Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Europa zonder visie

Constructief optreden. Dat is het sleutelbegrip bij de Europa-politiek die het tweede kabinet-Rutte voorstaat. Dit vergt consistentie, compromisbereidheid en het zorgvuldig werken aan duurzame coalities, zo valt te lezen in de notitie die het kabinet vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde.

Dat klinkt vertrouwd. Ook het kabinet-Rutte I (VVD-CDA), dat slechts kon opereren met gedoogsteun van de anti-Europese PVV, had het over Europa als „realiteit” waarmee het op een „realistische en doelgerichte wijze” wilde omgaan. Ook dat kabinet had het over de noodzaak van meer Europa waar dat in het belang van Nederland was, en geen Europa waar dat niet nodig was. Precies zoals het nieuwe kabinet stelt.

Als er sprake is van een verschil tussen het eerste en tweede kabinet-Rutte, zit hem dat in de mentaliteit. En dan straalt de Europa-notitie van het nieuwe kabinet, waarin de persoonlijke penvoering van minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) op sommige plekken duidelijk valt te herkennen, zeker een andere atmosfeer uit. Niet een waarbij de premier met ‘een geladen pistool’ naar onderhandelingen in Brussel zal afreizen, zoals hij wel deed tijdens zijn eerste kabinet. Europa heet nu een project van 27 landen te zijn waarbij het kabinet kiest voor een „actieve opstelling in het centrum van de Europese besluitvorming”.

Teleurstellend is dat vergezichten hierbij doelbewust worden vermeden. Het Europa-beleid dat het kabinet voorstaat, kenmerkt zich door een grote mate van pragmatisme en voorzichtigheid. „Het willen voorspellen hoe de EU er over dertig jaar of zelfs vijftien jaar uitziet, zou neerkomen op veredeld giswerk”, schrijft Timmermans. Maar het gevolg van dit ultieme realisme is wel dat er een tamelijk visieloos stuk is ontstaan.

Het kabinet mag dan wel vinden dat het debat over het einddoel van Europa „verlammend” kan werken, maar zo’n debat schetst tegelijkertijd wel helderheid. Want is de kritiek op Europa onder brede lagen van de bevolking niet juist dat niet duidelijk is waar Europese samenwerking eindigt? Het zich al maar verder verenigende Europa vraagt om een eerlijk verhaal.

De gezamenlijke munt leidt tot gezamenlijke economische politiek en dus tot verlies aan soevereiniteit. De Bankenunie is bijna een feit, tot welke volgende stap leidt de veel gepredikte Europese coördinatie? En waar ligt nu eigenlijk de fysieke grens van Europa? Is dat met of zonder een volledig lidmaatschap van het bijna 80 miljoen inwoners tellende Turkije?

Het kabinet wil blijkens de titel van de notitie „Bruggen slaan in Europa”. Maar het was beter geweest als het had duidelijk gemaakt naar welk Europa.