Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

84 doden, en weer groeit de haat in Pakistan

De aanslagen in Pakistan tonen hoe de regering faalt hij het beschermen van haar burgers. De kans dat het leger de macht weer grijpt, wordt zo groter.

A man grieves for his grandson,who was killed in Saturday's bomb attack in a Shi'ite Muslim area, during his funeral ceremony in the Pakistani city of Quetta February 17, 2013. A provincial official criticized Pakistani security forces on Sunday after a bombing targeting the Shi'ite Hazara community killed 80 people in the northwestern city of Quetta. REUTERS/Naseer Ahmed (PAKISTAN - Tags: CIVIL UNREST CRIME LAW POLITICS RELIGION TPX IMAGES OF THE DAY)
A man grieves for his grandson,who was killed in Saturday's bomb attack in a Shi'ite Muslim area, during his funeral ceremony in the Pakistani city of Quetta February 17, 2013. A provincial official criticized Pakistani security forces on Sunday after a bombing targeting the Shi'ite Hazara community killed 80 people in the northwestern city of Quetta. REUTERS/Naseer Ahmed (PAKISTAN - Tags: CIVIL UNREST CRIME LAW POLITICS RELIGION TPX IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Nauwelijks een maand na een bloedige aanslag op de shi’itische Hazara-gemeenschap in Quetta, hebben sunnitische militanten opnieuw dood en verderf gezaaid in de zuid-Pakistaanse stad. En ook nu weigeren de woedende inwoners uit protest hun doden te begraven. Tot nog toe werden 84 lichamen geïdentificeerd, maar het dodental zal zeker oplopen. Op 10 januari kwamen bij een dubbele zelfmoordaanslag in Quetta 106 mensen om het leven.

Net als na de aanslag op de 14-jarige onderwijsactiviste Malala Yousafzai in oktober door de Pakistaanse Talibaan, werd in het hele land met woede en afschuw gereageerd. De bevolking voelt zich onbeschermd tegen het oprukkende geweld van de Talibaan en andere extremistische groepen.

De impopulaire regering, die zich gereedmaakt voor verkiezingen in mei, ligt onder vuur nu ze opnieuw heeft getoond niet bij machte te zijn aanslagen te voorkomen. Na het bloedbad van januari ontsloeg president Asif Ali Zardari de regering van de provincie Baluchistan, waarvan Quetta de hoofdstad is, en plaatste hij het gebied onder een gouverneur die direct onder de regering valt. Deze aanslag maakt duidelijk hoezeer die centrale overheid faalt.

Aanslagen op shi’ieten, die naar schatting 10 tot 20 procent van de bevolking van 190 miljoen uitmaken, zijn niet nieuw. Sinds de jaren negentig werden duizenden vermoord, onder meer bij aanslagen in Lahore en Karachi. Na de Amerikaanse inval in Afghanistan namen de aanslagen toe, vooral op de Hazara’s, van wie velen uit Afghanistan afkomstig zijn.

De aanslag van zaterdag werd opgeëist door Lashkar-e-Jhangvi (LeJ), een van Pakistans militantste sunnitische strijdgroepen, die ruim tien jaar geleden werd verboden. Toch pleegt ze nog moeiteloos grote aanslagen, zoals in 2009 op het cricketteam van Sri Lanka, in Lahore. Analisten menen dat LeJ inmiddels te beschouwen is als een afdeling van al-Qaeda. Pakistaanse inlichtingenfunctionarissen waarschuwen dat verschillende strijdgroepen zoals de Pakistaanse Talibaan, Lashkar-e-Jhangvi en Lashkar-e-Taiba, dat vecht tegen de Indiase aanwezigheid in het overwegend islamitische Kashmir, uit zijn op het destabiliseren van de staat, zodat ze een fundamentalistisch bewind kunnen instellen. Het waren echter juist de Pakistaanse inlichtingendiensten die deze strijdgroepen lange tijd steunden met wapens, geld en trainingskampen in de strijd tegen India en de Russen in Afghanistan.

Met het toenemende geweld groeit volgens waarnemers de kans dat het Pakistaanse leger de macht weer overneemt. Dat wordt geillustreerd doordat inwoners van Quetta nu eisen dat het leger het bestuur van de stad overneemt. Onder burgerlijk bestuur, dat in Pakistan wordt geassocieerd met nalatigheid en corruptie, voelen veel mensen zich niet meer veilig.