Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Politie, recht en criminaliteit

Minderjarigen zitten al gauw in voorarrest in Nederland

Advocaten in de grensrechterzaak vinden dat hun cliënten onnodig lang in voorarrest zitten. „Hij heeft niet eens een strafblad.”

Het halve B1-elftal van de Amsterdamse voetbalclub Nieuw-Sloten zit nu al zeker twee maanden achter de tralies. Zes jongens van 15 tot 17 jaar oud en één vader. Allemaal worden ze verdacht van betrokkenheid bij de mishandeling van de Almeerse grensrechter Richard Nieuwenhuis in december vorig jaar. Hun is doodslag ten laste gelegd.

Deze week behandelt de rechter de zogenoemde ‘schorsingsverzoeken’ van de advocaten van drie minderjarige verdachten in deze zaak. De advocaten vinden dat de verdachte jongens naar school moeten kunnen. Dat is, zeggen ze, immers het uitgangspunt in het jeugdstrafrecht.

Hoe groot is de kans dat ze voorlopig vrij komen? En waar hangt dat van af?

Volgens advocaat Margje van Weerden zijn er zwaarwegende argumenten om haar jeugdige cliënt vrij te laten. „Hij is minderjarig én gaat naar school. Als hij nog langer vastzit, kan hij dit schooljaar wel vergeten. De kans dat hij vlucht, is er niet – hij heeft niet eens een strafblad. Hij is nooit in aanraking geweest met politie, justitie of een hulpverlenersinstantie.”

Er is, zegt Van Weerden, „nauwelijks bewijs” tegen haar cliënt. „Er is geen filmpje of foto waarop te zien is dat hij iemand trapt. Op één foto staat hij wel in de buurt van het tafereel, maar hij dóét niets.” Ook haar kantoorgenoot Geert-Iem Roos, advocaat van een 16-jarige verdachte in deze zaak, vindt het bewijs tegen zijn client te dun. „Hij kwam later aanlopen bij de agressors. Meer is er ook niet te zien op de foto’s. Ik ben er van overtuigd dat hij vrij moet.”

Het is doorgaans niet de bedoeling dat jeugdigen hun voorarrest in de cel uitzitten, zegt Nico Kwakman, universitair docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „De rechter besluit regelmatig het voorarrest te schorsen onder de voorwaarden dat de jeugdige naar school gaat, een avondklok krijgt, of in behandeling gaat voor zijn gedrag.” Dat is ook de ervaring van advocaat Peter Plasman. „Er wordt vaak geschorst, omdat er gekeken wordt naar het belang van het kind. Dat hoort bij het karakter van ons jeugdstrafrecht.”

Nederland gaat doorgaans milder om met jeugdige verdachten dan met volwassenen. Die kunnen veel lagere straffen krijgen voor soortgelijke delicten. Minderjarigen kunnen maximaal twaalf maanden vastzitten, bij 16- en 17-jarigen ligt dit maximum op 24 maanden. Maar de termijnen van het voorarrest zijn voor jeugdigen wel even lang als voor volwassenen: maximaal 108 dagen. En na een pro-formazitting nog langer.

In de praktijk worden minderjarige verdachten wel heel gemakkelijk in voorlopige hechtenis vastgezet, zegt advocaat Plasman. „Nederland is er zelfs voor op de vingers getikt door het Europese hof.”

In 2009 sprak het Kinderrechtencomité van de VN Nederland vermanend toe om het hoge aantal minderjarigen in voorarrest: in 2011 zes keer meer dan in detentie. Op 1 januari 2012 zat 74 procent van de minderjarigen in een justitiële jeugdinrichting daar op titel van voorarrest.

Hoe bepaalt een rechter of voorarrest nodig is? Dan verwacht hij in elk geval dat de straf aanmerkelijk hoger zal zijn dan het voorarrest, zegt Ido Weijers, hoogleraar jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht. „Klinkt misschien gek, omdat de rechter zo een voorschot neemt op het uiteindelijke vonnis, maar het is een typische rechterlijke afweging. Dat is zijn taak.”

En de verdenking in deze zaak, doodslag en/of moord, is ernstig, zegt Weijers. „Zo’n verdenking bij minderjarigen komt maar acht tot tien keer per jaar voor. Voor voorlopige hechtenis moet sprake zijn van een feit waarop een celstraf van 12 jaar of meer kan worden opgelegd.”

Daarnaast moet de rechtsorde ernstig zijn geschokt door het gepleegde feit, voordat voorarrest kan worden opgelegd. Wat een ‘geschokte rechtorde’ is, staat niet in de wet. „Die term is vrij voor interpretatie van de rechter. Dat is zeer problematisch”, stelt Jolande uit Beijerse, universitair hoofddocent strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Want wanneer is de rechtsorde geschokt? Als de kranten er over schrijven? Als heel Nederland op zijn kop staat, of alleen de stad waar het misdrijf is gepleegd?”

De Groningse universitair docent Kwakman vindt dat in deze zaak buiten kijf staat dat sprake is van een geschokte rechtsorde: „Deze zaak heeft impact gehad op de hele samenleving én de sportwereld. Daar is geen discussie over mogelijk.” Volgens Jolande uit Beijerse gaan veel rechters er vanuit dat als op een misdrijf twaalf jaar of meer staat, de rechtsorde automatisch geschokt is. „Dat is een verkeerde interpretatie van de wet.” Advocaten en wetenschappers uiten daarom steeds vaker kritiek op dat criterium.

Er is nóg een reden voor het opleggen van voorarrest. Als een rechter denkt dat een politieonderzoek belemmert kan worden door vrijlating van de verdachte, is dat reden voor voorlopige hechtenis. In de zaak van de grensrechter mochten de verdachten in het begin van het voorarrest daarom met niemand praten, ook niet met hun ouders.

Advocaat Geert-Iem Roos vindt dat de rechter het argument van het onderzoeksbelang niet meer kan gebruiken. „Alle getuigen zijn gehoord. Je kunt iemand ook opleggen geen contact op te nemen met getuigen. En in het geval van mijn cliënt is het onderzoeksbelang niet meer aan de orde, omdat het hof in Leeuwarden in hoger beroep tegen het voorarrest die reden er af heeft gehaald.”

Advocaten kunnen maar één keer in beroep tegen het voorarrest van hun cliënten. Roos en Van Weerden probeerden dat vorige week tevergeefs. Waarom hun beroep precies werd afgewezen weten ze niet. „De rechter motiveert zijn beslissing voor de verlenging het voorarrest nauwelijks”, zegt Van Weerden. Dat bevestigen ook Sander Janssen en Hilje Platenga, advocaten van twee andere minderjarige verdachten in deze zaak. Zij gaan misschien later in beroep tegen het voorarrest.

Janssen: „Hoe langer het voorarrest duurt, hoe zwaarder de redenen moeten zijn om het te verlengen. We zitten nu al op twee maanden dus het wordt steeds moeilijker voor de raadkamer. De kans dat mijn cliënt vrijkomt, wordt dus steeds groter.”

De eerste pro-formazitting is op 11 maart. De inhoudelijke behandeling van de zaak begint op 29 mei.