Spiegelbeeld van Berlusconi

Pier Luigi Bersani kan volgens de peilingen als enige Silvio Berlusconi afhouden van een zege over twee weken. Maar de oud-linkse leider heeft moeite met campagne voeren. „Ik heb er de buik vol van.”

Bersani wil dat links gelooft in zijn eigen kracht.
Bersani wil dat links gelooft in zijn eigen kracht. Foto’s Reuters

Pier Luigi Bersani heeft een donkere, zware stem en wil ook nog wel eens mompelen. Daarom klinken zijn eerste zinnen wat brommerig. Maar al snel gaat zijn stem omhoog en weerklinken de woorden luid en duidelijk: „Ik wil proberen uit dit cabaret te stappen. Ik heb er mijn buik vol van.”

Het cabaret, dat is hoe Bersani de campagne beleeft voor de Italiaanse verkiezingen van 24 februari. Hij had gedacht gestaag te kunnen opstomen naar de overwinning. Rustig zijn plannen uitleggen voor een ingrijpende hervorming van de overheid, langzaam in binnen- en buitenland vertrouwen winnen, en ondertussen de verschillende stromingen op links bij elkaar houden. Tempo en koers zouden bij hem hebben gepast. De 61-jarige Bersani is een serieuze man, op het saaie af.

Nog steeds staat hij met zijn bondgenoten vóór in de peilingen, nog steeds heeft deze onderkoelde linkse pragmaticus de beste papieren om de nieuwe premier van Italië te worden. Maar de nervositeit in zijn Democratische Partij groeit. Bersani wilde drie grote kwesties op tafel leggen: arbeid, gezondheidszorg, onderwijs. Maar Silvio Berlusconi is er met een uitgekiend media-offensief en een portie politieke lef en bluf in geslaagd de achterstand in de peilingen te verkleinen. Daarom moet Bersani het veel meer dan hem lief is hebben over belastingen, het thema van Berlusconi.

Niets belet Bersani om even gretig als Berlusconi de media op te zoeken. Maar dat is niet zijn stijl. Berlusconi is de grappenmaker, een showman die moeiteloos van standpunt verandert. Bersani is de bedachtzame Toscaan uit één stuk, niet snel van zijn koers af te brengen. Grote schoenen en een scherpe geest, zoals ze in Toscane zeggen. Hij komt op tv niet goed uit de verf, loopt liever partijbijeenkomsten af.

Ook deze ochtend, op een bijeenkomst met artsen en verpleegkundigen in de grote aula van het Romeinse ziekenhuis Forlanini, zijn ‘serieus’ en ‘concreet’ de refreinen in zijn toespraak. Erg inspirerend is dit niet – het is niet toevallig dat er, hoewel hij al maandenlang geldt als de gedoodverfde winnaar, geen recente boeken over hem zijn.

„Ik ben niet van plan mee te gaan in deze demagogie’’, zegt Bersani. „Er zijn meer problemen die in een campagne aan de orde moeten komen dan belastingen.” En over eventuele samenwerking met het centrumblok dat Monti steunt, ook zo’n vraag die vaker terugkomt dan hem lief is, zegt hij met een zucht: „Ik zeg al twee maanden steeds hetzelfde. Als ik niet de 51 procent haal, ben ik bereid over samenwerking te praten met iedereen die niet Berlusconi is, niet populistisch en niet regressief.”

Half improviserend schetst Bersani het linkse beleid dat hij wil voeren te midden van de grote financiële problemen waarmee Italië worstelt. Hij houdt het algemeen, in een poging meningsverschillen binnen links te bedekken. „We moeten universalistisch zijn”, zegt hij keer op keer. Onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, dat mag niet alleen voor rijke mensen zijn. Het evenwicht tussen arm en rijk is door de crisis verder verstoord. Maar, waarschuwt hij, het moet wel „haalbaar” zijn. Italië zit nu eenmaal diep in de schulden, Europa verkeert nu in crisis. Dat kun je niet negeren. Daarom wil hij geen breuk met het bezuinigingsbeleid van Monti, maar „verbetering” ervan. En dan allereerst meer aandacht voor maatregelen die groei moeten stimuleren. Want werk is, met een werkloosheid die tegen de 12 procent loopt, de eerste prioriteit.

Bersani , zoon van een benzinepomphouder, is al vrijwel heel zijn leven politiek actief. Als misdienaar organiseerde hij al een staking. Als dertiger begon hij aan een bestuurlijke carrière binnen de Italiaanse Communistische Partij, meeveranderend toen de partij van naam veranderde en sociaal-democratischer werd. Hij werd in 1993 president van de ‘rode’ regio Emilia-Romagna en kreeg drie jaar later, onder premier Prodi, zijn eerste ministerspost: Industrie. In 2006 vroeg Prodi hem opnieuw als minister, nu van Economische Ontwikkeling. De ex-communist maakte als minister naam met een reeks privatiseringen.

