Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Arabische opstanden: wie groef en wie vond?

De ontwikkelingen in het Midden-Oosten gaan zo snel, dat aardig wat boeken over wat de Arabische Lente is gaan heten al snel gedateerd zijn gebleken. Tunesië leek zich als enige land in de regio te ontwikkelingen tot een enigszins stabiele democratie. Maar de politieke crisis, die vorige week uitbrak na de moord op de linkse, seculiere oppositieleider Chokri Belaïd, geeft ook in het eerste land van de Arabische Lente weinig reden tot optimisme. De crisis komt bovenop een economische crisis, torenhoge werkloosheid en geweld van moslimfundamentalisten.

Welke boeken van de afgelopen twee jaar blijken bestand tegen de grilligheid van de actualiteit en boren een diepere laag aan achter de dagelijkse berichten in de krant over de oorlog in Syrië, de straatgevechten in Egypte, het gezagsvacuüm in Libië, en de algehele malaise in Jemen? Welke zijn houdbaar?

The Arab Uprising van Marc Lynch is zeker nog niet ingehaald door het nieuws. Dat komt omdat Lynch in de geschiedenis duikt. Hij herinnert de lezer eraan dat de Arabieren al vaker massaal de straat op zijn gegaan tegen verkalkte regimes en verstarde politieke situaties: in de jaren vijftig in Egypte in de jaren tachtig in Algerije, en daarna natuurlijk de Eerste en Tweede Intifadah van de Palestijnen.

De conclusie van zijn boek geldt nog steeds: Arabische burgers hebben na de opstanden meer invloed gekregen op de politiek. Maar dat betekent niet dat deze protestronde automatisch leidt tot meer democratie, zoals velen in het Westen geneigd zijn te denken.

Zie Egypte, waar Nasser de democratisch opschortte. Of Algerije, waar de protesten in de jaren tachtig leidden tot de eerste democratische verkiezingen in 1992. Maar de grote verkiezingswinst van het fundamentalistische Front van Islamitische Redding werd door het leger niet geaccepteerd, en de daaropvolgende burgeroorlog was zo gruwelijk dat de Algerijnen de Arabische Lente aan zich voorbij lieten gaan, uit angst voor nieuw geweld.

Ook in Syrië kan het regime uiteindelijk aan het langste eind trekken. Want het schrikt er niet voor terug zijn eigen land te vernietigen om aan de macht te blijven. Hoe dat in zijn werk gaat, heeft de Amerikaans-Franse schrijver Jonathan Litell opgeschreven in het indrukwekkende Berichten uit Homs. In het boek schildert Lidell de afschuwelijke realiteit in de opstandige Syrische stad in januari 2011, toen hij er twee weken verbleef.

Op het eerste gezicht overstijgt het boek de actualiteit niet. Homs is na een aantal brute offensieven gepacificeerd door het Syrische leger. In The Guardian stond onlangs een reportage uit de zwaar gehavende stad, die nu relatief veilig is. Vluchtelingen keren terug, studenten gaan naar de universiteit en kinderen rijden op fietsen door de lege straten.

Toch zijn de aantekeningen van Litell ook nu nog interessant. Wat hij in 2011 meemaakte in Homs, gebeurt nu in Damascus en Aleppo. Met dezelfde nietsontziende methodes.