Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Poetins putsch met papier

Sinds de rentree van president Poetin in mei vorig jaar neemt de Doema aan de lopende band wetten aan om dissidentie in de kiem te smoren. Deze methode werkt. Kritische Russen worden steeds voorzichtiger.Thalia Verkade, Moskou

ITAR-TASS: MOSCOW, RUSSIA. DECEMBER 21, 2012. State Duma members at a State Duma plenary meeting. (Photo ITAR-TASS/ Sergei Fadeichev)
ITAR-TASS: MOSCOW, RUSSIA. DECEMBER 21, 2012. State Duma members at a State Duma plenary meeting. (Photo ITAR-TASS/ Sergei Fadeichev) ITAR-TASS

Het Russische parlement heet de Doema. Van het woord doemat: denken. Een doera is een vrouwelijke doerak: een tuthola.

De befaamde televisiepresentator Vladimir Pozner haalde deze twee termen onlangs door elkaar in een uitzending op de staatstelevisiezender Het Eerste Kanaal. „De nu tentoongespreide gedachtegang van de nationale doera - oeps, pardon, ik verspreek me, van de Doema, is schrijnend”, zei de commentator zonder met zijn ogen te knipperen.

De volgende dag had heel Rusland het over zijn verspreking. En of het opzet was geweest.

Het nationale parlement was niet gecharmeerd. Vier Doemaleden kondigden een wetsvoorstel aan waarmee journalisten die een buitenlands paspoort hebben en op de staatstelevisie beledigende dingen zeggen over de Russische „miljoenenstaat”, kunnen worden ontslagen. Op de (invloedrijke) staatstelevisie mag, vinden zij, een loyale houding tegen de staat worden verwacht.

Vladimir Pozner bezit een Russisch, een Frans en een Amerikaans paspoort. In de eerstvolgende uitzending bood hij omstandig zijn excuses aan. De Doemaleden lieten daarop weten geen haast meer te zullen maken met hun anti-Poznerwet, zoals het initiatief intussen was gaan heten.

De tv-presentator, die opgroeide in de VS en vroeger de belangrijkste pr-man was van de Sovjetmacht voor Amerikaans publiek, ging niet voor niets door het stof. De laatste maanden wordt er in Rusland bijna elke week wel een wetsvoorstel ingediend en goedgekeurd als directe, razendsnelle reactie op vermeende kritiek op de staat, of die nu binnen of buiten het land wordt geuit.

Maar veel van deze ‘reactieve’ wetten zijn meer. Ze worden tegelijkertijd ook gepresenteerd als eerbiediging van de conservatieve wensen van de ‘burgers in de miljoenenstaat’. Een groot deel van de bevolking heeft immers weinig op met bijvoorbeeld homoseksuelen, de hoofdstedelijke protestbeweging of Amerikanen. Over allen wordt op de loyale (staat)televisie niet veel goeds verteld.

Zo ontstond in december ook de wet die Amerikanen voortaan verbiedt om Russische weeskinderen, veelal gehandicapt, te adopteren. Over deze wet sprak Pozner, toen hij het over de Doema als doera had. Te veel Amerikaanse adoptie-ouders zouden hun Russische kinderen verwaarlozen, mishandelen of vermoorden – een stelling die gebaseerd is op een aantal gevallen die afgelopen jaren de Russische media haalden.

Statistisch gezien gaat het Russische weeskinderen, vooral de gehandicapte, in Amerika zeker niet slechter af dan in Rusland. Maar dat deed niet ter zake. De wet werd ingevoerd in reactie op kritiek vanuit het buitenland. De Doema nam de anti-adoptiewet in behandeling direct nadat de Amerikaanse president Obama een wet had ondertekend die sancties oplegt aan een reeks Russische ambtenaren die betrokken zijn geweest bij de tot nu onopgehelderde dood in 2009 van de fiscaal jurist Sergej Magnitsky in een Russische gevangenis.

Volgens regeringspartij Verenigd Rusland, die de wet indiende, lag de anti-adoptiewet al langer op de plank. De Magnitsky-wet in de VS was slechts aanleiding om er nu eens werk van te maken.

En dat deed ze snel. Veertien dagen na de indiening was het verbod op adoptie door Amerikanen al een feit. Dat er ook een aparte regeling moest komen voor lopende adoptieprocedures, had de Doema in de haast over het hoofd gezien.

In dezelfde anti-adoptiewet werd wel een clausule opgenomen die Russen met een (tweede) Amerikaans paspoort verbiedt om te werken voor non-gouvernementele organisaties (ngo’s). Voor zover bekend is er maar een persoon in Rusland op wie dat op dit moment van toepassing is: mensenrechtenactiviste Ljoedmila Aleksejeva (85), Russisch en Amerikaans staatsburger en ook voorzitter van de Moskouse Helsinki-groep. Het heeft er alle schijn van dat zij wel de privébehandeling kreeg waaraan Vladimir Pozner voorlopig is ontsnapt.

De stroom aan wetten waar men in het

Westen de wenkbrauwen van optrekt kwam op gang na 6 mei 2012, de dag dat in Moskou een grote demonstratie tegen de inauguratie van president Poetin uit de hand liep. Slechts vier dagen had een team van acht parlementariërs er voor nodig om met een antwoord op het protest te komen: een verhonderdvoudiging van de boetes op demonstreren. Op 6 juni gingen de Staatsdoema (het lagerhuis) en de Federatieraad (de senaat) met wetsvoorstel 70631-6 akkoord. Twee dagen later zette Poetin zijn handtekening ter bekrachtiging.

