Vissers krijgen duurzame vis opgelegd

Na Duitsland kent Nederland het grootste aanbod van duurzaam gevangen vis. Vissers willen „een gezonde zee” overdragen aan het nageslacht, maar de investeringen zijn hoog.

Met geoefend oog bekijkt visser Louwe de Boer de vis op de veiling in Urk. Er gaat deze ochtend zo’n 600 ton kilo doorheen, schat hij. De Boer pakt een schol uit één van de oranje plastic bakken die in de hal staan opgestapeld – geen schol van hem. Hij voelt er wat aan, inspecteert de vis van dichtbij en gooit hem dan weer terug in de bak. „Deze zit nog vol met kuit.”

Kuit is vissersjargon voor eitjes. En naar vis met kuit vist het bedrijf van De Boer niet. De Urker is directeur van de Ekofish Group en in bezit van het gewilde MSC-certificaat voor duurzame vis. Vis met dat label moet aan een reeks voorwaarden voldoen. Zo mag de Ekofish Group met zijn zes schepen in bepaalde gebieden niet vissen, en alleen netten met grote mazen gebruiken. Het bedrijf besloot zelf ook niet meer naar ‘kuitzieke’ schol te vissen – alles om de visstand op peil te houden.

Het MSC-certificaat – een soort duurzaamheidsstempel voor wildgevangen vis – wordt voor vissers steeds belangrijker. Wereldwijd neemt het aantal visserijen met certificaat ieder jaar toe. Waren het er aan het begin van vorig jaar nog 138, inmiddels staat de teller op 193 visserijen. Daarvan zijn er elf Nederlands. Inmiddels is ongeveer 55 procent van de vis die onder de Nederlandse vlag wordt gevangen MSC-gecertificeerd. Wereldwijd ligt dat percentage op acht procent.

Het Marine Stewardship Council (MSC) is bij het grote publiek vooral bekend van zijn label op visverpakkingen – blauw met een wit visje – dat de consument duurzame vis garandeert. Op de Viswijzer, een handzaam foldertje waarop te zien welke vis ‘veilig’ is, wordt vis met het MSC- keurmerk beoordeeld als de beste. „Kies voor soorten met het MSC-keurmerk”, manen het Wereld Natuurfonds (WNF) en Stichting De Noordzee, die de Viswijzer sinds 2004 uitgeven.

Als consumenten de keus hebben, eten ze liever een duurzaam visje. Duurzaam – dat voelt altijd goed. Dat weten de Nederlandse supermarkten ook. Zij streven ernaar om alleen nog maar duurzame vis in de schappen te hebben – aangespoord door milieuorganisaties WNF en Stichting De Noordzee.

Het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) beloofde dat supermarkten in 2011 alleen nog wildgevangen vis met het MSC-keurmerk zouden verkopen. Dat is niet helemaal gehaald – het aandeel duurzame vis in het supermarktschap is 85 procent, zegt het CBL. Met ruim 1.100 verschillende MSC-producten is er in Nederland na Duitsland het grootste aanbod van duurzaam gevangen vis.

Het gevolg is dat Nederlandse vissers er een toenemend belang bij hebben het MSC-certificaat te bemachtigen. Lang niet makkelijk, weet Louwe de Boer van de Ekofish Group uit ervaring. In 2007 hoorde hij dat schol – zíjn vis – waarschijnlijk uit de schappen zou verdwijnen. „Schol stond toen nog op rood in de Viswijzer.” In die tijd was de duurzaamheiddiscussie in alle hevigheid opgelaaid. De Boer weet het nog goed. „Die Viswijzer kwam hard aan. Die hadden zo’n krachtige lobby.”

Via via hoorde De Boer over het MSC-keurmerk. „Ik dacht: we moeten wel.” Hij had net flink geïnvesteerd in zijn schepen en vistechniek, om het brandstofverbruik te verminderen. Die investering bleek ook een stap in de goede richting om in aanmerking te komen voor certificering. Maar geregeld was het daarmee nog niet. De Boer lacht. „De hele procedure moest ons van A tot Z uitgelegd worden. We hadden geen idee.”

Om het MSC-certificaat te verkrijgen, moet een visser een extern certificeerbedrijf inhuren om te laten beoordelen of zijn visserij aan standaarden voldoet. De certificeerder stelt een team van beoordelaars samen en beslist uiteindelijk of de visserij door de keuring komt – dat doet MSC dus niet zelf.

