Op het podium met Woods en Federer

Gouden medailles bij vier Paralympics, 169 titels en de laatste 470 wedstrijden ongeslagen. Esther Vergeer was in haar rolstoel een fenomeen.

Esther Vergeer in 2003. Ze verloor begin dat jaar voor het laatst en bleef sindsdien 470 partijen op rij ongeslagen.
Esther Vergeer in 2003. Ze verloor begin dat jaar voor het laatst en bleef sindsdien 470 partijen op rij ongeslagen. Foto Hans Heus/HH

De grootste overwinning voor Esther Vergeer (31) is dat ze de gehandicaptensport heeft geëmancipeerd. Als een icoon van het roelstoeltennis stond ze bij internationale gala’s vaak in een rijtje met (gevallen) sterren als Michael Schumacher, Tiger Woods, Lance Armstrong en Roger Federer. Vergeer nam vandaag in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy als een groot kampioene afscheid van haar sport. „Ik ben trots dat ik zo ver ben gekomen”, liet ze onlangs op de ITF-website bij een terugblik op haar carrière weten.

Het is vrijwel onmogelijk dat de prestaties van Vergeer ooit worden overtroffen. Haar successen zijn duizelingwekkend. Op 30 januari 2003 leed ze haar laatste nederlaag, in Sydney tegen de Australische Daniele di Tori. Daarna won Vergeer 470 partijen op rij. Ze schreef sinds 1999 in totaal 169 titels op haar naam en werd de laatste dertien jaar door de internationale tennisfederatie uitgeroepen tot wereldkampioen.

Vergeer begon jarenlang aan een toernooi in de wetenschap dat zij de enige titelfavoriet was. Ze hield van wedstrijdspanning en gaf nooit op. Vergeer kreeg maar één keer wedstrijdpunt tegen. Ze won gouden medailles op de Paralympics in 2000, 2004, 2008 en 2012. Na haar laatste gouden medaille in Londen laste ze een pauze in. Vergeer heeft nu besloten een einde aan haar carrière te maken en richt zich op een nieuw leven. Ze heeft haar eigen foundation en is sinds 2009 actief als directeur van het rolstoeltennistoernooi in Ahoy.

Vergeer presenteerde vanmiddag in Ahoy bij het afscheid ook haar biografie Kracht & Kwetsbaarheid. Dat zou ze doen onder toeziend oog van oud-sporters als Johan Cruijff, Erica Terpstra en Richard Krajicek. Francesco Ricci Bitti, voorzitter van de internationale tennisfederatie, sprak vorige maand zijn bewondering voor Vergeer uit. „Vergeer is een groot sportvrouw, maar een nog betere ambassadeur voor rolstoeltennis. Zij heeft ervoor gezorgd dat rolstoeltennis wereldwijd bekend is. Dit record is haar testament”, zei hij.

Vergeer streed aan het begin van haar loopbaan tegen het een chronisch gebrek aan erkenning van gehandicapte topsporters. „Zelfs de Zimbabwaanse voetbalcompetitie wordt tegenwoordig uitgezonden, maar van een WK rolstoeltennis in eigen land is nog geen fractie op de televisie. Het is kennelijk niet interessant genoeg”, zei Vergeer in 2002 in een interview met NRC Handelsblad.

Vergeer haalde later vaker de internationale pers dan welke Nederlandse sporter ook. The New York Times typeerde haar ooit als the champ with rivals, no equals. De NOS zond vorig jaar haar olympische finale rechtstreeks op de televisie uit. Het was de allereerste live-uitzending ooit van een wedstrijd van een gehandicapte sporter. Er keken 150.000 mensen naar de kampioene. Vergeer verwierf zich een uitzonderingspositie, omdat ze alles en iedereen versloeg. Daarmee zette ze haar concurrentie op een sportieve en financiële achterstand. „Als je steeds de eerste prijs wint, scheelt dat bakken met geld met de rest. Andere speelsters moeten erbij werken of nog veel actiever naar sponsors zoeken”, zo stelde Vergeer, die de laatste jaren met coach Sven Groeneveld werkte.

Vergeer kan vooral worden gekenmerkt als een natuurtalent met een enorme wil om te slagen. Dat doorzettingsvermogen heeft voor een groot deel zijn oorsprong in haar jeugd, toen een ‘ziekenhuisperiode’ haar leven van haar zesde tot haar achtste overheerste. Nadat ze drie keer een hersenbloeding had gekregen, bleek uit onderzoek dat ze een bloedvatenafwijking rond haar ruggenmerg had. In januari 1990 was na een urenlange operatie weliswaar het gevaar voor een nieuwe beroerte geweken, door een medische fout van het ziekenhuis raakte ze sindsdien verlamd aan beide benen. Vergeer begon als rolstoelbasketbalster en veroverde zelfs de Europese titel. Maar in 1998 stortte ze zich vol overgave op het tennis. Onder leiding van haar privécoach Aad Zwaan stootte ze in rap tempo door naar de absolute wereldtop. Vergeer combineerde balgevoel met kracht en snelheid. Daarnaast was ze tactisch en mentaal sterk. „Ik heb weinig zwakke punten”, zo zei in deze krant over zichzelf.

Vergeer neemt afscheid als het boegbeeld van de Nederlandse gehandicaptensport. Ze wordt getipt als kandidaat IOC-lid nu kroonprins Willem-Alexander zijn zetel binnenkort opgeeft. De wereldberoemde Vergeer zal de gehandicaptensport dan als geen ander met overgave op de kaart kunnen blijven zetten.