Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

Alles delen, geen zeggenschap

Steeds vaker hoor je iemand de lof van IJsland zingen. In de afgelopen jaren heeft men in IJsland vrij willekeurig 523 burgers van de straat gehaald. Uit hun midden is een comité van 25 gekozen. Dat comité hebben ze de nieuwe Grondwet laten schrijven. Heel hip. Bij het schrijven is gebruikgemaakt van Twitter, Facebook en andere onlinebronnen. Dat maakt deze staatsrechtelijke procedure, aldus de commentaren, ‘extra cool’.

IJsland is met zijn prominente rol voor de gewone burger een lichtend voorbeeld op Nederlandse symposia, festivals, debatavonden en andere intellectuele project-X-feesten. Overal waar je komt, gaat het over democratie en burgerschap. En over de noodzaak meer macht te geven aan de gewone burgers, al was het maar om de fouten van de elite te vermijden.

Alles beter doen dan de gevestigde orde was ook het streven in IJsland. „Door het financiële drama met de banken was het vertrouwen van de IJslanders in de politiek tot een dieptepunt gedaald”, meldde de NOS bij de IJslandse stemming over de wet.

Dus legt men zijn lot liever niet in handen van een volksvertegenwoordiging, maar in handen van een comité. Onvergelijkbaar veel beter natuurlijk, want zo’n comité bestaat uit burgers. De volksvertegenwoordiging bestaat ook wel uit burgers, maar dan van de minder gewone en dus minder coole variant.

Eerlijk gezegd schrik ik nogal van deze bewondering voor clubjes van gewone burgers. Vooral omdat ik zie hoe weinig aandacht de individuele gewone burger intussen krijgt. Oude vrijheden die verdwijnen, rechten die verdampen, bescherming die verdwijnt? Niemand die er acht op slaat, want er worden overal naar hartenlust burgerinitiatieven gecrowdsourcet, en dan blijft er kennelijk niets te wensen over. Blijkbaar is het besef nog niet bij iedereen doorgedrongen dat je als gewone burger ook rechtsbescherming nodig hebt tegen de gewone initiatieven van je gewone buren.

Ze kunnen immers wel de gekste dingen verzinnen, die buren, of die 523 burgers uit IJsland. Ondanks alle bewonderenswaardige ijver van je medeburgers zul je dus nog steeds moeten waken over je eigen vrijheden en rechten. Want een democratie is mooi, maar een rechtsstaat is beter.

Een jaar geleden las ik een stuk op de website van de Huffington Post over de totstandkoming van de Syrische Grondwet. Auteur Michael Wasco, deskundige op het gebied van de mensenrechten, schreef kritisch dat de Syrische bevolking niet betrokken was geweest bij het opstellen van de wet; dat maakte het resultaat aanmerkelijk minder overtuigend. „Zo veel mogelijk burgers moeten deelnemen in een transparante en inclusieve procedure”, schreef hij en tot zover was ik het met hem eens.

Maar vervolgens zei Wasco iets wat me tot op de dag van vandaag is bijgebleven als lichtelijk angstaanjagend. „Democratie is een middel, niet slechts een doel” bij het schrijven van een Grondwet, stond er. En dat werd verderop in het stuk zo uitgelegd dat voor de inhoud van een Grondwet geen criteria gelden – al wat telt is of die Grondwet democratisch tot stand is gekomen. Wat er ook voor gekkigheid in de tekst terechtkomt, „het is alleen een probleem als het de burgers wordt opgelegd en geen product is van hun eigen wil”.

Maar van wie is die „eigen wil” van burgers dan? Niet van iedere burger afzonderlijk. Hooguit van een meerderheid, van ‘iedereen met een internetverbinding’ of van die 523 burgers die ze van de straat hebben geplukt. Die eigen wil tot maatstaf verheffen is misschien goed voor de democratie, maar minder goed voor de rechtsstaat, want rechtsstatelijkheid houdt niet in dat alles wat het volk wil tot Grondwet wordt. Dat is nou juist de waarde van een Grondwet: dat het rechten geeft aan het individu tegenover de macht.

Sinds het moment waarop ik dat stuk van Wasco las, valt me steeds vaker op hoeveel enthousiasme in de wereld woedt over democratische procedures, gemeenschappen, collectieve acties, gezamenlijke keuzes. Zo veel enthousiasme dat het verlies aan vrijheid hier en daar uit het oog verloren wordt. Nu ‘iedereen met een internetverbinding’ grondwetten kan schrijven, lijkt het wel alsof de invloed van het individu toeneemt. Terwijl die op veel plekken overduidelijk afneemt.

Toen ik onlangs overstapte op het besturingssysteem Windows 8 viel me op dat alles blijkt te zijn ingericht op delen. Op collectiviteit. Op wat tegenwoordig weer ‘de meent’ is gaan heten. Windows dreigde mijn ‘vrienden’ van iedere aanslag op het toetsenbord op de hoogte te houden. Terwijl ik aan de andere kant over niets op mijn beeldscherm zelf nog zeggenschap heb: knoppen waarmee je van oudsher diensten of opties kon uitschakelen, zijn verdwenen.

Dit Windows 8-model – alles delen, geen zeggenschap – rukt ook offline op. Binnenkort vergadert de Kamer over vrije artsenkeuze. Steunt zij de plannen van de minister, dan mag je straks zelf niet meer kiezen welke arts je bezoekt; die keuze wordt uitbesteed aan de verzekeraar. Je deelt verplicht al je gegevens met zorgaanbieders en verzekeraars en je houdt zelf geen knop meer over om op te duwen.

Maxim Februari is filosoof en schrijver.