Toch is herstel in zicht, via China en Amerika

Ondanks de derde Nederlandse recessie in vijf jaar, geeft de wereldeconomie enige reden tot hoop.

Het beloofde erg te worden, en dat werd het ook. Vanmorgen rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de economische krimp van 0,2 procent over het vierde kwartaal van vorig jaar en een krimp van 0,9 procent voor heel 2012. Zo hobbelde de Nederlandse economie kuchend en puffend naar de derde recessie in drie jaar tijd. Maar terwijl Den Haag zich vandaag in de achteruitkijkspiegel een depressie aanpraat, zijn door de voorruit de voorzichtige tekenen te ontwaren van herstel.

Het heeft weinig zin om daarvoor alleen naar Nederland te kijken. De wereldeconomie is belangrijker. En daar begint een vroege, en aarzelende lente. Dinsdag kwam het International Institute of Finance (IIF), de internationale denktank van de grote banken, met een opvallend positief rapport. Het vierde kwartaal is vrijwel overal slecht geweest, maar er is volgens de economen sprake van een omslagpunt, vermoedelijk ergens eind november vorig jaar. Op wereldschaal is er sprake van een groei van de orders voor kapitaalgoederen, denk aan machines, met iets meer dan 10 procent – na een krimp over vrijwel heel 2012. Dat duidt op een betere omzetverwachting voor de industrie, waar die machines aan het werk moeten. De belangrijkste graadmeter voor de stemming onder bedrijven, de zogenoemde index van inkoopmanagers, staat wereldwijd voor het eerst in ruim een jaar weer boven de 50 punten. Dat wijst op een expansie van de bedrijvigheid, hoe aarzelend ook. Het IIF ziet het optimisme zich langzaam verspreiden van China naar Amerika en dan naar de rest van de wereld.

Herstel begint altijd op de beurs

De geschiedenis laat zien dat een economisch herstel in de regel het eerst wordt gesignaleerd op de aandelenbeurzen. Niet alleen gaan de koersen omhoog doordat van de daar genoteerde bedrijven betere resultaten in de toekomst worden verwacht. Het gaat er ook om dat beleggers weer meer risico aandurven en hun kapitaal beginnen te verplaatsen van cash en veilige obligaties naar de meer riskante aandelenmarkt. Dat drijft de prijzen daar op. Hoewel de handelsvolumes op de beurzen nog steeds relatief klein zijn, gaan de koersen daar best hard. Dat is vooral te zien in de Verenigde Staten. Gisteravond sloot de Dow Jones-index in New York op 13.982 punten. Dat is slechts 1,3 procent onder de recordstand van 14.164 punten die in oktober 2007 werd bereikt. In de Europa gaat de stijging met meer schokken gepaard, maar staat de Eurostoxx 50 index nog steeds op het hoogste punt sinds augustus 2011. In Japan is de Nikkei-index de afgelopen maanden met een derde gestegen naar het hoogste peil sinds september 2008. En zelfs de geteisterde beursindex van Shanghai, die een slecht 2012 doormaakte, is sinds zijn dieptepunt van november vorig jaar met een kwart gestegen.

Het nemen van risico is, zowel voor beleggers als ondernemers, sterk afhankelijk van een rustig en voorspelbaar klimaat. In de Verenigde Staten is de angst voor de gevreesde fiscal cliff, de begrotingsruzie die Amerika zou hebben lamgelegd, inmiddels weggeëbd, hoewel er nog wat hordes te nemen zijn voordat de dreiging van harde bezuinigingen op het overheidsbudget werkelijk voor bij is. Maar de huizenmarkt lijkt daar nu eindelijk op weg naar herstel, wat door president Obama eergisteren in zijn State of the Union werd onderstreept. De detailhandelsverkopen bleken gisteren voor de derde maand op rij te zijn gestegen, en de autoverkopen zitten weer in de lift. In Europa is het zo ver nog niet. Maar de rust die sinds de late zomer neerdaalde over de eurocrisis is gunstig voor de conjunctuur.

Maar het kost nog wel wat tijd

Wordt 2013 dan het jaar van spectaculaire groeicijfers? Dat niet. De meeste denktanks, waaronder het Internationale Monetaire Fonds, gaan er van uit dat het herstel pas in de tweede helft van dit jaar in de cijfers zichtbaar wordt. En dan nog is er een kans op een toestand die het ‘nieuwe normaal’ wordt genoemd: een langdurige periode van lage groei en lage inflatie.

Hordes zijn er in de tussentijd genoeg: met name in Europa loert de kans op het opnieuw opleven van de eurocrisis. In China kunnen de opgeblazen vastgoedprijzen voor een nare verassing zorgen. Er wordt hier en daar gevreesd voor een valutastrijd, waarbij landen hun eigen munt zo ver mogelijk omlaag proberen te manipuleren om andere landen zo uit de wereldmarkt te prijzen.

En vrijwel overal, van Japan tot de VS tot Europa, voeren de centrale banken nog steeds een monetair beleid met recordlage rentes en andere uitzonderlijke maatregelen om zo veel mogelijk geld in de economie te pompen. Deze monetaire strategie is een paardemiddel dat tot nu toe goed helpt – maar lees vooral de bijsluiter niet. Want eens zal dit monetaire beleid weer moeten worden ingetoomd, met alle afkickverschijnselen van dien.

Onzekerheden zijn er altijd. Het gaat er om hoe de bijbehorende psychologie werkt. Ondernemers, beleggers en consumenten zaten tot nu toe voornamelijk in de schuilkelder te wachten tot het bombardement van slecht nieuws voorbij was. Eens zullen ze er weer op uit moeten en zelden was dat moment dichterbij dan nu.

Slecht nieuws zal er blijven, al was het maar omdat veel economische indicatoren traag zijn en achterlopen bij de economische conjunctuur zelf. In Nederland zal de werkloosheid voorlopig kunnen oplopen en kunnen de huizenprijzen nog verder dalen. Maar er komt een moment, volgens de Rabobank volgend jaar al, dat de bodem is bereikt. En vanaf die plek kun je maar in één richting kijken: omhoog.