Manipulaties, maar dan niet zo negatief

Stapelgek zou een mens ervan worden, al die hersenboeken. Maar genoeg krijgen we er niet van, getuige het succes van Ik wil iets van jou. Jij wil iets van mij. Beïnvloed de hersenen om te bereiken wat je wilt. Dat boek van Margriet Sitskoorn heeft zich stevig in de top ten van de Bestseller 60 genesteld. Overigens is Ik wil iets van jou etc. (Bert Bakker, 176 blz. € 14,95) vooral om de presentatie en de ondertitel een blijk van de voortdurende hersenhype. Want een echt breinboek is het niet. Het is vooral een leukedingenboekje met een lange reeks aardige tests en amusante weetjes over hoe de context waarin we het een of ander beleven, invloed heeft op hoe we het beleven.

Die dingen lopen natuurlijk via de hersenen, maar hoe breinig is de wetenschap dat als je een minuut boos in de spiegel kijkt, je je vanzelf slechter gaat voelen? Of neem een uitleg als: ‘Facial feedback gaat ervan uit dat de stand waarin je je spieren van je gezicht trekt, direct je emoties beïnvloedt. Als je je gezicht in een lachstand zet, bijvoorbeeld door een pen tussen je mondhoeken te stoppen, dan zul je je vrolijker voelen.’ Sterker: als ik deze zin over facial feedback lees, moet ik vanzelf al lachen – een soort neurologisch Droste-effect.

Zo staat er in het boek van Sitskoorn, een Tilburgse hoogleraar neuropsychologie die eerder Het maakbare brein publiceerde, genoeg aardigheden om twee jaar familieverjaardagen en bedrijfsuitjes mee door te komen. De extra aantrekkingskracht van het boek wordt verraden door de aanvankelijke werktitel die Sitskoorn voor haar boek gebruikte: ‘Manipulatie’. Daarvan vond men de bijklank te negatief voor de vrije markt.

Manipulatieonderzoek brengt nuttige vruchten voort. Zo bezit allesreiniger met citroengeur onvermoede krachten: ‘Proefpersonen toonden namelijk meer interesse in toekomstig vrijwilligerswerk of donaties aan een goed doel als ze in een kamer zaten waarin allesreiniger was gespoten.’

Maar schoon is niet altijd goed, want in een ander onderzoek bleek dat mensen eerder bereid zijn om de schending van morele principes (‘Gij zult niet doden’ of het verbod op kannibalisme) te accepteren als zij kort daarvoor in aanraking zijn gebracht met beelden van reinheid en frisheid. Ook hevige verliefdheid heeft zo zijn nadelen, althans bij vrouwen. Ze gaan de mannen in hun omgeving minder goed ruiken – al zouden sommige kleedkamerdeskundigen hierbij ongetwijfeld opmerken dat dit nadeel toch ook weer een voordeel heeft.

Verder: mensen zijn liggend beter in staat om om te gaan met slecht nieuws. Daarom is het goed om te weten dat dit boek is gelezen op een niet overdreven harde zitbank in een kantooromgeving. In hoeverre dat het oordeel heeft beïnvloed, moet nog nader worden onderzocht. Van allesreiniger zijn geen geursporen gevonden.