Ik had tweehonderd mensen verwacht. Dit is geweldig”, zegt hij wijzend op de menigte, waar jong en oud, en waar Singaporezen van Chinese en Indiase komaf aanwezig zijn.

Op het podium passeren de sprekers. Een vrouw van begin twintig zegt in kostschool-Engels dat ze in het buitenland heeft gestudeerd, maar terugkwam omdat ze zich in Australië „een tweederangs burger” voelde. Maar nu ze thuis is en een baan heeft, wil ze weer weg. „Het lijkt wel hoe harder ik werk, des te minder ik verdien. Kosten stijgen alleen maar. Ik durf niet eens te denken aan het hebben van kinderen. Dat kan ik nooit betalen”, zegt ze.

Een tweede vrouw krijgt een daverend applaus als ze roept dat Singaporezen inmiddels zo hoog opgeleid zijn dat ze verantwoord met mensenrechten om kunnen gaan. „Geef ons inspraak. Geef ons een stem. Is de regering werkelijk bang voor hetgeen wij zouden besluiten?” De menigte joelt of probeert met paraplu in de hand te klappen. Een jongen verhaalt hoe zijn baas boos werd omdat hij te laat was op werk. De reden? „De eerste metro zat vol en de tweede had vertraging. Er kunnen niet nog meer mensen bij.”

De termen ‘mensen’ en ‘buitenlanders’ zijn wettelijk afgedwongen eufemismen. Het is verboden kwetsende woorden te spreken over minderheden. Maar iedereen weet wat bedoeld wordt: Chinezen. In een openbare wc, niet ver van Speakers’ Corner, staat de kern van de boodschap op de deur gekalkt: ‘Fuck the PAP and fuck the PRC.’ PAP is de regeringspartij en PRC staat voor People’s Republic of China.

Het ontgaat spreekstalmeester en oppositiepoliticus Kwan Yue Keng niet dat het sentiment tegen buitenlanders paradoxaal is. „Onze voorvaderen kwamen 180 jaar geleden uit India en China. Ze waren straatarm en wilden de spiraal van armoede doorbreken. De koloniale Britse heerser buitte hen uit. Dat deerde niet, want onze voorvaderen hebben van een bebost eiland een welvarende stad gemaakt. Wij mogen niet worden zoals onze koloniale heersers. Het is niet dat wij xenofoben zijn. Wij houden van Chinezen, maar wij gebruiken hen niet. Singapore mag dan wel een maatschappij met immigranten zijn, wij wensen geen immigrantenmaatschappij te worden.”