Dijsselbloem, de cijfergoochelaar

Je hebt creatief boekhouden, je hebt goochelen met cijfers, en je hebt sinds kort Jeroen Dijsselbloem. Hij is nog maar net aangetreden als minister van Financiën, maar de geijkte boekhoudtrucs heeft-ie al ontdekt. En dat niet alleen. De landbouweconoom van de PvdA voegt meteen origineel eigen repertoire toe aan de lange lijst met boekhoudtrucs.

Vrijdag maakte Dijsselbloem een plotse meevaller bekend voor de begroting. Tijdens deze regeerperiode zal De Nederlandsche Bank 3,2 miljard euro extra afdragen aan de staat.

Net als je denkt: hoe moet dit kabinet in hemelsnaam ’s lands financiën op orde krijgen als het om elk hervorminkje moet onderhandelen met de ene splinterpartij na de andere fractie-in-identiteitscrisis, valt een meevaller van 3,2 miljard euro uit de lucht. Hoe doet De Dijss dat? Nou, zo.

DNB blijkt – in overleg met het ministerie van Financiën – zomaar opeens wél veel dividend te kunnen uitkeren aan de staat. Dit geheel in tegenstelling tot wat het ministerie van Financiën vorig voorjaar nog stellig meldde. Toen kon DNB namelijk minder dividend uitkeren, zo werd voorspeld, want DNB moest een potje aanleggen om verliezen door de eurocrisis op te vangen.

Maar daarvoor hebben Financiën en DNB een geweldige oplossing bedacht. De staat (lees: Dijsselbloem) verleent een garantie van 5,7 miljard euro aan De Nederlandsche Bank. Daarmee kan DNB haar buffervermogen versterken. Logisch gevolg is dat DNB minder van haar winst hoeft in te houden om dat eurocrisispotje voor verliezen te vullen. En dus kan DNB meer winst uitkeren aan de staat (lees: Dijsselbloem).

Zo creatief hebben wij economen ze niet vaak gezien hoor. Dat is toch mooi gratis geld voor niks.

Het wordt mooier: de garantie van 5,7 miljard die Dijsselbloem verstrekt, valt waarschijnlijk – geheel volgens de regels – buiten alle begrotingskaders. Dat betekent dat Dijsselbloem hem niet hoeft te tellen als een tegenvaller op zijn begroting. Het dividend daarentegen valt – ook weer geheel volgens de regels – binnen alle begrotingskaders. Die 3,2 miljard telt dus wél als een meevaller, en dat bedrag (meer dan 800 miljoen euro dit jaar) kan dit kabinet dus extra uitgeven.

Oh. Hoera.

Als je een aardig en gezagsgetrouw Tweede Kamerlid bent, dan zou je de minister van Financiën vragen of hij en De Nederlandsche Bank tot een beslissing zouden kunnen komen over hoe om te gaan met het dividend van DNB. Want dit is de derde verandering in twee jaar. Als je een wat opstandiger karakter hebt, zou je de minister verdenken van rommelen met de cijfers om niet nog meer te hoeven bezuinigen. Als je Geert Wilders was, zou je zeggen: Zuid-Europa is er niks bij.

Tja, en wat zeggen u en ik?

Wij denken misschien aan de titel van het rapport van Femke Halsema over de praktijken aan de top van de jammerlijke onderwijskolos Amarantis: niet onwettig, wel onwenselijk. Want eerder deze week was er ook al die andere meevaller, van het Rotterdamse Havenbedrijf. Ook het Havenbedrijf blijkt plots geld dat later zou worden uitgekeerd, nu al aan de staat te geven. Incidentele meevaller: 290 miljoen euro. Precies genoeg om gedurende één jaar de tegenvaller op te vangen die deze week het resultaat was van het door VVD-minister Blok afgesloten woonakkoord met ChristenUnie, SGP en D66. En bij deze coalitie geldt: alle beetjes helpen.

Nu gaan u en ik ons een beetje ongemakkelijk voelen. Een pietsie smeerolie, alla. Een tekort hier (kapotte auto) aanvullen met een potje daar (de spaarrekening van de kinderen), oké. Dat doen we allemaal wel eens. Maar we moeten niet doen alsof we Griekenland zijn, of Goldman Sachs dat Griekenland helpt bij het bedenken van boekhoudtrucs. We moeten geen geld gaan maken van lucht.

Want al deze meevallers komen verdacht goed uit in de ingewikkelde constellatie die ons huidige kabinet is. De VVD wil per se onder een begrotingstekort van 3 procent uitkomen, het liefst ook in 2013, triple dip-recessie of niet. De PvdA wil geen extra bezuinigingen én geld om de vakbonden te paaien. Tot voor kort dachten u en ik dat die twee niet konden samengaan, tenzij zich een economisch wonder zou voordoen. Welnu, het wonder is er. Hij heet Jeroen Dijsselbloem.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.