Dit is een artikel uit het NRC-archief

Zorg

Het gen voor zweet en dik haar

Oost-Aziaten danken hun dikke haar en bredere snijtanden aan één genmutatie van meer dan 30.000 jaar oud. Wat het nut is, is niet duidelijk.

Chinese politieagenten vegen zweet van hun gezicht bij een ceremonie tijdens de Olympische Spelen in Beijing in 2008.
Chinese politieagenten vegen zweet van hun gezicht bij een ceremonie tijdens de Olympische Spelen in Beijing in 2008. Foto AFP

Door veranderingen in één gen kregen mensen in centraal China ruim 30.000 jaar geleden dikkere haren, meer zweetklieren, en snijtanden met bredere randen. Vrouwen kregen kleinere borsten.

Dat schrijft een groep voornamelijk Amerikaanse wetenschappers in het laatste nummer van Cell (14 februari) na een genetische analyse van ruim duizend individuen over de hele wereld. De mutatie wordt nu aangetroffen in grote delen van Oost-Azië en bij de oorspronkelijke bewoners van Amerika.

De timing van de mutatie is opmerkelijk, omdat juist tussen 30.000 en 40.000 jaar geleden de moderne mens Oost-Azië binnentrok. De oudst bekende moderne mens in dat gebied, uit de Tianyuan Grot, is ongeveer 38.000 à 40.000 jaar oud.

Uit de genetisch analyse blijkt dat de mutatie geen toevallige verandering is geweest, maar het gevolg van strenge selectie. Maar waarom die lichamelijke aanpassingen nuttig zouden zijn geweest is onduidelijk. Misschien bood de genetische mutatie vooral een voordelen in het relatief warme, vochtige weer in China tussen 40.000 en 32.000 jaar geleden, aldus de onderzoekers. Mensen die op jacht grote afstanden moesten afleggen waren in het voordeel als ze hun warmte beter kwijtraakten, door meer te zweten. De aanpassingen aan de haren, het gebit en de borsten zouden dan bijeffecten zijn. Daar staat tegenover dat het klimaat tussen 32.000 en 15.000 jaar geleden in China wel koeler en droger werd. Dan zouden intensief zwetende mensen juist in het nadeel zijn, want ze raken snel veel vocht kwijt.

Er waren al eerder aanwijzingen dat het betreffende gen (EDAR370A) bij mensen zorgt voor onder meer dikker haar en breder gerande snijtanden. Om meer te weten te komen over alle lichamelijke functies waarbij dit gen een rol speelt, plaatsten de onderzoekers het stuk DNA in muizen, waar van te voren de muizenvariant van dit gen uit was verwijderd. Ook de aangepaste muizen kregen dikker haar en meer zweetklieren. Hun borstklieren hadden meer vertakkingen en bevatten minder vetweefsel. De randen van hun snijtanden werd overigens niet breder.

De onderzoekers stellen voor om meer van deze evolutionair belangrijke genen te onderzoeken in muizen. Dat kan nu makkelijker, omdat in hetzelfde nummer van Cell een andere groep onderzoekers de resultaten publiceert van een grote genetische analyse onder 179 individuen afkomstig uit vier populaties: Nigerianen, Amerikanen van Europese afkomst, Han Chinezen en Japanners. De wetenschappers hebben nauwkeuriger dan ooit vastgesteld welke gebieden in het DNA onder evolutionaire druk zijn veranderd. Daarbij zitten veel genen die een rol spelen in het afweersysteem. Een voorbeeld zijn genen die voor een betere bescherming zorgen tegen de bacteriën die lepra en tuberculose veroorzaken.

Evolutionaire selectie bleek ook van invloed op genen die samenhangen met huidskleur en lichaamsgrootte. Dat was ook het geval voor veel stukken DNA die zelf niet coderen voor een eiwit, maar die beïnvloeden óf, en hoe vaak, een gen wordt afgeschreven.