Medeplichtig aan de martelvluchten

Onder Bush zetten zwartgeklede CIA’ers talloze terreurverdachten op het vliegtuig naar een martelgevangenis. Minstens 54 landen hielpen mee. Wanneer leggen zij verantwoording af?Juurd Eijsvoogel

We zijn nog steeds in een oorlog verwikkeld, benadrukte de scheidende Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta onlangs, „de oorlog tegen het terrorisme die we sinds 9/11 voeren”. Panetta deed zijn uitspraak om het gebruik van onbemande vliegtuigjes (‘drones’) voor het liquideren van terreurverdachten te rechtvaardigen, een aanpak die de voorkeur heeft van president Obama. De liquidatiepolitiek en de drones zijn fel omstreden, zoals blijkt uit het debat dat dezer dagen in Washington is opgelaaid.

Maar ook over de manier waarop George W. Bush de ‘Oorlog tegen Terreur’ voerde is de controverse nog altijd niet verstomd. Zo bracht een gedetailleerd rapport afgelopen week de praktijk van de CIA in kaart om terreurverdachten in het buitenland op te pakken, in het geheim naar een derde land te vervoeren en ze daar buiten het bereik van het Amerikaanse recht te laten ondervragen, al dan niet onder druk van marteling.

Bekend was dat dit onder Bush op grote schaal gebeurde. Het nieuwe rapport laat nu zien dat een netwerk van maar liefst 54 landen, waarvan 25 in Europa, de Amerikanen hielp bij deze zogenoemde ‘extraordinary renditions’.

Zonder de hulp van die landen was deze Amerikaanse praktijk nooit mogelijk geweest, stelt het Open Society Justice Initiative, een organisatie van miljardair en filantroop George Soros die het rapport heeft uitgebracht. En dus zouden niet alleen de Verenigde Staten, maar ook al die andere landen verantwoording moeten afleggen over de schendingen van de mensenrechten waarmee de ‘renditions’ gepaard gingen.

Volgens het rapport, getiteld Globalizing Torture, hielpen onder meer België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Zweden en Denemarken de CIA. En buiten Europa verleenden zulke uiteenlopende landen als Canada, Syrië, Indonesië, Somalië, Thailand, Zimbabwe, Libië en zelfs Iran de Amerikanen assistentie.

Nederland wordt niet genoemd in het rapport, maar dat betekent niet dat Nederland geen blaam treft, zegt Amrit Singh, opsteller van het rapport, in een telefonische toelichting. Ze benadrukt dat haar lijst van 54 landen die de CIA hielpen niet uitputtend is. „Misschien waren wel veel méér landen medeplichtig. We hebben nog lang niet alle feiten op tafel. Daarom vragen we alle regeringen om open kaart te spelen. Ook de Nederlandse regering moet het opbiechten als ze hieraan heeft meegewerkt.”

Volgens Singh is zonneklaar dat Amerika handelde in strijd met het eigen en het internationale recht. En voor sommige van de landen die meewerkten geldt hetzelfde, zegt ze. Ze noemt het bemoedigend dat enkele rechtbanken in Europa zich over incidentele gevallen hebben uitgesproken. Zo veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in december Macedonië wegens verantwoordelijkheid voor marteling en ontvoering van Khaled el-Masri, een Duitser van Libanese komaf die in 2003 in Macedonië werd opgepakt en overgedragen aan de CIA. En vorige week veroordeelde een Italiaans hof van beroep drie Amerikanen (onder wie de lokale CIA-chef) in absentia, voor de ontvoering van een radicale islamitische geestelijke. De man was in 2003 in Milaan van de straat geplukt en naar Egypte gebracht, waar hij naar eigen zeggen gemarteld is. Eerder waren al 23 anderen voor deze ontvoering veroordeeld.

Voor de ‘renditions’ bestond een standaardprocedure, onthulde The Washington Post al in 2005. De leden van het CIA-team zijn „van top tot teen in het zwart gekleed en gemaskerd. Ze blinddoeken hun nieuwe gevangene, snijden zijn kleren van zijn lijf, spuiten rectaal een vloeistof in om de ontlasting te bevorderen en dienen een slaapmiddel toe. De gevangene krijgt een luier aan voor de lange vlucht en een overall. De bestemming: óf een gevangenis van een van de meewerkende landen in het Midden-Oosten en Centraal-Azië (inclusief Afghanistan), óf een van de eigen geheime gevangenissen van de CIA” – in vertrouwelijke stukken aangeduid als ‘black sites’, die de Amerikaanse inlichtingendienst onder meer mocht openen in Roemenië en Litouwen.

Amrit Singh, van het Open Society Justice Initiative, vindt dat de hele waarheid op tafel moet komen om in de toekomst herhaling van dit soort praktijken te voorkomen. „Als een land nu veroordeeld wordt, zal het een volgende keer wel twee keer nadenken voor het weer aan zoiets meewerkt.”

President Obama heeft meteen na zijn inauguratie in 2009 in een presidentieel decreet martelen afgewezen. „Maar we weten nog steeds niet hoe hij tegenover het beleid van extraordinary renditions staat”, zegt Singh. „We weten zelfs niet of de CIA er niet af en toe nog gebruik van maakt.”