Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

'Bijkomen, lezen en dan opwarmen en springen'

Naam: Yorick de Bruijn

Leeftijd: 26 jaar

Sport: Schoonspringen

Prestaties: Achtste op het laatste EK in 2012

De Grand Prix in de Duitse havenstad Rostock is een belangrijk toernooi in het nog prille schoonspringseizoen. Wat zijn je kansen in de Hanzestad?

„De bezetting in Rostock is sterker dan op de eerste Grand Prix in Madrid afgelopen weekend. In Madrid was het doel de finale (eerste zes) te halen, maar dat lukte net niet. Ik werd zevende. De finale is ook het doel in Rostock. Ik wil me ook graag kwalificeren voor het EK in juni, ook in Rostock, en het WK in Barcelona eind juli. Die toernooien moeten haalbaar zijn.”

Richt je je ook al op de Spelen in 2016, of is dat nog te ver weg?

„Dat is uiteindelijk wel het doel, maar ik werk daar stap voor stap naartoe. Eerst deze GP’s, dan het EK en dan het WK. Ik bekijk het per seizoen. Vorig jaar miste ik de Spelen nipt. Ik had me volgens de eisen voor de Spelen geplaatst, maar later vond het IOC die prestatie niet representatief omdat het deelnemersveld niet sterk zou zijn. Daar ben ik het niet mee eens, want landen als de VS, Rusland en China hebben talloze goede springers. Als de bekende toppers niet meedoen staan anderen klaar die net zo goed zijn. Hopelijk kan ik me dus in 2016 wel plaatsen.”

NOC*NSF zette onlangs de subsidie voor het schoonspringen stop. Is dat een harde klap?

„Het was al een uit de hand gelopen hobby en geen baan, maar nu de bond geen subsidie meer krijgt moeten er sponsoren komen om bijvoorbeeld het salaris van de coaches te betalen. We hebben al één sponsor en ik heb er vertrouwen in dat we er snel meer vinden. Ik train nu dertig uur per week. Veel mensen werken of studeren ernaast, maar ik ben met mijn opleiding gestopt om me volledig op het springen te focussen. De laatste jaren groeit het aantal springers en worden ook de prestaties beter. We halen finaleplaatsen op GP’s, EK’s en WK’s. Met Inge Jansen hebben we nog een goede kanshebber voor de Spelen.”

Met welke sprongen kun jij je onderscheiden?

„De driemeterplank is bij mij favoriet. De tien meter is een betonnen plateau, dan gaat het meer om de afzettechniek. Op de drie meter moet je het ritme van de plank voelen, dat maakt het ingewikkelder. Vanaf de driemeterplank kun je zeven meter hoog springen. Je hebt ook nog de afzetsnelheid, dus je kunt bijna dezelfde oefening doen als vanaf tien meter. De schroef is mijn specialiteit. Er zijn twee verplichte en vier vrije sprongen. De twee verplichte zijn simpele oefeningen die afgerekend worden op techniek, zoals een hoek binnenwaarts. Bij de vrije sprongen probeer je een zo hoog mogelijke moeilijkheidsgraad te halen, bijvoorbeeld tweeënhalve salto achterover met schroef.”

Hoe ziet een toernooidag eruit?

„Vrijdag spring je individueel, zaterdag synchroon. Je springt zes keer. Een sprong duurt maar één minuut, dus je zit verder vooral te wachten. Bijkomen, wat lezen, opwarmen en dan weer een sprong.”