Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief

Oorlog

Een herkozen president, timide op het pijnlijke af

H oe zelfverzekerd Obama zijn tweede termijn ook is begonnen, vol ambitieuze plannen op economisch en binnenlands terrein, op zeker één punt klinkt hij opvallend timide. Het is op het pijnlijke af. Van zijn grootse plannen om de kernwapens de wereld uit te helpen, of daar althans een serieus begin mee te maken, is nog maar heel weinig over. Om precies te zijn: één zin in de State of the Union die hij dinsdag uitsprak voor het Congres.

Een dag eerder had The New York Times zijn lezers nog verzekerd dat de president zijn toespraak zou gebruiken om „een van zijn belangrijkste doelstellingen op het gebied van de nationale veiligheid, het drastisch verminderen van de nucleaire arsenalen in de hele wereld, nieuw leven in te blazen”. Het bleef bij een machteloos pufje.

Obama zal met de Russen gaan praten over „verdere reductie van onze nucleaire arsenalen”. En hij zal leiding blijven geven aan internationale initiatieven die moeten voorkomen dat „nucleair materiaal in verkeerde handen valt” – lees: in handen van terroristen.

Dat was het. Serieuze doelstellingen hoor, en heel belangrijk. Maar het klonk nogal obligaat. Retorisch vuurwerk om de urgentie van de zaak te onderstrepen kwam er deze keer niet aan te pas. Het was een van de weinige passages in de speech die geen applaus kregen.

Gelooft Obama eigenlijk nog wel in zijn eigen visie van „een wereld zonder kernwapens”, waar hij vier jaar geleden in een toespraak in Praag zo bevlogen voor pleitte? Is hij nog wel van plan om politiek kapitaal te besteden aan het opruimen van die levensgevaarlijke erfenis van de Koude Oorlog: de duizenden kernwapens, vooral in Amerika en Rusland, die nog altijd op scherp staan, ook al is daar al lang geen reden meer toe? Of laat hij hetverder maar zo?

Amerikaanse commentatoren beginnen zich dat af te vragen. En ook voor de rest van de wereld dringt die vraag zich op. Misschien is Obama’s nucleaire spel wel uitgespeeld, na het verdrag voor vermindering van strategische kernwapens dat hij in 2010 met Rusland sloot.

Van de Republikeinen in het Congres hoeft Obama in elk geval geen steun te verwachten voor nieuwe initiatieven die, met een beetje kwade wil, uitgelegd kunnen worden als gevaarlijke verzwakking van Amerika’s militaire macht. De Republikeinen schilderen Obama immers maar al te graag af als een president die de veiligheid van het land verkwanselt. Ook al is een akkoord met de Russen om de nucleaire arsenalen van beide landen verder in te krimpen duidelijk een Amerikaans belang. De chefs van staven van de krijgsmacht zouden zelfs al hebben ingestemd met een vermindering van het aantal opgestelde kernwapens van 1.700 naar duizend. Maar in het gepolariseerde politieke klimaat dat nu in Washington heerst doet dat er allemaal amper toe.

In Rusland is de stemming er trouwens ook niet naar om met de Amerikanen te praten over vermindering van kernwapens. Het anti-Amerikanisme viert hoogtij in de door Poetin gedomineerde politiek. Obama’s nieuwe begin in de relatie met Rusland, de veel besproken ‘reset’, is allang vastgelopen in wantrouwen en verwijten over en weer.

Toch is het nog te vroeg om het ambitieuze kernwapenbeleid waarmee Obama in 2009 aantrad nu maar te begraven. Het volledig uitbannen van kernwapens was altijd erg hoog gegrepen, maar de voordelen van vermindering van de aantallen blijven evident. Beide kernmachten laten er de rest van de wereld mee zien dat ze werk maken van hun verplichtingen onder het verdrag tegen verspreiding van kernwapens. Ze beperken er de risico’s van ongelukken mee. En ze kunnen vele miljarden besparen, zonder dat het iets afdoet aan hun militaire slagkracht of hun vermogen om vijanden af te schrikken.

Als een verdrag niet haalbaar is, kan Obama ook kiezen voor eenzijdige vermindering van kernwapens.