Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Politiek

Ophanging van Mau Mau-leider Dedan Kimathi

Niet elke dode krijgt een prominente plek in de krant. ‘De Mau-Mau-leider Dedan Kimathi is maandagochtend in de gevangenis van Nairobi in Kenia terechtgesteld. Hij was ter dood veroordeeld, omdat hij illegaal in het bezit van een revolver was’, stond op woensdag 20 februari 1957 in de rubriek ‘Kort Allerlei’ op pagina 2 van het Gereformeerd Gezinsblad, de voorganger van het Nederlands Dagblad.

Net als het Algemeen Handelsblad negeerde de Nieuwe Rotterdamsche Courant de ophanging van de Keniase rebellenleider door het Britse koloniale gezag. Het laatste wat de lezer van NRC over Kimathi had vernomen, was een aantekening in het buitenlands weekoverzicht op zaterdag 27 oktober 1956: ‘Rest nog te vermelden, dat in Kenia de leider van de Mau-Mau-beweging, die de schone naam Dedan Kimathi draagt, gevangen is genomen en dat in Honduras president Lozano in een onbloedige staatsgreep van zijn macht is beroofd en vervangen is door een driemanschap’.

In een op 18 augustus 2010 verschenen artikel over ‘een halve eeuw na de opstand tegen de Britten’ noemde Afrika-correspondent Koert Lindijer – al drie decennia ter plekke – Kimathi de belangrijkste leider van de Mau Mau. In de jaren vijftig werd de verzetsbeweging door de Britten gedemoniseerd als een wrede, primitieve occulte groepering. Die beeldvorming kreeg ook haar weerslag in de kranten uit die tijd. ‘De woeste moordpartij van de Mau-Mau, zestien km van Nairobi, waarbij volgens de eerste berichten tweehonderd inheemsen, merendeels loyale elementen, zoals leden van de burgerwacht der Kikoejoe’s en staatsemploye’s, in stukken werden gehakt, doodgeschoten of in hun hutten levend verbrand, heeft Kenya uiteraard plots weer in het brandpunt der publieke belangstelling geplaatst”, schreef NRC in maart 1953, vijf maanden na het uitroepen van de noodtoestand in het land.

Het Vrije Volk vond de arrestatie van Kimathi in 1956 wel voorpaginawaardig. ‘De Britten hopen, dat door zijn arrestatie een einde is gekomen aan het verzet van de Mau-Mau. Prinses Margaret, die op het ogenblik Kenia bezoekt, zei bijzondere waardering te hebben voor de arrestatie’.

Pas decennia na Kenia’s onafhankelijkheid (12 december 1963) kwam er herwaardering voor de Mau Mau. Correspondent Lindijer sprak in 2010 met Mau Mau-oorlogsveteraan Isaac Kabui. „Pas met de verkiezingszege in 2002 door de oppositie en de nieuwe regering van president Mwai Kibaki kregen we enige erkenning”, zegt hij. „Kibaki richtte een standbeeld voor Dedan Kimathi in Nairobi op en de president zou hem alsnog een heldenbegrafenis willen geven, maar zijn lichaam is onvindbaar.”