Een trein is als het leven: houd moed

Illustraties Paul Steenhuis

Je bent erg voor het milieu, van kinds af aan al dol op het spoor, of je moet met de trein naar je werk. Zeven tips om ‘zen’ in de trein te zitten. (Er van uitgaande dat-ie rijdt, weliswaar. Over wachten hebben we volgende week een spoedcursus.)

1Loop alleen het laatste stukje met de trein mee. Je kunt zoals zovelen, al ruim voordat de trein aanstalten maakt te stoppen met de nog rijdende wagons meelopen. Niet doen, want: zinloos. Een oom van mij – in een ver verleden geroutineerd treinreiziger – vertelde eens dat hij op het perron altijd wat naar achteren ging staan. Als de trein dan bijna stilstond, maakte hij een voorwaartse beweging en zo was hij ‘altijd’ als eerste bij de deur. Dat lukt mij niet. Mijn advies: ontspan, ga ergens vooraan bij de stippellijn staan en wacht. Loop pas op het allerlaatst een paar passen mee om je goed aan de zijkanten van de deur te positioneren. Stopt de trein precies met de deur voor je neus? Beschouw het als your lucky day. En: niet dringen bij het instappen. Laat de uitstappers afdalen als versgetrouwde stellen bij het stadhuis.

2Bepaal je instapstrategie. Reizen met een trein is kiezen voor dilemma’s. Zorg dat je er van tevoren over na hebt gedacht. Ga je voorin zitten, achterin, bij het raam, bij de tweezitter of bij een ‘viertje’, bovenin of onderin? Kies iets, het maakt niet uit. Ik heb me ooit laten vertellen dat het onderin veiliger is, dus daar zit ik dan. Geen idee of het waar is, maar het is niet nodig alles in het leven te factchecken.

3Kies je plek. Is het druk, dan is het simpel: ga zitten waar plek is. Loop door naar de volgende coupé als je geen zitplaats vindt. Een trein is als het leven: houd moed. Ik weet het niet hoor, maar mensen die meteen al op het balkon de klapstoel naar beneden duwen hebben toch een negatief zelfbeeld(je) dunkt mij. ‘Ik kan niet beter krijgen, ik berust in mijn lot’. Niet doen. Ook voor jou is ergens plaats. Zo niet, leg je er dan pas bij neer als je tussen lotgenoten alsnog strandt op een balkon.

4Gebruik die tas. Is het nog niet druk in de coupé? Kies dan een leeg ‘tweetje’, ga zitten en zet je tas op de andere stoel. Niet zo netjes, zal een willekeurige conducteur zeggen. Maar ja. In een tweezitter heb je, in tegenstelling tot een vierzitter, je eigen klaptafel. Toch nodig met je laptop, krant en/of koffie. Het liefst zit je natuurlijk alleen. Je weet tenslotte nooit wie er bij je aan kan schuiven. (Dit mag je denken, iedereen denkt het.) Je zult zien dat mensen doorlopen en op lege (lees: tasloze) zitplaatsen neerploffen. Als een medereiziger toch even aarzelt bij je tasstoel, pak dan meteen ruiterlijk je plunje op en kijk met een blik van ‘oh sorry, was even abuis, maar natúúrlijk mag u hier zitten’ en glimlach vriendelijk.

5Wisselen van stoel mág. Het doel van de reis is dat je fris op je werk aankomt, of weer fris thuis aankomt. Komt er iemand naast je zitten die onbedaarlijk ruikt, of zit er vlak naast je een stel eindeloos te kletsen over een niet al te pakkend onderwerp? Sta op en ga ergens anders zitten. Het mag. Ook al als de trein al rijdt.

6Doe geen vieze dingen. Je nagels vijlen of knippen is niet fris, net als je neus ophalen, een boterham met pindakaas eten. Kortom, doe niets dat een ander kan storen – weet: je medepassagier is net als jij en wil rustig van A naar B zonder te veel afgeleid te worden door menselijk gedrag. Dus als je belt, doe het zacht. Dvd kijken, werken op je laptop, je opmaken, spelletjes spelen, het mag allemaal, maar weet dat je publiek hebt. Zit je in een stiltecoupé, wees dan stil. En zeg niet als iemand je vermanend toespreekt dat je er zit te bellen: ‘hé joh, dan ga je toch ergens anders zitten’. Dat is ook niet netjes.

7Stap uit. Dit is de finale. Het afbuigen. Sta op. Loop in de rij naar de uitgang, kijk naar de mensen die wachten om in te stappen en lach vriendelijk. Het is publiek. Op de mooiste dag van je leven. Je bent er. De wereld ligt aan je voeten. De dag begint. Of eindigt.