Psst, señorita... dollars ruilen?

‘I need a dollar, dollar, a dollar is what I need.’ Vlak voor mijn vertrek naar Venezuela kreeg ik het deuntje van Aloe Blacc maar niet uit mijn hoofd. Ik ging naar Caracas met in mijn koffer een stapel dollars. Groene papiertjes waarmee ik me zeker populair ging maken in het land van president Chávez.

Venezuela heeft dollarhonger. De bevolking vreest een economische crisis. Straks is hun eigen munt, de Bolivar, misschien zo waardeloos als wc-papier. Wie kan, stopt zoveel mogelijk dollars in een schoenendoos.

In het illegale circuit doet een dollar 18 Bolivar. Volgens de officiële wisselkoers is dat 6,30. En dan is de munt woensdag nog gedevalueerd; daarvoor was een dollar 4,30 Bolivar.

Venezuela staat nummer één in de Big Mac Index van The Economist: een broodje hamburger van McDonald’s van 39 Bolivar, kost omgerekend ruim 6,20 dollar. Maar ruil via een illegale wisselaar en dezelfde hamburger kost nog maar 2 dollar 20.

Venezolanen ruiken dollars van een afstand. In de beslotenheid van een lift of taxi fluisteren Venezolaanse mannen: „Psst, señorita...dollars ruilen?” Een medewerkster van Aló Presidente, het zondagse televisiematinee van Chávez, wilde eens euro’s met me wisselen voor een vakantie naar Italië. Ik durfde niet. Chávez, haar baas, heeft celstraf gezet op zwart wisselen.

Dit keer wilde ik vooraf een appartement reserveren via AirBnB, een website voor particuliere verhuurders. Een zekere Antonio bood korting als ik het geld overmaakte op zijn buitenlandse rekening en niet via het beveiligde betaalsysteem van AirBnB. Eh, nee, ik ben niet gek. Ik sprak met hem af langs te komen om met eigen ogen te zien of hij en zijn appartement echt bestaan.

Antonio bestaat. Zijn flat is ruim en luxe. Hij legt uit dat driekwart van het geld in rook was opgegaan als ik hem via AirBnB had betaald, door de slechte officiële wisselkoers. Antonio, een Italiaanse expat die voor een cosmeticabedrijf werkt, is een kenner van wat hij ‘de parallelle economie’ noemt. Hij krijgt zijn salaris in euro’s. „Als ik tegen de officiële koers zou wisselen, is deze stad duurder dan Tokio.”

Het gat tussen de officiële en de parallelle wisselkoers is snel groter geworden sinds president Chávez in december in Havana werd geopereerd aan kanker. Hij is nog steeds niet terug. „De ongerustheid over de toekomst neemt toe. Mensen hamsteren dollars”, zegt een econoom die ik spreek in Caracas.

Het appartement van Antonio neem ik uiteindelijk toch niet. Via via ken ik een geldwisselaar die ook hotelkamers regelt. In mijn hotelkamer liggen al een stapel Bolivars en een mobieltje voor me in de kluis. Wat een service! Zo liefdevol worden mijn dollars aanbeden.