Hoewel hij in 2009 tot partijleider was gekozen, besloot hij twee jaar later het partijleiderschap inzet te maken van voorverkiezingen. Dat was een risico. Andere kopstukken in de partij raadden het hem af: te riskant. Maar Bersani drukte door. Het resultaat was een debat waar de Democratische Partij veel energie van kreeg. Er was iets te kiezen: de oude rot Bersani tegen de jonge, goedgebekte burgemeester van Florence, Matteo Renzi. De laatste vond het grootste deel van de oude garde rijp voor de sloop.

Bersani won glorieus. Daarmee koos de partij voor betrouwbaar en bekend. Tegenover de 24 jaar jongere Renzi presenteerde Bersani zich als een „degelijke occasion”. In dat opzicht was het een keus voor oud-links: Bersani koestert de banden met de vakbonden en andere linkse organisaties en past inhoudelijk goed in de sociaal-democratische traditie. „Zonder wortels kun je geen nieuwe bladeren krijgen’’, zei hij eind vorig jaar.

Hij wil links, dat in het verleden felle stammenstrijden heeft gevoerd, bij elkaar houden. Toen hem in een debat werd gevraagd wie zijn persoonlijke held was, noemde hij paus Johannes XXIII, de man van het Tweede Vaticaanse Concilie, dat de katholieke kerk moderniseerde. „Die veranderde de zaken en wist tegelijkertijd mensen gerust te stellen.”

Zijn overwinning in de voorverkiezing versterkte de positie van Bersani. Hij duwde de ‘oude olifanten’, partijbaronnen van tegen de zestig of ouder, zachtjes opzij. Velen van hen hebben zich niet meer kandidaat gesteld, al hoopt een enkeling, zoals de altijd berekenende oud-premier Massimo D’Alema, ongetwijfeld een kans te krijgen als minister. Omdat Bersani meer bestuurder dan partijpoliticus is geweest, werd hij zelf door een meerderheid van links niet tot de oude olifanten gerekend.

Bersani symboliseert in deze campagne de kracht en de beperkingen ter linkerzijde. De partij en de machtige linkse vakbond CGIL staan eensgezind achter Bersani. Diens campagne is er dan ook vooral op gericht om links te sterken in het geloof dat er een overwinning in zit, als iedereen op links maar eensgezind gaat stemmen. Op links zijn nog twee andere partijen van betekenis. Bersani heeft met een daarvan een electorale alliantie gesloten die vooralsnog redelijk stabiel blijft. De andere bestookt Bersani met kritiek dat hij te veel op de bezuinigingslijn van Monti zit, maar snoept in de peilingen slechts beperkt stemmen af van het Bersani-kamp.

De beperking zit aan de andere kant. Bersani slaagt erin traditioneel-linkse kiezers te mobiliseren, maar trekt weinig nieuwe kiezers aan. Een Democratische Partij onder leiding van Renzi was voor veel kiezers in het centrum aantrekkelijker geweest. Renzi, die nu loyaal campagne voert onder Bersani en zijn tijd beidt, is de man van tv en internet, van een wat diffuser links gevoel, van politieke slogans ook die je bijblijven.

De metaforen van Bersani, die filosofie heeft gestudeerd, zijn daarentegen niet altijd te begrijpen. Er is er een speciale term voor, het Bersanese. Twee recente voorbeelden. „Je kan het water niet met je handen tegenhouden.” Of: „Je kan het tapijt niet troosten omdat het op de grond ligt.”

Op de hesjes van de ordedienst in de uitpuilende aula staat met grote letters: Immagino en daaronder una nuova Italia: Ik stel me een nieuw Italië voor. „Dat kan”, zegt Bersani. „We moeten serieus zijn. Wij toveren niet ineens een konijn uit de hoed. Onze voorstellen zijn gebaseerd op ervaring en uitgebreide studie. Ik ben ervan overtuigd dat we dit land een andere kant op kunnen sturen.”

Het applaus is warm, maar niet overweldigend. Bersani schudt handen, perst zich met behulp van forse medewerkers door de zwerm fotografen en cameramensen heen, en vertrekt in een blauwe BMW, instapmodel. Langs de oprijlaan wapperen vakbondsvlaggen die betere tijden hebben gekend. Glamour ontbreekt. Het past bij de man die eerder zei: „Als tien drenkelingen midden op zee zijn, is de leider niet degene met het meeste charisma, maar degene die de meeste zekerheid biedt.”