Voorvechter van begrijpelijke grammatica

De taalkundige Frida Balk-Smit Duyzentkunst schreef over Marten Toonder maar ook een pleidooi voor grammatica op de basisschool.

Frida Balk-Smit Duyzentkunst

De vorige week donderdag op 83-jarige leeftijd overleden Frida Balk-Smit Duyzentkunst was jarenlang een van Nederlands meest vooraanstaande taalkundigen. De hoogleraar uit Amsterdam ijverde voor een begrijpelijke grammatica-uitleg. Ze mengde zich in het publieke debat, onder meer agerend tegen ‘antisemitische insluipsels’ in de Dikke Van Dale.

Smit Duyzentkunst werd in 1929 in Amsterdam geboren en studeerde Nederlands in diezelfde stad. Ze was bevriend met de latere schrijver J.J. Voskuil. Als Hettie Bakker komt ze voor in Voskuils roman Bij nader inzien. De poëzieliefhebber Smit Duyzentkunst koos voor een loopbaan in de taalkunde. Ze promoveerde in 1963 op een grammaticaal onderwerp. Van 1970 tot haar emeritaat in 1992 bekleedde ze de leerstoel Nederlandse Taalkunde aan de UvA.

Daarna publiceerde ze onder meer De woorden en hun zin - Grammatica voor iedereen: „Grammatica is, door de eenvoud van haar beginselen, bij uitstek geschikt voor de basisschool. Bovendien is het een formidabel hulpmiddel om te leren helder te denken, goed te formuleren, scherpzinnig te lezen, zuiver te argumenteren en om een vreemde taal te verwerven.” Daarna volgde onder meer nog Fritzi en de sprookjes (1996), een ‘gelezen portret’ van dichteres Fritzi Ten Harmsen van Beek, evenals artikelen over onder anderen W.F. Hermans en de taal van Marten Toonder.