Generatiekloof Van solidariteit met jongeren is nu al geen sprake meer

Ze hebben de hoogste inkomens en bezitten de mooiste huizen. Maar ouderen laten meebetalen aan de crisis? Ondenkbaar.

50Plus, de partij van Henk Krol, vaart wel bij dat standpunt. Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, komt de ouderenpartij met zestien zetels in de Kamer, peilde Maurice de Hond gisteren. TNS NIPO kende 50Plus vorige week zelfs 24 zetels toe.

Ouderen, zegt Krol, worden al „aan alle kanten gepakt”. En als mensen anders beweren, dan haalt Krol zijn schouders op. Of, zoals hij laatst in een interview zei: „Ik ben niet iemand van de cijfertjes.” Zou Krol wel naar die cijfertjes kijken, dan zou hij zien dat juist jongere generaties het moeilijk hebben.

Initiatieven voor actie onder ‘40-minners’ zijn er wel geweest, zoals jongerenbeweging G500, Alternatief Voor Vakbond, Partij 2030, Lijst 17. Maar ze sneuvelden een voor een.

Waarom? Omdat het enige dat deze jongeren en dertigers bindt het feit is dat ze nergens aan verbonden zijn. Geen eerdere generatie bestond uit zulke zelfstandige, mondige individuen. De keerzijde van die splendid isolation is dat ze niet voor de ander opkomen. De politieke participatie onder jongeren en dertigers, zo blijkt uit alle onderzoeken, is al jarenlang mager. Onder 40-minners bevinden zich verreweg de meeste niet-stemmers. Qua wantrouwen tegen de politiek overtreffen jongeren de ouderen. En ook de vakbonden zijn vergrijsd. Dus verliezen ze hun stem bij het overleg tussen de sociale partners, waar het geld wordt verdeeld.

Intussen hebben 50-plussers optimaal geprofiteerd van de economische groei en de verzorgingsstaat. Zij hebben gemiddeld de hoogste inkomens. Na het pensioen ontvangen ze bovenop de AOW in de meeste gevallen een relatief hoog aanvullend pensioen. Bovendien bezitten ze vaak in tegenstelling tot hun kinderen een afbetaald, sterk in prijs gestegen huis.

Van de 65-plussers heeft 3 procent een inkomen onder de armoedegrens, tegenover 7 procent van de volwassenen tot die leeftijd. Vijftigplussers zijn niet alleen rijker dan 40-minners, ze hebben ook meer politieke invloed. Vakbonden hebben jarenlang met succes de versoepeling van het ontslagrecht tegengehouden. De AOW-leeftijd ging pas na lang gesteggel omhoog. En dan nog met kleine stapjes.

Henk Krol mag anders beweren, maar het zijn toch echt jongeren die de rekening betalen. Gemiddeld verdienen 40-minners minder en hebben ze minder zekerheden dan dezelfde generatie tien, twintig jaar geleden. Starters hebben de laatste jaren minder kans gekregen op een vast contract. Veroordeeld tot tijdelijke werkverbanden blijven zij ook langer minder verdienen dan hun voorgangers. „Ze krijgen geen vaste baan, maar ook geen opslag voor het risico dat samengaat met wat zo mooi ‘flexibilisering’ wordt genoemd”, aldus SCP directeur Paul Schnabel onlangs in NRC.

Jonge gezinnen vormen een kwetsbare groep. Ouders moeten vaak beiden werken om te kunnen rondkomen. Het eigen huis is meestal gekocht in de duurste jaren, waardoor de gezinnen zijn opgezadeld met een restschuld. Kinderopvang is fors duurder geworden. En het besteedbaar inkomen staat flink onder druk vanwege de opstapelende vaste lasten: zorgverzekering, AOW, telefoon, energie, studieschuld.

De groep van 750.000 ZZP’ers, veelal 40-minners, zijn er al aan gewend minder te verdienen door de crisis. Zij deden de laatste jaren minder opdrachten tegen lagere tarieven. Sociale zekerheid hebben ze niet. Zet daar de (vaak oudere) werknemers met een vaste baan tegenover: die hebben meestal niets hoeven inleveren op hun salaris en maken ook minder kans op ontslag, omdat het voor werknemers erg duur is vaste werknemers te ontslaan.

En ook de vooruitzichten voor studenten zijn niet rooskleurig. Door bezuinigingen staat de kwaliteit van het onderwijs onder druk en het kabinet wil de basisbeurs omzetten in een lening, maar studenten uit een gezin met een minimuminkomen behouden de aanvullende beurs van 200 euro. Studenten worden dus opgezadeld met een hoge studieschuld en krijgen er iets voor terug dat ze toch al hadden. Want we houden het wel sociaal, zegt de generatie die twaalf jaar over zijn studie kon doen zonder hoge kosten.

Op riante pensioenen hoeven twintigers en dertigers evenmin te rekenen. Ze betalen al veel meer premie dan hun ouders voor een soberder pensioen. De pensioenfondsen keren babyboomers nog vier tot zes euro uit voor elke ingelegde euro, maar jongere generaties kunnen maar op zo’n twee euro rekenen, becijferde Martin Pikaart, auteur van De pensioenmythe. Moeten ouderen misschien een beetje pensioen inleveren? Wat later met pensioen gaan? Wie dat ronduit zegt wordt ervan beschuldigd de ‘solidariteit tussen de generaties’ in gevaar te brengen.

Alsof die nog intact was.