Een maand en twee dagen – meer tijd was er niet uitgetrokken om deze wet en inperking van het in de grondwet verankerde recht op demonstreren tot stand te brengen.

Op deze boetes volgden binnen een half jaar nog veel meer repressieve wetten: een verbod op het belasteren van de staat, een wet die maatschappelijke ngo’s verplicht zich ‘buitenlands agent’ te noemen als ze buitenlands geld aannemen, en een verbreding van het beladen begrip hoogverraad.

Allemaal wetten met het doel om de kritiek en de onrust binnen Rusland te beperken. De verwijzingen naar het ‘buitenland’ waren volgens de Doema nodig omdat de demonstraties tegen Poetin volgens het openbaar ministerie door het Westen worden gesteund.

De meeste wetten werden door de Doema zelf geïnitieerd. De regeringspartij van president Poetin bezet daar meer dan de helft van de 450 zetels. Door die absolute meerderheid en het gebrek aan tegenstand bij drie andere fracties (de communistische KPRF, de hypernationalistische LDPR van Vladimir Zjirinovski en de partij Rechtvaardig Rusland) kan Verenigd Rusland de Doema haar wil in de praktijk makkelijk opleggen.

Behalve wetten tegen het burgerprotest nam de Doema ook een reeks normatieve wetsvoorstellen in behandeling die maatschappelijke dissonantie in het algemeen moeten tegengaan. Er is een wetsvoorstel in de maak tegen vloeken in publicaties voor breed publiek. Een wet, op basis waarvan websites kunnen worden gesloten die kinderen op verkeerde ideeën kunnen brengen, is al goedgekeurd . En twee weken geleden stemde een bijna totale meerderheid van de Doema in eerste lezing voor een wetsvoorstel dat “homopropaganda” verbiedt.

„De Doema is een op hol geslagen printer, aangesloten op het kantoor van president Poetin”, concludeerde de liberale commentator Vladislav Naganoff in september vorig jaar al – een uitdrukking die nu rondzoemt bij elke nieuwe wet die de vrijheid verder beperkt.

Of de Doema hiertoe een directe aanwijzing van boven heeft gekregen na de rellen van 6 mei, is niet bekend. Wel sprak president Poetin in diezelfde septembermaand vorig jaar zijn goedkeuring uit over alle wettelijke maatregelen die de Doema toen al had genomen. Ze zijn volgens Poetin noodzakelijk voor de orde in Rusland.

Maar de parlementariërs kunnen misschien ook spontaan handelen: uit overlevingsdrang. Ook een meerderheidspartij is afhankelijk van de steun van de meerderheid van de bevolking. De partij haalt daarom graag peilingen aan om wetsvoorstellen te beargumenteren en te beoordelen. Die fixatie op opiniepeilingen leidde afgelopen maanden tot strenge straffen voor dronken automobilisten die dodelijke verkeersongelukken veroorzaken: een van de belangrijkste aanstichters van volkswoede. Ook een aanstaand rookverbod in publieke ruimtes zou het verlangen van een grote meerderheid van de Russen reflecteren.

Om dezelfde populistische reden zal een onlangs via de Federatieraad ingediend wetsvoorstel, dat in algemene zin het bevestigen van spullen aan de binnenkant van autoruiten verbiedt, het niet redden. Een meerderheid van de bevolking is hier tegen, omdat de wet in de media is uitgelegd als een verbod op de filmcamera’s in auto’s. Veel Russen hebben die achter de voorruit hangen. Het is de enige manier om je als automobilist in te dekken tegen corrupte politieagenten en onterechte schadeclaims na ongelukken (de spectaculairste opnames zijn populair op internet). Verenigd Rusland kan het zich niet veroorloven de woede op de hals te halen van miljoenen Russische automobilisten en heeft in de media al laten weten de wet te zullen afschieten.

Wie voor een dergelijke wet stemt, haalt zich boze burgers op de hals. Het omgekeerde geldt evengoed. Daarom was de Doema, op twee leden na, het eens met het eerste concept van de wet tegen homopropaganda. Tachtig procent van de Russen is tegen gay parades. De Russisch-Orthodoxe kerk, klankbord van de regering, wil het ook. Wie er tegen is of stemt, wordt zelf als homo weggezet.

Dit populisme leidt desondanks ook tot verwarring. Er worden intussen zelfs wetten uitgevoerd die nog helemaal niet bestaan. Meerdere internetproviders blokkeerden vorig jaar de videowebsite YouTube, omdat de minister van Communicatie op Twitter had gezegd dat er een wet van die strekking in de maak was. Dat bleek een grap. Inmiddels is de internetwetgeving wel dusdanig aangescherpt dat een staatsorgaan mag bepalen welke websites te onveilig zijn voor Russische kinderen.

Russen die niet blij zijn met al deze ontwikkelingen, kunnen bij de volgende verkiezingen niet stemmen op een concurrerende partij, omdat die binnen de Doema nu eenmaal niet bestaat. De boze kiezer kan alleen maar de straat op voor een betoging.

Maar ook daarop lijkt de Doema de afgelopen maanden een antwoord te hebben gevonden, al dan niet op aanwijzing van het Kremlin. In nieuwe wetten die critici buitenspel zetten en zo namens ‘de miljoenenstaat’ afrekenen met ongewenste elementen. Of deze strategie werkt is overigens wel de vraag: volgens een recente opiniepeiling is nog maar 36 procent van de bevolking tevreden over het parlement.

Maar de maatschappelijke gevolgen zijn tot nu toe groot. De kritische minderheid wordt steeds voorzichtiger en stiller. Als een tv-ster de Doema een doera noemt, moet hij vrezen voor een wet op maat. En voor zijn baan.