Waarom is de redding van SNS een koopje?

De bank is gered, maar hoe zit het met het land? Wat zijn, nu de kruitdampen van het debat en het ongenoegen optrekken, de gevolgen voor de schatkist én de economie?Alom, en zeker in de politiek, wordt geklaagd over het bedrag van 3,7 miljard euro voor de redding van stroppenbank en verzekeraar SNS Reaal. Op dat bedrag valt een hoop af te dingen. Het is de uitkomst van boekhouden volgens staatsregels. In het bedrag van die 3,7 miljard euro zit bijvoorbeeld ook de erkenning dat we de openstaande steun uit 2008 niet terugkrijgen, maar ook de beloofde rente niet. Wie naar de contante bedragen kijkt die de redding kost, ziet heel andere uitkomsten.

Om te beginnen krijgen we SNS Reaal voor een koopje: we betalen niks voor de aandelen. We krijgen daarvoor een bedrijf dat op basis van de laatste cijfers in zijn kernactiviteiten een netto winst van 400 à 450 miljoen euro per jaar moet kunnen maken.

Is het dan gratis? Nee, de overheid koopt nieuwe aandelen in de SNS Bank en in de moedermaatschappij SNS Reaal voor 2,2 miljard euro. Verder geeft de overheid een overbruggingskrediet à 1,1 miljard euro. Dat kan straks weer afgelost worden. Dus dat telt verder niet mee.

De echte pijn zit in de nieuwe beheermaatschappij voor het vastgoed: 700 miljoen euro plus 5 miljard euro garanties. Over die 700 miljoen hoeven we ons geen illusies te maken. Dat wordt geheid een strop. Ons voordeel: we stappen erin nadat de oude aandeelhouders al een afwaardering van 2,8 miljard euro op de leegstaande kantoren, winkelcentra en golfcentra voor hun kiezen hebben gekregen. Ook dwingt minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) de andere banken 1 miljard euro bij te dragen.

We betalen dus alles bij elkaar 1,2 miljard netto: onze prijs van 2,2 miljard minus de bankenbijdrage van 1 miljard. Ervan uitgaande dat we nu op het dieptepunt van de markt zitten, moeten we dat geld kunnen terugverdienen. Met wat geluk kunnen we ook nog wat vastgoedverliezen compenseren.

De tweede vraag gaat om de economie. De redding geeft twee pluspunten: het stut consumentenvertrouwen én de markt van tweedehands vastgoed. De nieuwe beheerder heeft meer tijd om die gebouwen op te kalefateren, te verhuren of te liquideren. Maar het is een ander verhaal voor hét nijpende probleem voor ondernemers op dit moment: continuïteit van krediet.

Ondernemers leunen zwaar op bankkrediet. Met name in het midden- en kleinbedrijf. Dat is historisch zo gegroeid en niet een-twee-drie radicaal te veranderen. Het afknijpen van de banken bij de SNS-redding voor 1 miljard euro gaat onherroepelijk ten koste van de kredietverlening en daarmee van ons groeiperspectief.

Hoeveel schade richt het aan? Vorig jaar heeft de Tweede Kamer daarover al druk gecorrespondeerd met de toezichthoudende Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën. De opeenstapeling van maatregelen voor banken (extra belasting, heffing voor spaargeldgarantiefonds, kapitaalbuffers) betekent hogere rentekosten of minder kredietgroei. Dijsselbloem becijferde dat laatste in het Kamerdebat over SNS Reaal op 17 miljard euro in 2014. Dat is ongeveer een jaar kredietgroei, zei hij.

Deze weg belaste kredietruimte is op korte termijn winst voor de staatskas en het terugverdienen van de redding van SNS Reaal. Maar het pakt rampzalig uit voor ondernemers die krediet nodig hebben en daarmee ook voor de economie. Als overheden banken redden zeggen critici wel eens dat private verliezen zo worden gesocialiseerd. Hier is het andersom: de kosten van een publieke reddingsactie zijn geprivatiseerd.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.