Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

EU-budget slecht voor Hollandse boer

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

De Europese leiders werden het op 8 februari in Brussel eens over de EU-begroting voor de periode 2014-2020: het budget wordt verkleind naar 960 miljard euro. Er gaat fors minder geld naar landbouw: van 421 miljard euro (periode 2007-2013) naar 373 miljard. Nog dezelfde avond stond op de site van de NOS: „Volgens LTO Nederland krijgen Nederlandse boeren 8 tot 9 procent minder van Brussel. Frankrijk en Duitsland zouden zo’n 1 procent worden gekort. Volgens LTO is de beslissing slecht voor de concurrentiepositie van Nederlandse boeren.” LTO is de belangenorganisatie van Nederlandse boeren en tuinders.

We checken of de nieuwe EU-begroting nadelig is voor de concurrentiepositie van de Nederlandse land- en tuinbouwsector.

En, klopt het?

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) voor de EU bestaat uit twee pijlers: de eerste is directe inkomenssteun en marktmaatregelen, de tweede plattelandsontwikkeling. In de nieuwe EU-plannen is voor de periode 2014-2020 278 miljard euro gereserveerd voor marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen. Voor plattelandsbeleid is in totaal 85 miljard euro begroot.

Wat betekent dat voor de Nederlandse boer? Op het gebied van directe inkomenssteun en marktmaatregelen gaat Nederland geleidelijk terug, van 831 miljoen euro in 2013 naar zo’n 735 miljoen in 2020 – een verlies van 11,5 procent. Dit is op basis van een voorlopige raming van het ministerie van Financiën. Hoeveel Duitsland en Frankrijk er op achteruitgaan konden we niet achterhalen: zowel een woordvoerder van de Europese Commissie als een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken in Den Haag kon de cijfers op dit moment nog niet geven. Wel is het zeker dat Duitsland en Frankrijk relatief minder inleveren dan Nederland.

De Nederlandse verlaging op het gebied van rechtstreekse inkomenssteun is een gevolg van de daling van het gehele EU-budget. Daarnaast heeft een herverdeling van het landbouwbudget over de lidstaten plaatsgevonden. Een aantal Oost-Europese landen kreeg in de afgelopen periode veel minder directe betalingen dan het Europees gemiddelde (per hectare); Nederland – en bijvoorbeeld ook België – juist meer. Dat wordt nu meer gelijkgetrokken.

De gevolgen voor het Nederlandse budget voor plattelandsbeleid (tweede pijler van het GLB) worden pas later bekendgemaakt. Wel is nu al te zeggen dat Nederland indirect geraakt wordt. Diverse lidstaten krijgen extra geld toegewezen voor plattelandsontwikkeling. Zo ontvangt Italië 1,5 miljard euro, Frankrijk 1 miljard, Oostenrijk 700 miljoen, Spanje 500 miljoen, België 80 miljoen en Luxemburg 20 miljoen. Nederland krijgt geen extra geld. In totaal gaat het om 5,5 miljard euro. Dit bedrag moet komen uit het totale budget voor plattelandsbeleid van 85 miljard, waardoor voor de overige landen minder beschikbaar is.

Het staat vast dat Nederland op verschillende punten meer inlevert dan omringende landen; hoeveel precies valt in dit stadium nog niet te zeggen. Verslechtert daarmee ook de concurrentiepositie van de Nederlandse boer? Ja, want ten opzichte van de huidige GLB-ontvangsten is de nieuwe begroting nadelig voor Nederland – in vergelijking met andere lidstaten.

Wel moet worden aangetekend dat de hoogte van de inkomstensteun slechts één van de factoren is die de concurrentiepositie bepaalt, mailt een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken. „De kosten van productiefactoren als grond, arbeid en kapitaal, en het verder versterken van innovatie in de landbouw en in het agrocomplex, spelen ook een rol. Dit in combinatie met een goede (kennis)infrastructuur en een gunstige geografische ligging.”

De NOS schreef op basis van brancheorganisatie LTO dat de concurrentiepositie van de Nederlandse boer verslechtert door de nieuwe EU-begroting. De Nederlandse landbouwer krijgt minder directe inkomenssteun: het budget daalt van 831 miljoen euro in 2013 naar zo’n 735 miljoen in 2020. Nederland wordt harder geraakt dan omringende landen. De concurrentiepositie van de Nederlandse land- en tuinbouwsector gaat daardoor achteruit. Wel is het zo dat de (verminderde) inkomstensteun slechts één van de factoren is die de concurrentiepositie bepaalt. next.checkt beoordeelt de stelling daarom als grotendeels waar.

next checkt verder nog // ‘De Bible belt is pas veertig jaar oud’

Ook een bewering langs zien komen die je wilt laten checken? Mail naar nextcheckt@nrc.nl