Harde val van sportnatie

Australië is in shock: er wordt op grote schaal dope gebruikt in de sport en de georganiseerde misdaad blijkt daarbij nauw betrokken.

Amsterdam. Eerlijkheid. Respect. Verantwoordelijkheid. Veiligheid. Deze vier deugden spatten in koeienletters van de brochure De essentie van sport in Australië – waar wij voor staan, een uitgave waarin de Australische overheid vorig jaar nog maar eens uiteenzette waarom de sportcultuur in het land wereldwijd als voorbeeld gesteld wordt. „Onze samenleving verwacht een hoge standaard van alle mensen die in de sportwereld actief zijn en het is cruciaal dat de integriteit van de sport gehandhaafd wordt”, schreef de Australische commissie voor sport.

Maar het onberispelijke imago van de sportnatie Down Under heeft eind vorige week een enorme deuk opgelopen. De Australische overheidscommissie voor misdaad stelde in een onderzoeksrapport dat er op grote schaal doping wordt gebruikt in professionele sporten, waaronder in elk geval rugby en Australian football. De georganiseerde misdaad blijkt nauw betrokken bij de distributie van dopingproducten, wat sporters en teams ook vatbaar maakt voor omkoping. Het sportgekke land verkeert in een shock, het wachten is op namen en rugnummers.

In het rapport van Project Aperio (‘Project Openheid’) worden vooral niet nader genoemde sports scientists aangeduid als drijvende kracht achter het dopegebruik. „Sportwetenschappers zijn invloedrijk in Australië”, schrijft de commissie. „Sommigen zijn ertoe bereid om sporters middelen toe te dienen die nog ongetest of niet goedgekeurd zijn voor gebruik door mensen” of „experimenteren op professionele sporters om te bepalen of bepaalde middelen prestaties kunnen bevorderen zonder opgespoord te worden”. Zij „spelen een sleutelrol bij de overtreding van regels” van wereldantidopingagentschap Wada.

Sportwetenschappers dus. „Het is wel begrijpelijk dat die figuren zich sports scientist noemen”, zegt hoogleraar Hans Westerbeek, decaan van de faculteit sportwetenschappen aan de Victoria University in Melbourne. „Dat geeft ze status en geloofwaardigheid bij een club. Maar een inspanningfysioloog met een hbo-diploma is niet hetzelfde als een wetenschapper die zich bezighoudt met gevalideerd onderzoek en door een ethische commissie wordt beoordeeld voor hij aan mensen mag zitten.”

Westerbeek vertelt in een telefonisch interview dat zijn faculteit vrijdag in een lichte staat van opwinding verkeerde. „We zijn nu met de pr-afdeling een strategie aan het formuleren. We moeten duidelijk naar het publiek hier communiceren dat alles wat er nu beschreven wordt, niets met ons te maken heeft”, zegt de Nederlander die in 1994 naar Australië emigreerde. „In de media gaat de nuance verloren. Het moet heel duidelijk zijn dat sportwetenschap niets te maken heeft met deze schaduwpraktijken.”

Westerbeek noemt het rapport „gruwelijk”, maar hij voorziet ook een „spannende tijd voor de sociale sportwetenschap”. Hij stelt dat Australië een voorbeeld moet zijn voor andere landen. „Dit is een revolutie in de sport. Australië is nu negatief in de publiciteit, maar het is wel het eerste land waar op deze manier het deksel van de beerput getrokken wordt. Mijn voorspelling is dat dit een domino-effect geeft, en dat er straks vergelijkbare veelomvattende onderzoeken komen in andere landen.”

Volgens Westerbeek hebben media en publiek het onderzoek in eerste instantie onderschat. „Niemand had door hoe diepgaand het was. Mensen zijn geschokt door de verbanden die er zijn met de misdaad. Het rapport heeft vooral het stempel van een onderzoek naar prestatiebevorderende middelen gekregen, maar het perspectief is veel breder. Het gaat over de criminalisering van de sportindustrie.”

Maar waar zit het rot? De onderzoekscommissie stelt dat het geen namen bekend kan maken om juridische redenen, maar heeft sommige bonden op vertrouwelijke basis ingelicht – evenals de politie. „De geest is nu wel uit fles”, zegt Westerbeek. „De Australian Football League had altijd een three strikes out-regel. Pas bij de derde fout volgde een schorsing, maar de eerste twee overtredingen werden dan onder de pet gehouden. Het beleid had min of meer het uitgangspunt: dat gebeurt niet bij ons. Dat is nu wel voorbij.”