Karaktermoord op modedruif

Harold Hamersma proeft dat wijnmakers in Nieuw-Zeeland zoekende zijn.

Wie aan Nieuw-Zeeland denkt, proeft al bijna hun sauvignon blanc. En dan met name die uit Marlborough, het noordelijke puntje van het Zuidereiland. Daar zal dit jaar wel een extra glaasje geheven worden. Het is precies veertig jaar geleden dat het land zich via dit wit een plek op het internationale wijnpodium verwierf. Montana, een wijnbedrijf dat al in 1934 werd opgericht door een Kroatische immigrant, plantte in 1973 daar de eerste sauvignon blanc stokken. De rest is geschiedenis.

Inmiddels tekent de regio voor rond de tachtig procent van ’s lands totale wijnproductie, de helft sauvignon blanc, en acht van de tien geëxporteerde flessen bevat deze witte wijn. Nieuw-Zeelandse sauvignon blanc is een wereldmerk geworden.

Je zou bijna vergeten dat het land zich ook steeds meer manifesteert als producent van pinot noir. Nu de wijndrinker als een blok is gevallen voor dit soepele, zacht fluwelige, bloemige, en vooral ook koeler te drinken rood, is Nieuw-Zeeland overigens niet het enige wijnland uit de nieuwe wereld dat inspeelt op die groeiende belangstelling. Chili biedt inmiddels ruimte aan het grootste pinot noir-areaal ter wereld. Zuid-Afrika is druk doende in cool climates zoals in de Hemel en Aarde Vallei. En ook in Californië en in Argentinië is pinot noir de modedruif.

Wat mij opvalt, is dat het modebeeld nogal divers is. Waar men in Bourgogne pinot noir al eeuwen weet te verleiden tot het afstaan van rode wijn waarin lichtzinnige aardbeien, voluptueuze kersen, de mysterieuze geur van wild, leer, paddestoelen en nog zo wat te proeven zijn, zijn de wijnmakers in de nieuwe-wereldwijnlanden nog zoekende. De jeugdigheid van hun wijnstokken resulteert sowieso nu nog vaak in eendimensionale wijnen. Het overdadige gebruik van eikenhout leidt tot karaktermoord. En een te hoog alcoholpercentage tackelt de lichtvoetigheid.

Op bezoek bij een Argentijnse wijnmaker heb ik daar woorden over gehad. Zijn zwaar betimmerde pinot noir met een alcoholpercentage van meer dan 15 procent (maximaal 13,5 procent is de norm) verdedigde hij met de mededeling: „dat vinden ze in Amerika nu eenmaal lekker”.

Ook de Nieuw-Zeelandse wijnmakers hebben nog geen duidelijke stijl voor ogen. In gebieden die al wat langer bekend staan als geschikt voor pinot noir probeert men onderscheid te creëren op basis van regionaal terroir.

Op het Noordereiland produceert de regio Martinborough een wat robuustere, steviger soort. Pinot noir uit Central Otago wordt wel eens geafficheerd als het rode equivalent van sauvignon blanc: stuivend, direct, kwiek en fruitig. En nu speelt ook Marlborough, het epicentrum van sauvignon blanc, zich steeds meer in de kijker. De druif die in eerste instantie bijvangst was, tekent ter plekke zelfs al voor 42 procent van de Nieuw-Zeelandse pinot noir aanplant. Ofschoon de wijnmakers in Bourgogne nog niet bang hoeven te zijn dat de streek op korte termijn wordt betiteld als ‘pinot noir-hoofdstad van de wereld’ (de Engelse wijnschrijver Oz Clarke heeft Marlborough ooit uitgeroepen tot ‘sauvignon blanc capital of the world’), is het volgen van de ontwikkelingen verre van vervelend, mede door de prijskaartjes. Zo proefde ik van de van oorsprong Duitse broers Giesen The Brothers 2011 (9,99 euro; Jumbo). Rijpe kersen, dikke pruimen, licht kruidig, een verdwaald paddestoeltje. Nog iets prettiger geprijsd is het door Montana gemaakte Brancott Estate 2011 (8,99 euro; Albert Heijn) die ik afgelopen zondag doornam met hun chief winemaker Patrick Materman (van Nederlandse komaf) die toevallig toch in de buurt was. Soepel, zacht, direct rood fruit op een bedje van fluweel. „Dit is de stijl die wij voorstaan”, vertrouwde hij mij toe. Voor wie eerst nog even wil benchmarken: proef de biologische Bourgogne 2011 ‘En Lutenière’ van Aurélien Verdet (13,50 euro; Bolomey.nl). Uniek, decennia stijlvast en puur Frans.