Bühneboosheid

‘Als Jan Mulder met pensioen gaat, zal op de Nederlandse televisie geen boosheid meer zijn”, schreef ik hier nog niet zo lang geleden. „Hoho”, zei mijn vrouw toen ze dat las, „jij vergeet Prem!”. Ach, natuurlijk.

Het zou een ondergraving kunnen zijn van wat ik in dat stukje schreef: dat wij toegroeien naar cultuur zonder openbare boosheid. Toen in de jaren tachtig ook fors bezuinigd werd, gingen de ambtenaren de straat op met de leuze ‘Boos op Koos’. Koos was Koos Rietkerk, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken. Dat woordgebruik was toen opmerkelijk. In de sociaal-politieke arena konden partijen ‘ontstemd’ zijn of ‘verontwaardigd’, maar ‘boos’ was te informeel, te volks. ‘Boos op Koos’ zou het startschot blijken voor een superlatievenwedloop: ‘boos’ maakte al gauw plaats voor ‘woedend’, woedend voor ‘razend’ en razend voor, het voorlopige eindpunt, ‘ziedend’. Rutte, Samsom, Wilders, of hun partijen als geheel, ze zijn met regelmaat woedend, razend of ziedend. En laten we ‘furieus’ niet vergeten, in politiek Den Haag is men ook vaak furieus. Maar het is bühneboosheid. Verontwaardiging als vermaak. Mediafurie. ‘Premwoede’, noemde Bas Heijne het laatst.

Georganiseerde verontwaardiging is daarentegen juist op z’n retour. De woede van de VVD, onlangs, naar aanleiding van de inkomenafhankelijke zorgpremie, bleek grotendeels een mediaverzinsel. Alexander Pechtolds favoriete typering van het populisme is het ‘naar de mond praten van boze burgers’ – alsof een integer politicus alleen naar redelijke, tevreden burgers luistert. In het poldermodel en het neoliberalisme is geen plaats meer voor boosheid: sociale rechtvaardigheid wordt niet bereikt door strijd, maar door onderhandeling en dialoog. Kon je in de jaren zeventig zelfs van je oma een schouderklopje krijgen als je ‘aksie’ ging voeren (‘Goed zo kind, neem je wel een sinaasappel mee?’), anno vandaag oogst je met zulke plannen vooral een meewarig hoofdschudden. Actie is voor sukkels. Toen de Utrechtse studente Joanna, die werd aangehouden omdat zij in haar eentje tegen de monarchie demonstreerde, daarna op televisie een strijdbare verklaring aflegde, was het hoongelach in het digitale koffiehuis niet van de lucht. Wat een gekkin. Eng ook, met al die overtuiging.

Het NRC-stuk van Jos Verlaan over de symbolische bezetting door boze zorgwerkers van het Sarphatihuis, onlangs in Amsterdam, sprak eveneens boekdelen. Een arts zou even niet naar binnen gekund hebben. Erger nog, er was „op ramen gebonsd”!

In de hoogtij van het actiewezen werden dat soort details – en erger, denk aan Rara – vergoelijkt als onvermijdelijke bijkomstigheden van sociale actie, nu worden ze middels termen als ‘militant’ en ‘radicalisering’ geframed als schokkende aantasting van de rechtsorde. En omgekeerd: een feit dat toen centraal zou zijn gesteld, dat er in de zorg 100.000 banen op de tocht staan, bijvoorbeeld, wordt in een bijzin afgedaan.

Want de moderne idealist is geen activist, maar een burgemeester in oorlogstijd, die met onvermoeibaar vergaderen geprobeerd heeft nóg erger te voorkomen. En nu op zijn achterban een klemmend beroep doet: alsjeblieft, niet boos worden. Zelf hebben zij dat van hun mediatrainer geleerd: nooit, nee echt nooit boos worden. Boosheid bewijst namelijk dat je geen macht hebt. En door nooit boos te worden, wek je vanzelf de indruk dat je wél macht hebt.

Publieke woede is gedelegeerd aan specialisten als Jan Mulder en Prem, die plaatsvervangend ons hart luchten, naar huis rijden en een rekening schrijven. Gaat er een ’n stapje verder, met een oproep, bijvoorbeeld – zie de actie van Jelle Corstius – dan is de verwarring alom. Wacht even, dit was toch bühneboosheid? Of meent hij het?

Aanpassing en gelatenheid, berusting en acceptatie, dat zijn de waarden die media en politiek ons voorhouden als het gaat om sociale en economische ontwikkelingen. Actie is zinloos en zelfs gevaarlijk. Zo heeft de gewone man zich het enige machtsmiddel laten ontfutselen dat hij heeft: zijn boosheid. Niet als doel, maar als middel om een vuist te maken en zijn zin te krijgen. Demonstreren, actievoeren, bezetten, staken, het zou weer normaal moeten worden. Als dat ooit gebeurt, is het neoliberale tijdperk voorbij.

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de Taalkliniek.