Uiteindelijk bemachtigde De Boer in 2009 als eerste visserij op Noordzeeschol het felbegeerde MSC-certificaat. Maar tegen een hoge prijs. Certificering kostte hem ongeveer 80.000 euro. „En daar blijft het niet bij”, zegt hij. „Om het te hóuden zijn we ook elk jaar zo’n 25.000 euro kwijt.”

Ondanks de kosten en vereiste aanpassingen verwacht onderzoeker Kees Taal, verbonden aan het LEI onderdeel van Wageningen UR, dat er meer MSC-gecertificeerde visserijen zullen komen. „De markt vraagt erom.” Vissers zonder duurzaamheidskeurmerk raken hun waar op de veiling ook nog wel kwijt – aan visboeren die er nog minder om vragen en aan de Zuid-Europese markt. Maar dat is een kwestie van tijd, denkt Taal. „Ongecertificeerde vissers spelen zichzelf uiteindelijk uit de markt.”

Helaas voor de ‘groene’ vissers wil die markt niet meer voor duurzame vis betalen. „Het levert op de visveiling nauwelijks meer op”, zegt Taal. „De investering in het verkrijgen van een MSC-certificaat betaalt zichzelf dus niet automatisch uit.” Er zijn subsidies beschikbaar voor visserijen die de overstap willen maken, maar nog blijft de beslissing om de overstap te maken voor veel vissers – vaak kleine familiebedrijven – financieel onaantrekkelijk.

Vissers die er toch voor gaan, trekken meestal samen op, bijvoorbeeld onder de paraplu van de Coöperatieve Visserijorganisatie (CVO). Dat is een samenwerkingsverband van producentenorganisaties die actief zijn op de Noordzee, waar weer individuele vissers bij aangesloten zijn. Die vissers mogen – als ze tenminste hebben meebetaald en aan de voorwaarden voldoen – het MSC-keurmerk voeren.

De Scheveninger Rens Cramer is één van de vissers die zijn Noordzeetong nu onder het MSC label mogen verkopen. „We werden lang gezien als lui die de laatste visjes uit zee haalden voor eigen gewin”, is zijn ervaring. „Een MSC-certificaat is een objectief bewijs van goed gedrag.”

Wel valt hem tegen dat zijn MSC-vis niet meer opbrengt op markt. „Ik dacht niet dat ik er rijk van zou worden. Wel dat de extra opbrengsten kostendekkend zouden zijn.” Tot nu toe werden de kosten voor het certificaat gedeeltelijk gedekt uit het subsidiepotje. „Maar dat is nu leeg. Ik twijfel of ik het certificaat wel wil houden. Dat is uiteindelijk een zakelijke afweging.”

De kosten zijn ook voor visser Jurie Post uit Urk belangrijke reden om níet naar een MSC- certificaat te dingen. Om het te krijgen, moet hij overstappen naar een andere vistechniek. „De ombouw van mijn boot zou al een paar ton kosten. Ik pieker er niet over”, vertelt hij over de satelliettelefoon vanaf de Noordzee. Post is een visser van de oude stempel. Trots op de kotter waarmee hij al jaren vist – en daarvoor zijn vader. Veranderen wil hij niet. „De visstand is prima op peil.” Hij zucht. „En nog worden we ermee doodgegooid, met duurzaamheid.”

Voor Louwe de Boer is dit een bekend geluid. „Vissers zagen milieuorganisaties lang als de vijand”, zegt hij. „Als clubs die ons van de zee af willen houden. Dat is nu aan het veranderen.” De Boer is in ieder geval om. Wie binnenkomt op zijn kantoor op de visveiling in Urk wordt begroet door een knuffelpandabeer met het logo van het WNF aan zijn pluizige oor.

Als het aan De Boer ligt, wordt het MSC-certificaat de standaard voor álle visserijen. „We kunnen niet denken: na mij de zondvloed. Ik heb gezien hoe de Noordzee werd overbevist. We moeten een gezonde zee overdragen aan het nageslacht.” De Boer heeft drie zoons. „Ik zei een paar jaar geleden nog: jongens, in de visserij zit geen toekomst. Daar moeten jullie niet aan beginnen.”

Hij heeft zich bedacht. Bovendien – vis zit de familie in de genen. De Boer is een visser van de vijfde generatie. Zijn oudste zoon vaart inmiddels ook mee in het bedrijf.