Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Een Lente op de agenda van de VN-mensenrechtenraad

De ‘teller’ van de Verenigde Naties staat nu op 70.000 doden in Syrië sinds het begin van de opstand twee jaar geleden. Het voordeel van zo’n rond aantal is dat iedereen meteen begrijpt dat het enigszins willekeurig is. De doden die dit weekend, vanochtend, vanmiddag, zijn gevallen bij beschietingen in Homs, Aleppo en de bevochten wijken van Damascus staan er niet bij – en het is niet zeker of ze ooit netjes en nauwkeurig een voor een zullen worden geregistreerd. Sommige doden vallen meer op dan andere. Zoals de twee Hezbollah-strijders die dit weekeinde volgens berichten omkwamen in gevechten met Syrische rebellen aan de grens tussen Libanon en Syrië. Of een generaal van de Iraanse revolutionaire garde, wiens dood in Syrië vanuit Teheran werd bekendgemaakt. Hun dood onderstreept dat niet alleen de rebellen vrienden hebben in het buitenland (Qatar, Saoedi-Arabië, Turkije).

Maar 70.000 zegt wel: het gaat snel, onverbiddelijk en onverminderd door, het geweld in Syrië. Ook als het onderwerp even niet het wereldnieuws domineert. Toen de VN begin dit jaar gewag maakten van 60.000 doden, was dat voorpaginanieuws. Dat is amper anderhalve maand geleden.

Twee jaar geleden reisden correspondenten van het ene naar het andere Arabische land waar autocratische regimes tegenover hoopvol gestemde opstandelingen stonden. In Syrië valt nu alleen verbittering te halen. Geweld en excessen komen van alle kanten, van de rebellen zo goed als van de regering. Syrië is bezig uiteen te vallen. Ook dat heeft regionale gevolgen, waar Bram Vermeulen en andere correspondenten regelmatig over berichten.

De Amerikaans-Libanese analist van het Midden-Oosten Hassan Mneimneh vergeleek de Arabische opstanden twee jaar geleden met de Europese revoluties van 1848: het ging om bevolkingen die hun autocratische leiders lieten weten dat ze voortaan met hen rekening hadden te houden. In Europa zijn daaruit, uiteindelijk, democratieën voortgekomen, elk land via andere routes (en omwegen).

Mneimneh pleit voor geduld: ook de Arabische revolutie kan tientallen jaren duren. Maar, vertelt hij in deze De Wereld aan Midden-Oostenredacteur Carolien Roelants, hij is nu wel pessimistisch. Hij ziet in de Arabische landen geen leiders die beseffen dat zij politieke legitimiteit moeten ontlenen aan wat zij bereiken voor hun zo overweldigend jonge bevolkingen: werk, welvaart, perspectief op ontwikkeling. De fundamentalistische regeringen in Tunesië en Egypte hebben de Arabische autocratische machtstraditie (nog) niet afgeschud. Hij waarschuwt dat schrikbeeld Syrië al voorbij het model mislukte staat is. Een Arabische Lente?

De onafhankelijke internationale commissie van onderzoek inzake Syrië, die vanmorgen haar vierde rapport presenteerde, wijst op het toenemende sektarische karakter van de strijd in Syrië. De Arabische Lente staat op de agenda bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, die vanaf volgende week in Genève bijeen is.