Krijgsmacht zonder JSF

Op eigen initiatief heeft Instituut Clingendael een advies uitgebracht over de toekomst van de Nederlandse krijgsmacht. Een advies dat al gauw was verengd tot de vraag: wel of geen JSF-gevechtstoestel als opvolger van de F-16. Dit heeft deze gezaghebbende denktank voor internationale vraagstukken over zichzelf afgeroepen. In het rapport is de al jarenlang veelbesproken aanschaf van de Joint Strike Fighter min of meer de rode draad.

Hiermee wordt geïllustreerd wat de Algemene Rekenkamer vorig najaar al constateerde: de kosten van de JSF lopen zodanig op dat hierdoor andere, wezenlijke defensietaken verdrongen dreigen te worden. Het bracht toenmalig Defensieminister Hillen (CDA) tot de niet eerder zo expliciet uitgesproken conclusie dat aanschaf van de JSF „aanpassing van de operationele doelstellingen” vergde.

Wat begon als vervanging van een gevechtstoestel voor de luchtmacht is in tien jaar uitgegroeid tot een allesbepalende factor voor het karakter van de Nederlandse krijgsmacht. Dat geeft de discussie over de JSF een heel andere dimensie. Het gaat niet meer om de afweging ‘het beste toestel voor de beste prijs’, maar om de vraag aan wat voor krijgsmacht Nederland behoefte heeft.

Het waardevolle van het rapport van Clingendael is dat het de pijnlijke consequenties van een keuze voor de JSF zeer duidelijk schetst. In maar één van de vier scenario’s voor een toekomstige krijgsmacht past de technologisch uiterst geavanceerde JSF: de vliegende interventiemacht. Maar juist een dergelijke krijgsmacht komt slechts in beperkte mate overeen met de eerder uitgesproken ambities van Nederland.

Volgens de schematische benadering die in het Clingendael-rapport is gehanteerd sluit een „robuuste stabilisatiemacht” het meest aan bij de Nederlandse doelstellingen. Hierbij is de balans tussen de verschillende krijgsmachtonderdelen gegarandeerd en blijft deze veelzijdig inzetbaar. De JSF is hiervoor niet nodig. Volgens de onderzoekers kan worden volstaan met twee squadrons jachtvliegtuigen van de nieuwe generatie.

In hun regeerakkoord van afgelopen najaar hebben VVD en PvdA afgesproken dat in het licht van de steeds duurder wordende JSF de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken een visie op de krijgsmacht van de toekomst ontwikkelen. Clingendael heeft de bewindslieden al veel werk uit handen genomen. Er kan nog lang heen en weer worden gepraat, maar de onvermijdelijke conclusie is dat doorgaan met de JSF een onbegaanbare weg is, tenzij het kabinet wil kiezen voor een volledig door de JSF gedomineerde krijgsmacht.

De energie kan beter worden gestopt in het onderzoek naar een doelmatige krijgsmacht.