'Veel nabestaanden kunnen niet met de recherche overweg'

Bauke Vaatstra, vader van de vermoorde Marianne, kreeg gisteren een communicatieprijs. Hij treedt in de voetsporen van Peter R. de Vries.

Op energieke toon neemt Bauke Vaatstra de telefoon op in het Friese Zwaagwesteinde. De vader van de vermoorde Marianne Vaatstra is net terug uit Den Haag, waar hij de Machiavelliprijs in ontvangst nam. Hij is blij met de onderscheiding voor mensen die een opmerkelijke prestatie leveren op het gebied van publieke communicatie.

Volgens de jury heeft Vaatstra „op een volhardende, professionele en authentieke wijze” dertien jaar lang de media ingeschakeld om de moordenaar van zijn dochter op te sporen. Vaatstra kan zich grotendeels vinden in het juryrapport. Ja: hij is authentiek. En ja: zijn contacten met de media verliepen zonder grote incidenten.

Vaatstra begint zelf over het tumult in de weken voor de prijsuitreiking. Hij zou Guido Klabbers, oud-directeur van Vluchtelingenwerk Leeuwarden, in 1999 met de dood hebben bedreigd. Daar deed Klabbers onlangs pas aangifte van, omdat de toekenning van de prijs hem een doorn in het oog was. „Zijn aantijging vind ik stuitend”, zegt Vaatstra. „Ik had nog nooit van die man gehoord. En dan zou ik hem hebben bedreigd? Anoniem?

„Ik heb er over gesproken met mijn advocaat. Klabbers heeft mijn dochter vlak na de moord een sletje genoemd. Dat maakt mij woedend. We overwegen juridische stappen na het proces, wegens smaad.”

Lijdt u onder de grote media-aandacht?

„Nee. Ze hebben wel eens gezegd dat ik geestelijk heel sterk ben. Ik ga mijn eigen gang, ik red mij wel.”

Na de moord bent u gescheiden van uw vrouw.

„Mijn ex-vrouw en ik hielden er een andere mening op na. Mij maakte het niet uit wat voor achtergrond de dader had, als we hem maar te pakken kregen. Zij was ervan overtuigd dat het om een asielzoeker ging.”

Tijdens het DNA-onderzoek, vorig najaar, zei u dat u ‘het beest’ het liefst zelf pakte. Welk gevoel overheerst nu?

„Ik ben vaak bang geweest dat Marianne door twee, drie mannen was vermoord. Omdat niemand wist wat er was gebeurd, bleef die film zich maar in mijn hoofd afspelen. Sinds de arrestatie voel ik berusting.”

Heeft u de behoefte met de verdachte, Jasper S., te praten?

„Ik wil hem zeker spreken. En als we praten moet hij mij recht aankijken. Wat hij deed is onvoorstelbaar. Hoe kan het dat een getrouwde boer met twee kleine kinderen op een nacht een jong meisje vermoordt?”

Volgens de jury heeft u „een belangrijke bijdrage geleverd aan het herstel van het publieke vertrouwen in de rechtsorde”.

„Ik krijg ontzettend veel telefoontjes en mails van nabestaanden die willen dat ik hun zaak bekijk. Dat is moeilijk, want iedere zaak is anders. Ik ga altijd eerst in overleg met het OM.”

Nabestaanden verwachten dat u hun zaak helpt oplossen?

„Ze willen advies. De meesten kunnen niet met de recherche overweg. Ze hebben het gevoel dat ze niet mogen tegenspreken. Ik vertel hun dan hoe ik blufte tegen de recherche.”

U treedt in de voetsporen van Peter R. de Vries?

„Peter heeft het ook moeten leren hè? Ik heb mij bijna veertien jaar kunnen bekwamen.”

Dit najaar verschijnt een boek over Marianne van misdaadjournalist Simon Vuyk, die jaren voor De Vries’ programma werkte. „Het wordt hét boek”, belooft Vaatstra.