Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Terrorisme

Al-Qaeda kiest voor charmeoffensief

Stop stenigen en wees aardiger Dat schrijft Al-Qaeda in een brief gevonden in Timboektoe Deze aangepaste ideologie moet de omgeving makkelijker enthousiasmeren voor Al-Qaeda

Strijders van Al-Qaeda moeten vriendelijker optreden tegen de lokale bevolking, meer zoals een ouder zijn kind behandelt. Ze moeten niet meteen de shari’a in al zijn facetten toepassen.

Dat is de opmerkelijke inhoud van een brief die persbureau AP afgelopen week heeft gevonden in een kantoor van de extremisten in Timboektoe. Daaruit waren ze vorige maand overhaast gevlucht voor de Franse opmars in het noorden van Mali.

Auteur van de brief is Abu Musab Abdul Wadad, de krijgsnaam van Abdelmalek Droukdel, de leider van Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb. Het stuk bevestigt de recente analyse van extremismedeskundigen dat Al-Qaedafilialen in verschillende regio’s hebben geleerd van eerdere mislukkingen en hun tactiek hebben aangepast om vaste voet aan de grond te krijgen en te houden in hun gebied.

‘Zie project als een baby’

Droukdel drukt in het document van negen pagina’s zijn woede uit over het doodstenigen van overspeligen, het geselen van vrouwen en de verwoesting van eeuwenoude mausolea in Timboektoe. Zie het Al-Qaedaproject als een baby, schrijft hij: „De baby in kwestie is maar een paar dagen oud, hij kruipt op zijn knieën, en heeft nog niet op zijn eigen twee benen gestaan. Als we willen dat hij op zijn eigen benen gaat staan in deze wereld vol vijanden die staan te springen om toe te slaan, moeten we zijn last verlichten, hem bij de hand nemen, helpen en ondersteunen tot hij staat.”

Zijn manschappen moeten daarom allereerst niet zo snel het islamitisch recht toepassen:

„Een van de verkeerde beslissingen die jullie namen, was de extreme snelheid waarmee jullie de shari’a doorvoerden, in plaats van een geleidelijke evolutie in een omgeving die niet goed op de hoogte is van de religie.”

Immers: eerdere ervaringen hebben geleerd dat dan „de mensen de religie verwerpen en haat ontwikkelen jegens de mujahedeen (islamitische strijders), wat vervolgens leidt tot de mislukking van ons experiment”.

Niet alleen in Mali, maar ook in Syrië hebben extremisten kern-elementen van hun ideologie aangepast, zegt de Amerikaans-Libanese extremismedeskundige Hassan Mneimneh. „Als Abu Yahya al-Libi, de radicale ideoloog van het centrale Al-Qaeda, nog in leven was geweest, dan zou er een jihadistische burgeroorlog zijn ontstaan. Want hij zou nooit hebben ingestemd met de ideologische aanpassing om de volkswil waarde toe te kennen.” Mneimneh zegt dat de extremisten tegenwoordig ook in meer publieke organisaties opereren, in plaats van individueel en in cellen, en dat ze opportunistische allianties aangaan.

Omar Ashour, een Egyptische specialist, wees in december in een interview op uitspraken van Basir Tartusi, een bekende Syrische jihad-ideoloog tegen aanhangers: „Herhaal niet wat Al-Qaeda-in-Irak heeft gedaan. Als je iedereen buitensluit, tegen iedereen vecht en een oorlog tegen de wereld vecht, is dat rampzalig voor de Syrische zaak.”

Geen excessief geweld

Al-Nusra (de overwinning) in Syrië komt voort uit Al-Qaeda-in-Irak, dat zich door zijn gruwelgeweld tegen burgers na de Amerikaanse invasie in 2003 volstrekt onmogelijk maakte. Dat leidde ertoe dat lokale stammen zich allieerden met het gehate Amerikaanse leger tegen Al-Qaeda. In de strijd werd de organisatie vervolgens gedecimeerd.

Ashour zei dat Al-Nusra zich nu voor excessief geweld hoedt, omdat de groep haar steun bij de bevolking wil behouden. En dat lukt volgens hem heel goed. Mneimneh zegt dat in sommige gebieden de burgers liever door Al-Nusra worden bestuurd dan door andere radicale moslimgroepen die er zijn opgestaan, en die meedogenlozer optreden.

Mneimneh onderstreepte overigens dat paniek over deze ontwikkeling niet nodig is. Ze kunnen veel schade aanrichten, zei hij, „maar hun aantrekkingskracht blijft beperkt”.