Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Koningshuis

Auping-bed

Toen mijn vriendin en haar ex gingen scheiden zaten ze met het bed in de maag. Het was een tweepersoonsbed van Auping, naar wat ik begreep de koning onder de boxsprings. Omdat mijn bed, een twijfelaar van Chinese makelij het zo’n beetje begeven had, was ik de aangewezen koper.

Wat er op dat bed gebeurd was, moest ik maar vergeten.

Dat lukte tot afgelopen vrijdag.

Er werd een boek gepresenteerd en op de bijbehorende borrel raakte ik in gesprek met een collega-columnist en zijn vriendin. We hadden elkaar niet zoveel te zeggen.

Hij trapte af met: „Ik lees jou. Jij hebt een vlotte pen.”

Wat zeg je dan terug?

Ik zei: „Dank je! Jij ook!”

De vriendin: „Ik heb ook een column.”

Ik: „O, wat leuk. Mijn vriendin ook.”

Hij: „Wie is jouw vriendin? Wie is jouw vriendin?”

Ik zei wie het was en toen draaide het gesprek opeens naar mijn heerlijk liggende Auping-bed dat volgens hem ooit drieduizend euro had gekost.

„Ligt-ie lekker?”, vroeg de columnist.

Ja, hoezo eigenlijk?

Hij: „Omdat je hem toen bij ons bent komen halen…”

Zij: „Hij bedoelt bij zijn ex-vrouw…”

Nou, dat toch niet, dacht ik zo.

Hij: „Jawel, hoor.”

De columnist bleek een ex-collega van mijn vriendin. Toen hij zijn huidige vriendin tegen kwam moest hij het dure bed dat hij samen met zijn vrouw had gekocht kwijt omdat zij er niet op wilde slapen. Hij verkocht het aan mijn vriendin die toen ging samenwonen met haar ex, van wie hij dus dacht dat ik het was.

Zij: „Ik heb gehoord dat het heerlijk lag, maar ik wilde er niet op slapen. Een principe-dingetje.”

Hij: „Er is gewoon teveel gebeurd op dat bed. Rampetampen. Er zijn onder andere twee kinderen op verwekt. Dus die Auping moest weg.”

Zij: „Ja.”

Hij: „En dus slapen we nu op zo’n Ikea-ding, maar dat is natuurlijk geen Auping.”

Zij: „Juist, ja.”

Die ex-vrouw bleek ik later ook wel eens te hebben gesproken. De gezichten, in combinatie met het woord ‘rampetampen’ probeer ik te vergeten. Dat lijkt makkelijker dan het is.

Gisteren ging ik stappen met een oude vriend uit de provincie. Hij begon over Amsterdam, een stad waarvan de schrijvende inwoners volgens hem allemaal bij elkaar in bed liggen en elkaar baantjes toespelen, waardoor de vele talenten uit Nijmegen geen kans krijgen.

Dan kun je duizend keer zeggen dat dat niet zo is, maar met een Auping-bed waarop minimaal vier columnisten hebben gelegen in het achterhoofd, hield ik mijn mond.

Het ding staat inmiddels op Marktplaats.