Arrestatie topman voedt twijfel rond Finmeccanica

Een politiek vacuüm kan de Italiaanse opsporingsautoriteiten blijkbaar vleugels geven. Vorige week heeft het Openbaar Ministerie wegens verdenking van omkopingen een inval gelast in het kantoor van directeur Paolo Scaroni van oliemaatschappij Eni. En gisteren ging justitie nog een stap verder met de arrestatie van Giuseppe Orsi, directeur en president-commissaris van het staatsbedrijf Finmeccanica.

De justitiële acties hebben al geleid tot een politieke storm, maar die zou de volgende regering niet mogen afbrengen van het voornemen om het staatsbelang in de defensie-onderneming, de op één na grootste werkgever van het land, te verkleinen.

De stap van justitie staat bol van de politieke symboliek, een paar weken voor de parlementsverkiezingen. Een schandaal bij Banca Monte dei Paschi di Siena heeft de leidende centrum-linkse Democratische Partij in een slecht daglicht geplaatst. De arrestatie van Orsi, die te maken heeft met illegale betalingen die hij naar verluidt deed toen hij in 2010 aan het hoofd stond van de helicopterdivisie AgustaWestland, heeft de schijnwerpers weer teruggedraaid naar de centrum-rechtse coalitie, en in het bijzonder naar de Liga Noord, die zijn kandidatuur voor de toppositie in 2011 steunde.

Voor Finmeccanica is de timing uitermate beroerd. Orsi gaf leiding aan een agressief saneringsplan om de schulden terug te dringen en het bedrijf te stroomlijnen. Plannen om vorig jaar voor 1 miljard euro aan bezittingen af te stoten mislukten, omdat de verkoop van energiecentralebouwer Ansaldo Energia niet doorging. De beurskoers heeft onlangs een flinke veer moeten laten, omdat de hoop op een verkoop opnieuw vervloog, ondanks belangstelling uit Zuid-Korea en van het Duitse industriële concern Siemens.

Als gevolg van het uitstel heeft kredietbeoordelaar Standard & Poor’s de kredietstatus van het bedrijf in januari verlaagd. Het risico bestaat dat Moody’s dat voorbeeld zal volgen, waardoor de financieringskosten zullen oplopen.

Nog vóór het nieuws van gisteren bekend werd, werden de aandelen al verhandeld op het lage niveau van 6,2 maal de geschatte winst over de komende twaalf maanden, aldus het beursanalistenbureau StarMine – een verschil van 45 procent ten opzichte van de Europese branchegenoten. Gisteren daalde de koers nog eens met 6 procent.

Deze koersval weerspiegelt het risico dat het politieke rumoer tot nog meer uitstel zal leiden, en tot onzekerheid over de strategie en richting van Finmeccanica. Hoewel er in de verkiezingscampagne weinig te doen is geweest over de toekomst van het bedrijf, heeft een hoge functionaris van de centrum-linkse Democratische Partij de oproep van de vakbond CGIL gesteund om alle verkopen van bedrijfsonderdelen op te schorten.

Dat zou een vergissing zijn. De staat moet niet vasthouden aan zijn greep op het bedrijf, maar zijn belang geleidelijk verkopen.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.