Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Milieu en natuur

De Lezing

De ontwikkeling

van het leven

zondag in Amsterdam door prof. dr. Jelle Reumer

Jelle Reumer (1953) is directeur van het Rotterdamse Natuurhistorisch Museum, bijzonder hoogleraar in Utrecht, columnist en schrijver van een stapeltje publieksboeken over evolutie.

Wel een heel breed onderwerp: de ontwikkeling van het leven.

„Daarom wil ik nog een ondertitel aan de lezing geven: met samenwerking kom je verder. De aanleiding is een net verschenen artikel in Nature over zogeheten placentale zoogdieren. Die moet je onderscheiden van buideldieren en ook van eierleggende zoogdieren zoals het vogelbekdier. Alleen bij zoogdieren met een placenta nestelt het eitje zich in in de baarmoeder. Dat heeft een virale oorsprong. Virusgenen maken die truc mogelijk. Als je een virus bent, breng je de afweer van je gastheer om zeep en neem je iets van diens metabolisme over voor je eigen stofwisseling. Een embryo doet dat ook langs slinkse wegen.”

Hoe is dat dan gegaan?

„Er zal ooit een infectie van een virus zijn geweest die leidde tot wat in het Engels ‘horizontal genetransfer’ heet. Een uitwisseling van genen tussen organismen die geen familie van elkaar zijn. Als er meer externe elementen bij komen dan kom je bij de endosymbionten van Lynn Margulis: de organismen die in organismen leven. Zo zijn alle mitochondriën, de energiecentrales van de cel, eigenlijk bacteriën. Nog een stap verder in de evolutie zijn bladgroenkorrels.”

Planten zijn verder geëvolueerd dan dieren?

„Ja, want ze kunnen hun eigen voedsel maken. Dieren en schimmels zijn afhankelijk van het opeten van dingen uit hun omgeving, maar planten hebben genoeg aan zonnebaden en een beetje water. Met zonlicht, water en kooldioxide maken ze suikers. Uit de verbranding daarvan halen ze hun energie. Zelf zullen we niet zover evolueren, want dan zouden we om genoeg zon te vangen een huidoppervlak ter grootte van een voetbalveld nodig hebben.

„Wij zijn een samenraapsel van meerdere organismen. Onze darmflora alleen al heeft tussen de vijfhonderd en duizend soorten bacteriën, die we nodig hebben om yoghurt, boterhammen en de lasagne met paard te verteren.”

Organismen kunnen dus maar moeilijk afgeperkt worden?

„De crux is dat al die stambomen niet kloppen. Het vertelt maar het halve verhaal. Met die uitwisselingen alle kanten uit krijg je geen keurige vertakkingen, het lijkt meer op kippengaas.”

Jelle Reumer spreekt zondag 24 februari in Paradiso in Amsterdam, 11.00u. (paradiso.nl)