Man in bruidsjurk, 't is even Frans als Nederlands

A wedding dress by French fashion designer Jean Paul Gaultier is displayed at the opening of his exhibit "The Fashion World of Jean Paul Gaultier", from the sidewalk to the catwalk, at Kunsthal museum in Rotterdam, Netherlands, Friday Feb. 8, 2013. The exhibit opens to the public on Feb. 10, 2013. (AP Photo/Peter Dejong)
A wedding dress by French fashion designer Jean Paul Gaultier is displayed at the opening of his exhibit "The Fashion World of Jean Paul Gaultier", from the sidewalk to the catwalk, at Kunsthal museum in Rotterdam, Netherlands, Friday Feb. 8, 2013. The exhibit opens to the public on Feb. 10, 2013. (AP Photo/Peter Dejong)

De ceintuur ontbreekt. Maar uiteraard is het een kick om dat korset van Madonna te zien. Van de Blond Ambition Tour (aangenaam unverfroren titel was dat). De oudroze legende, met getepelde vulkaantjes bij wijze van cups. In het echt, in de Kunsthal in Rotterdam.

Zucht.

Laat ik realistisch zijn. Dit is niet hét korset, het is er één van een stuk of wat. Kleren slijten als er in wordt gezongen, gedanst, gezweet. Anderzijds: Jean Paul Gaultier maakte het echt zelf. En nu zie ik hem zelf zijn tentoonstelling openen. Hij is niet de opgeprikte modeman die alles al gezien heeft (wat hij vast heeft), maar een enthousiast potje-met-oren die in aanbiddellijk fransig Engels het publiek vermaakt met verhalen over zijn verlangen om het menselijk lichaam te hullen in steeds andere onthullingen.

Mannen kunnen best rokken dragen – waarom niet? Vrouwen kunnen best een staart nemen – waarom niet?

Geen geld? Dan drapeert Gaultier een jurkje van vuilniszak, met sieraden van conservenblik. Ik kende het als verhaal, maar het bestaat en hier is het dan. Het is een goed jurkje. Elegant en grappig.

Wie hem wil tegenhouden moet vroeger opstaan. Wel geld? Dan maakt hij alles wat hij verzint. Zo niet om te dragen, dan als ogentroost. Om de gedachten te laten spartelen. Om weg te dromen.

Ik zie Matterhorn. Een Nederlandse speelfilm, gemaakt door Diederik Ebbinge. Die doet alles met zijn film wat het filmpubliek wordt verondersteld niet te lusten. Flamboyante of dramatische toestanden ontbreken, het is een schuchter verhaal over middelbare mannen. Het verloopt traag, het suggereert meer dan dat het vertelt. Er is een sterke hoofdrol, van een acteur die het grote publiek niet kent (Ton Kas) en er is maar één tv-ster: René van ’t Hof. Hij speelt mooi, maar voldoet niet aan zijn imago van driftige gek.

Niks klopt. Niettemin liep het publiek op het Rotterdamse filmfestival weg met Matterhorn. De film kreeg de publieksprijs.

Nog voor hij afgelopen is, beginnen mijn gedachten te spartelen. Ik zie de mannen in de zwarte pakken schoorvoetend toegeven dat ze een hart hebben. Ik zie een bulderdominee, hij is eigenlijk seniel. Ik zie de rechte lijnen van akkers en streekbusvervoer, ik ruik de zitkamer. Ik zie hyperrealisme overvloeien in surrealisme. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Het is logisch, want het surrealisme zingt de lof van de hysterie, en die geeft zelfs deze mannen vleugels. Hé, een man in een bruidsjurk, slechts eenmaal gedragen. In een nacht vol ontij staat hij voor het altaar, met de andere man. Helemaal Gaultier, die zou dit moeten zien. Het is gek en het is lief en het oogt spetterend. Een draai om de oren van de burgerlijkheid.

Matterhorn is gebaseerd op archetypisch Nederland, vol zelfspot maar zonder zelfvertedering: wij zijn vreemd. Ja, u ook, wees er maar trots op.

Zulke films zijn er meer. Alex van Warmerdam kan het als de beste, maar er zijn genoeg anderen die het ook snappen, die het uitbouwen en ombuigen. Paula van der Oest, bijvoorbeeld. En in Berlijn werd Kauwboy bekroond als de beste Europese jeugdfilm – ook al uitgesproken Nederlands van inhoud en toon.

Die prijs is een uitzondering. ‘Wij’ doen het internationaal minnetjes vergeleken met de Belgen (zoals het Vlaams-valse Rundskop) of de Scandinaviërs (Jagten bijvoorbeeld, een wereldsucces en een uitgesproken Deens sociologisch portret).

Maar ja, de Nederlandse film lijkt een slaaf van tv-makers en die mikken op films als Alles is familie, of De verbouwing. Inderdaad, die trekken veel publiek. In Nederland. De rest van de wereld ziet ze voor wat ze zijn: pseudofilms. Namaak-Amerikaanse producties met als enig Nederlands element de hompige seks – altijd leuk om blote mensen te zien, maar verder: hoezo?

Ik blijf nog even in de bioscoop, voor Reality van Matteo Garrone (die van Gomorra). Over een Napolitaanse kleine man die zich laat opfokken door show-tv à la Berlusconi. Gek en aangrijpend. Modern, en toch in het spoor van de tragikomedies (denk: Fietsendieven) die de Italiaanse cinema wereldfaam bezorgden, en Oscars.

Er zit een trailer voor, van De ontmaagding van Eva van End. Nederlands, en zo te zien lekker subversief. Vandaag is de première. Ik ga.