De nieuwe paus moet in gevecht met de curie

Nu Benedictus XVI zijn vertrek heeft aangekondigd, vragen Vaticaanwatchers zich af wie eigenlijk de macht heeft in het Vaticaan.

Pope Benedict XVI arrives for his weekly general audience on February 13, 2013 at the Paul VI hall at the Vatican. Pope Benedict XVI made his first public appearance Wednesday since the shock announcement of his resignation, sticking with his schedule by presiding over his weekly general audience. AFP PHOTO / FILIPPO MONTEFORTE ADDITIONAL CROP VERSION
Pope Benedict XVI arrives for his weekly general audience on February 13, 2013 at the Paul VI hall at the Vatican. Pope Benedict XVI made his first public appearance Wednesday since the shock announcement of his resignation, sticking with his schedule by presiding over his weekly general audience. AFP PHOTO / FILIPPO MONTEFORTE ADDITIONAL CROP VERSION AFP

Federico Lombardi, de privésecretaris van Benedictus XVI, heeft gisteren nogmaals bezworen dat de paus zich niet zal bemoeien met zijn opvolging. Op 28 februari begint om 20.00 uur een pausloze periode, alsof Benedictus is overleden. Om dat te symboliseren zal zijn gouden zegelring, waarop een afbeelding staat van de apostel Petrus als visser, worden vernietigd. Gewoonlijk gebeurt dat meteen na het overlijden van een paus door diens kamerheer in het bijzijn van enkele kardinalen. Zo wordt voorkomen dat iemand de ring alsnog gebruikt om documenten van een zegel te voorzien, waardoor ze een stempel van authenticiteit zouden kunnen krijgen.

Nu de eerste schok over het besluit van Benedictus’ aftreden voorbij is, draait het geruchtencircuit op volle toeren. Waarom aftreden? En waarom juist nu? De bisschop van Doornik, Guy Harpigny, liet zich gisteren in Belgische media ontvallen dat het „slecht gaat in de Romeinse curie. Heeft dat er iets mee te maken? Ik weet het echt niet.”

Ook volgens de Duitse Vaticaanwatcher Hanspeter Oschwald kunnen spanningen binnen de curie, het bestuur van het Vaticaan, hebben bijgedragen aan het vertrek van de paus. Volgens hem had Benedictus, net als zijn populaire voorganger Johannes-Paulus II, nauwelijks enige greep op dit door Italianen gedomineerde gremium.

Dat kwam vooral tot uiting in de zogeheten VatiLeaks, informatie uit vertrouwelijke en zelfs deels persoonlijke documenten die in Italiaanse media terechtkwamen. „Indiscretie was er ook vroeger wel in het Vaticaan”, aldus Oschwald in het weekblad Focus, „Maar meestal heel doelgericht, over zakelijke thema’s.” Dat er ook persoonlijke informatie uitlekte, is volgens Oschwald nieuw en een teken dat Benedictus geen greep had op zijn kardinalen.

De Zwitserse godsdienstsocioloog Franz-Xaver Kaufmann wijst eveneens op de „maffiose tendensen” binnen de curie. Hij ziet een hervorming van de leiding binnen het Vaticaan als een van de belangrijkste taken voor de volgende paus.

Daarbij hoort ook een modernisering het Istituto per le Opere di Religione, het Instituut voor Religieuze Werken, de bank van het Vaticaan. De Europese Unie heeft geklaagd dat het instituut niet voldoende onderneemt tegen witwassen van crimineel geld, belastingontduiking en financiering van terrorisme. Afgelopen najaar riep Benedictus daarom een commissie in het leven die moet zorgen voor meer transparantie in de geldzaken van het Vaticaan. Het werk van die commissie tot een goed einde brengen zal een lastige taak worden voor de volgende paus.

Volgens Oschwald zou het daarom verstandig zijn als in het conclaaf een Italiaan wordt gekozen. Alleen die is in staat om orde op zaken te stellen. Kaufmann noemt strengheid een belangrijke voorwaarde voor de volgende paus om te slagen. De curie is volgens hem in veel opzichten invloedrijkers dan de paus zelf. „Er zijn in Rome veel plaatsvervangers van de plaatsvervanger van Christus op aarde”, zegt hij in Focus. Maar ze opereren niet als één front. „Iedereen prutst en heerst voor zichzelf, en de paus kan als normaal mens maar weinig macht naar zich toetrekken.” De kans dat de opvolger van Benedictus dat wel kan, acht Kaufmann niet zo groot. „De meeste pausen waren niet opgewassen tegen de structuren van de curie.”