Een acteur die je van cynisme bevrijdt

Een speelse, nerdy uitstraling heeft acteur Oscar Van Rompay – uniek op het toneel. Met ‘Africa’ speelt hij nu een voorstelling over zijn Keniaanse dubbelleven.

Kan Oscar Van Rompay echt met behulp van slechts één hand de veters van zijn schoenen strikken? De truc van de veters is te zien in de film Win/Win (2010), waarin de acteur de Vlaming Ivan speelde, een zachtmoedige beurshandelaar die miljoenen binnenhaalt voor een bikkelhard effectenkantoor op de Amsterdamse Zuidas. „Een vondst”, werd zijn casting door de filmkritiek genoemd. Voor de Vlaamse acteur Van Rompay, die dit jaar dertig wordt, betekende de rol een doorbraak in Nederland. Regisseur Jaap van Heusden legde uit dat hij zijn hoofdrolspeler onder meer gekozen had vanwege zijn beweeglijke vingers. De regisseur zocht een acteur met een ‘jazzy ritme’ in zijn lijf, oftewel: een man van wie je gelooft dat hij elke ochtend al fluitend zijn veters met één hand strikt. Zijn eerste film leverde Van Rompay meteen een prijs op, die voor de beste acteur op het filmfestival van Brooklyn.

In Win/Win is het geheim van de trader Ivan zijn speelsheid. Want ondanks al het geschreeuw en gedoe komt het daar in de dealing room op neer: dat je een spelletje speelt waarbij je veel geluk dient te hebben, koel moet blijven en nooit kan pretenderen dat je de regels snapt. Memorabel is de scène waarin de onverstoorbare Ivan het koord van zijn badge tot een vernuftig touwfiguur knoopt. Rondom geven zijn gestreste collega’s de indruk dat de wereld vergaat, met koersen die steil naar beneden storten. Maar Ivan wacht totdat zijn moment gekomen is, drukt snel op een paar knoppen en spreekt rustig in de telefoon: ‘Maarten, heb je een prijs voor Axa, januari, 0917 call? Doe maar 60.000.’ Hij fluistert het in plaats van te schreeuwen, want schreeuwen, dat doen alleen de losers op de handelsvloer. Prachtig is ook de confrontatie van twee soorten interfaces: die van het duistere computerscherm met zijn obscure groene grafieken, en het open, verbaasd-vergulde gezicht van Ivan. Een gezicht dat naarmate de film vordert en het spel verandert in een verslaving steeds grauwer wordt. Het gezicht van de hoofdrolspeler fungeert zo als boodschap van de film.

Wat een gave als je schijnbaar zonder verdedigingsmechanismen op de bühne kunt staan. Dat is precies het talent van Oscar Van Rompay. In een recent interview zei de acteur dat hij alleen maar kon hopen dat zijn openheid niet met de jaren zou slijten tot een routinehouding; een intelligente inschatting van het eigen kunnen. Van Rompay heeft het in zijn spitse vingertoppen zitten, straalt het uit met die grote groen-bruine ogen van hem. Hij kan dromerig de verte in staren om een moment later zijn tegenspeler scherp en vol overgave aan te kijken. Zijn gezicht is niet bijzonder mooi, toch blijf je ernaar kijken, omdat er steeds opnieuw een ongeziene vreugde op kan doorbreken. Alsof de tijd op het gezicht van deze toch volwassen man nog geen teleurstelling heeft gegrift. Wie Van Rompay ziet, kan haast niet anders dan concluderen dat hij een zeer gelukkige jeugd heeft gehad. Daarbij heeft hij een ongelooflijk sympathieke uitstraling. Dat is vrij uniek in de toneeltraditie waarin acteurs vaak geacht worden ‘gevaarlijk’ te zijn. Hoe anders lijkt Van Rompay, van wie je meteen als je hem de eerste keer ziet, denkt: dat is er eentje die deugt. Op het toneel is een dergelijke oprechtheid gedoemd om in vijf bedrijven naar de ratsmodee te gaan. Geen wonder dat Van Rompay, verbonden aan NT Gent, de hoofdrol kreeg in Frans Woyzeck, de laatste voorstelling die Eric De Volder maakte. De naïeve soldaat Woyzeck, die kapotgaat aan het cynisme van zijn overste, was op zijn lijf geschreven.

In de marathonvoorstelling De tien geboden, in de regie van Johan Simons, speelde Van Rompay onder meer de rol van Tomek, een bleu studentje dat met een telescoop zijn bloedmooie buurvrouw begluurt. ‘Een lange, magere jongen met een groot gezicht’, zo luidt de beschrijving die op het podium van hem wordt gegeven. Gekleed in een te korte pantalon, een te ruim jasje en te krappe schoenen, met de hoekige motoriek van een niet bijzonder vaardige basketballer, biecht de slungel oog in oog met zijn sexy buurvrouw meteen zijn zonde op. Zijn vingers houdt hij ter hoogte van zijn kruis. Met zijn rechterhand voelt hij zachtjes aan de vingertoppen van zijn linkerhand. ‘Ik begluur u’, zegt de jongen, en opent daarbij even zijn mond, in een moment van vermetelheid, want hij zegt iets ongehoords. De buurvrouw vraagt hem waarom. ‘Omdat ik van u houd’, luidt het antwoord, en Tomek zet grote ogen op en sluit zijn mond in ernst. Op dat moment keek Van Rompay even de zaal in, en maakte nauwelijks merkbaar contact met het publiek, dat een blik van herkenning gaf: hier werd een onschuld ten tonele gevoerd die allang verloren werd geacht. ‘Maar ik ben lelijk’, gaat Tomek door. ‘Nee, nee, nee’, reageert de buurvrouw beslist. ‘Niet als je lacht.’

Opmerkelijk is ook dat ene, veel genoemde biografische gegeven. Van Rompay bezit in Kenia een boomkwekerij. Hij kocht het land van een man die zijn kinderen wilde laten studeren, en wil nu met de commerciële teelt van onder meer eucalyptus bijdragen aan de ontwikkeling van de boerengemeenschap. Zonder missionarisneiging, gewoon omdat hij de investering aandurfde. Over het ongewone bijberoep van de acteur, zijn dubbelleven, is nu een voorstelling gemaakt die Africa heet en deze week haar Nederlandse première beleefde. Je kunt je twijfels hebben over dat concept, en denken dat het zeldzame engagement van de acteur kennelijk alsnog artistiek uitgemolken moest worden. Gelukkig staat Oscar Van Rompay zelf op de planken. Hij is zo’n speler die je uit de luie stoel van je volwassen cynisme bevrijden kan.

‘Africa’ van NT Gent, regie Peter Verhelst, spel Oscar Van Rompay. Tournee door Nederland en België. Inl: ntgent.be