Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Meubels die geen meubels zijn

Richard Artschwager begon zijn loopbaan met het schilderen van baby’s en als meubelmaker. Als kunstenaar maakte hij ‘onbruikbare’ meubels.

Zaterdag overleed de Amerikaanse kunstenaar Richard Artschwager op 89-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Albany, na een eerder herseninfarct. Het was ook kort na de afsluiting van een groot retrospectief in het Whitney Museum of American Art in New York. Daar werd hij geëerd om een oeuvre dat meer dan een halve eeuw besloeg, meanderend langs stromingen als pop-art en minimalisme en conceptuele kunst, maar dat al vroeg een heel eigen signatuur had.

Artschwager werd in 1923 geboren in Washington D.C. en verhuisde op zijn elfde naar New Mexico. Zijn vader was een Duitse botanicus, zijn moeder een Oekraïense amateurschilder en zelf koos hij voor een studie wiskunde. Maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit en raakte hij gewond als soldaat. Na de oorlog bleef hij nog even in Europa en besloot een andere koers te kiezen. In 1949 verhuisde hij naar New York, waar hij zou blijven wonen, en waar hij les nam bij de Franse kunstenaar Amédée Ozenfant. Hij verdiende bij als babyfotograaf en meubelmaker. En al zou hij zijn kunstenaarschap beginnen met schilderijen van baby’s, vooral het meubelmaken zou van blijvende invloed zijn.

Hij ging meubelplaat en andere bouwmaterialen gebruiken in sculpturen. Dat begon met een kastje in 1962, waarvoor hij wat overgeschoten formica gebruikte dat ‘Gebleekt Walnoot’ heette, wit met zwarte houtnerf. Formica, dat hij beschreef als „the great ugly material, the horror of the age”, zou hij toepassen in vele onbruikbare meubelobjecten: zoals formica hout imiteert, en slechts suggestie is, waren ook zijn sculpturen slechts suggesties van deuren, kasten en stoelen.

Met deze sculpturen baarde hij opzien in de tijd dat pop-art opkwam, een beweging waar hij enigszins verwant mee was. Ook hij verhief het banale tot kunst. Het was een spottende kunst, die tegelijk even fris en vrolijk aanvoelde als de welvaartstijd die deze lelijke materialen voortbracht. Hij bleef nutteloze objecten maken, zoals een spiegel die niet spiegelt, boeken waar je niet in kunt bladeren, kastjes die niet opengaan. Strak vormgegeven, zoals ook het minimalisme in die tijd, waren zijn sculpturen herkenbaar en afstandelijk, alsof ze boven de mens verheven waren. Misschien was dat sacrale wel beïnvloed door de altaren die hij destijds als meubelmaker had gemaakt in opdracht van de Katholieke Kerk.

Ook schilderde hij, vooral op het isolatiemateriaal celotex, en zou hij zijn hele leven blijven tekenen. Net zoals hij hield van de imitatienerf op formica, koos hij ook tekenpapier met een duidelijke textuur. Hij tekende lichtjes op het papier met houtskool, illusies scheppend van schaduw, objecten, deuken. Dat leverde tekeningen op die net als zijn sculpturen geen persoonlijke expressie uitdrukken, maar een gevolg lijken te zijn van materiaal.

Zo schiep hij een oeuvre dat gaat over schoonheid, waarneming, speculatie, waar hij tot op hoge leeftijd aan bleef werken. Vanaf de jaren zestig werd hij gepromoot door de invloedrijke galeriehouder Leo Castelli en deed hij mee aan verschillende Documenta’s in Kassel.

De laatste jaren werd hij vertegenwoordigd door een andere galeriegigant, Gagosian. In de nadagen van zijn leven tekende Artschwager herinneringen aan zijn jeugd in New Mexico, waar hij met zijn ouders naar toe verhuisde omdat het klimaat er beter zou zijn voor zijn vader die aan tuberculose leed. Die terugblik maakt de cirkel van zijn werk rond. Spelend met de glanzende esthetiek van kunststromingen, met de Amerikaanse welvaartsmaatschappij, met politieke commentaren en met zijn eigen herinneringen, heeft hij een oeuvre nagelaten dat zowel typisch Amerikaans is als heel persoonlijk en eigenzinnig.