Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Een monument laat je niet over aan het toeval

De staat zorgt voor monumenten – ook als hij er niet in woont. Laat hem z’n verantwoordelijkheid nemen, betoogt Marita Mathijsen.

Vierendertig monumenten wil de Rijksdienst voor Monumentenzorg afstoten. Noodzakelijk, want de economische crisis noopt ons tot bezuinigingen en dus moet de overheid taken afstoten. Tenminste, dat wordt ons voorgehouden. Alsof een geniepig leger ratten zijn intrek heeft genomen in de oude gebouwen. Daar knagen ze aan de funderingen. Alleen, de ratten zijn geen echte knaagdieren, maar vertegenwoordigen de ‘Openbare Mening’.

Die Openbare Mening vindt dat de bezuinigingen moeten beginnen bij cultuur, want dan vallen de minste slachtoffers. Protesten leveren niets op. Ja, het is heel jammer als het Compagnietheater wordt opgeheven. Maar in deze tijd kunnen we ons niet meer permitteren wat we ons tien jaar geleden konden permitteren. En wat heb je nou liever: dat er geld naar kankeronderzoek gaat of naar de redding van een kerk. waar we er toch al zoveel van hebben? De rat van de Openbare Mening.

Hij knaagt aan Naarden Vesting, Trompenburgh, de ruïne van Brederode, het grafmonument van Piet Hein, de Grote Kerk van Veere, het Westfries Museum in Hoorn. Met die 34 monumenten kan het Rijk namelijk niks. Het zijn ruïnes, kerken, graftombes, gedenknaalden – kortom ongemak.

De staat wil alleen gebouwen in eigendom hebben die kunnen worden gebruikt voor de staat, zoals rechtbanken en paleizen. Zijn die toevallig oud, dan moet de staat zich, erg genoeg, aan de Monumentenwet houden. Maar in een ruïne kun je niet vergaderen en op een gedenknaald kun je niet zitten.

Dus gaan ze maar eens kijken of er andere overheidsinstellingen zijn die de boel willen overnemen. Gemeentes zijn vaak gewillig, maar hoe kan een kleine gemeente als ’s-Graveland de prachtige Trompenburgh onderhouden, of Naarden de vesting die in de top 100 van Nederlands Unesco erfgoed staat? Tja, dan moeten er particuliere verkopers worden gezocht. Je kunt in de Trompenburgh toch een hotel vestigen? Nee dus, want daar leent het ronde gebouw zich niet voor.

De Tweede Kamer protesteerde op 5 februari tegen de uitverkoop, maar minister Blok (Wonen en Rijkdienst, VVD) bleef onbewogen. Hij weet dat hij de publieke onverschilligheid en historische desinteresse aan zijn kant heeft.

Waarom bestaat monumentenzorg eigenlijk? In de negentiende eeuw – en daarvoor – werden monumentale stadspoorten afgebroken. Werden kastelen verkocht aan aannemers die na sloop de stenen gebruikten voor nieuwbouw. Verkocht de staat zelf de restanten van het grafgesteente van de Graven van Egmont aan een aannemer, die de stenen afbikte en het gebeente op de vuilnis stortte. Dat dreigde ook het Muiderslot te overkomen, dat net voor de veiling werd aangekocht door koning Willem I.

Rond 1850 stond er duizend gulden op de staatsbegroting voor onderhoud van historische gebouwen. Particulieren, onder wie Jacob van Lennep en Josef Alberdingk Thijm, begonnen zich te verzetten tegen de nonchalance. Die laatste startte een veelgelezen rubriek Wandalisme, een contaminatie van ‘wandaad’ en ‘vandalisme’. Het ene na het andere verwijt hij de natie in: over de afbraak van Egmond, de sloop van Vondels woonhuis, het plempen van historische grachten. Met zijn volgehouden woede wist hij de opiniemakers van zijn tijd te bewegen – langzaam groeide het besef dat monumentenzorg iets voor de overheid was.

De omslag kwam met een 82 pagina’s lang artikel van Victor de Stuers, Holland op zijn smalst, waarin deze de vloer aanveegde met het historisch besef in Nederland. De wet beschermt wel hazen en konijnen, schreef hij, doelend op de jachtwetten, maar voor voorwerpen van kunst en historie is geen wettelijke bescherming. Hij somt tientallen voorbeelden op van vernieling, verwaarlozing, verkeerde restauratie en onbenulligheid. Toen waren de rapen gaar.

De Stuers daadkracht, doorzettingsvermogen en drammerigheid zorgden ervoor dat de overheid een historisch geweten kreeg. Een fatsoenlijke overheid, zo vond de Openbare Mening toen, heeft de taak de zwakken in een maatschappij te beschermen. Weeskinderen, zwakzinnigen, oude monumenten – die laat je niet over aan het toeval van wie er een cent voor geeft.

Onze grootouders hebben besloten deze taken over te dragen aan de overheid. Sindsdien zijn er wetten gekomen voor monumentenbehoud. En nu? Wat onze grootouders hebben bereikt, wordt nu afgebroken.

Het is tijd voor een nieuwe rubriek Wandalisme. Die moet niet over gebouwen gaan, maar over mentaliteiten. Rattenwandalisme.

Marita Mathijsen is emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de universiteit van Amsterdam.