'U denkt, door die trut zit ik nu hier'

Wie: Sarah M. (24)

Waar: politierechter Amsterdam

Wordt verdacht van: mishandeling

De Iraanse Sarah M. zit hoogzwanger tegenover politierechter Geert Janssen in de Amsterdamse rechtbank. Over twee weken moet ze bevallen. Of de man die met haar is meegekomen de trotse aanstaande vader is, informeert de rechter. Ja, dat klopt.

Sarah M. ontwerpt kleren. Dat kan de rechter wel zien, zegt hij. Ze draagt een grote grijze poncho, met een doodshoofd afgebeeld in de Amerikaanse vlag. Janssen: „Ziet er goed uit!” Sarah werkt hard, vertelt ze. „Iedere acht weken kom ik met een nieuwe collectie.” De kleding laat ze maken in China.

Maar daarvoor zit Sarah hier niet. Er is aangifte tegen haar gedaan. De bedrijfsleidster van een club aan de Amsterdamse Rozengracht zegt dat Sarah haar op 8 april heeft gekrabd op haar arm. De club was afgehuurd voor een Iraans feest. „Altijd ruzie op Iraanse feesten”, had Sarah na afloop verzucht bij de politie.

Niet dat het niet gezellig was, dat was het wel. Er werd gegeten en gedronken. De sfeer was goed. En ja, een oom van Sarah was een beetje aangeschoten geraakt. Toen hij op de toiletten water in zijn eigen gezicht gooide om te ontnuchteren, zou de bedrijfsleidster hem hebben gevraagd te vertrekken. Dat leidde tot een opstootje, waarbij meerdere mannen uit het gezelschap van Sara betrokken waren.

Sarah bracht haar oom naar een taxi. Tussen haar en de bedrijfsleidster was toen nog helemaal niets gebeurd, zegt Sarah tegen de rechter.

De bedrijfsleidster vertelde iets anders aan de politie. Sarah zou samen met twee vriendinnen niet aan de kant hebben willen gaan toen zij haar dat vroeg. Sarah op haar beurt stelt dat de bedrijfsleidster Marokkaans is en „jaloers” was op de feestende Iraniërs. Waarom die etniciteit relevant zou zijn, wordt niet duidelijk.

Sarah kreeg een transactie aangeboden van justitie: 550 euro. Maar dat wilde ze niet betalen. „Ik heb die vrouw helemaal niet aangeraakt. Met geen vinger.” Dat kon niet eens, voegt Sarah toe. „Er stond allemaal security om haar heen.” Maar een getuige zag wel dat zij de bedrijfsleidster krabde. En na afloop zaten er rode striemen op de bovenarm van de vrouw.

De officier van justitie vindt dat de mishandeling bewezen is. „Maar je hebt mishandeling en mishandeling”, zegt zij. Volgens de richtlijnen mag ze 500 euro eisen voor een ‘droge klap’ of schop. Ze vraagt de politierechter de helft van dat bedrag voorwaardelijk op te leggen. De andere helft moet Sarah van haar betalen.

Rechter Geert Janssen valt vandaag in voor een zieke collega. Hij was een van de rechters die het politiek zeer gevoelige proces tegen Geert Wilders twee jaar geleden tot een goed einde wisten te brengen. Daar stond ieder woord van de rechter ter discussie. Bij de politierechter gaat het er meestal een stuk losser aan toe.

Janssen zegt tegen Sarah. „Ik zeg u hoe ik het zie. Dat is niet wat er gebeurd hoeft te zijn, maar zo zie ik het.”

Sarah knikt.

„Ik zie het als gekift tussen twee dames met een verschillende achtergrond, die misschien wat jaloers naar elkaar keken. Dat leidde tot bitchy gedrag, over en weer. Maar u zegt nu: ‘Ja, godverdomme, door die trut zit ík nu in de problemen.’”

Blijkbaar kijkt Sarah verschrikt, want Jansen nuanceert haastig: „Dat hebt u niet zo gezegd maar ik denk dat u dat bedoelt.”

Hij vervolgt: „U werkt hard, u krijgt een baby, maar tegelijkertijd heeft de officier een punt: er is in ieder geval ook een fout gemaakt van uw kant. U was misschien niet de aanleiding maar u bemoeide zich er wel mee.”

Hij legt Sarah de geldboete op die de officier heeft geëist, 250 euro, maar geheel voorwaardelijk. „U moet dan zorgen dat u niet nog eens in zo’n situatie terechtkomt. Koop maar babykleertjes van dat geld.”

Sarah gaat niet in hoger beroep zegt ze na de zitting, ze heeft wel wat anders aan haar hoofd.